bt ne
Be LE wed
Diehl E jp AENICHEN Salet
fr x tld Eren SE [s, dhr HERE ê Ë Alta f * hé hd skr
bela, be die
tehelhdbid Bien A te
e Panasies odd jk
05
ie 5
editen IA
$, hl bid EETL Verdel
Te ze HS tie Arrdnsh Jd
Lel vert ie dede sei
Ld
Bur sprek KE EN
En 6) Ml sehr ERE { Ken de
REET
5
5 jennen eee af te A te
ze ded
vans IO dt ; ee, je | AAN & ke i B He & 8 St tbe $ poster nt MS (3EAE 3 Eep EN p Ì À 5 NEE 4 , diet é Pi _ rs tk Se bn ele ie Beret
Keten É ° El whs , 4 PÀ, is 0 nikk En is wah al Hd % v zen '
HE Bike ee tors Hebe Raeked ik ; L whistle ; ARE tolk he gereeden 4
1pleh vo, ed id zE Ster Ei d
brie En 7
it ks
MTA LERT) Briek desi
REE Ake os olijk Pt; EA
\ Penrde
As
DS
Hà Ree er (509 HO
£ mr dans DAENS sede aba verige t BETEN ERE is,
% elen
RL APAES Edd \ e ds } 4 ce i Kaps ae se Ees ik } en Oe) ad staten is el rd, Ends
bf x & sad: 4 Ae EE
hblots dh dass et dh ól
bi bì
ns pets N ri 1 S
el alde repr
+ teti?, Hse $| p| tit í bite saasetrde, e ® oBeibleld ef bib ld e. bed rang df
Deze publicatie is gedigitaliseerd en online ontsloten door:
Biblioteca Nacional Aruba - Digitalisering en Digitale Collecties Bachstraat 5
Oranjestad Aruba
digital@ bibliotecanacional.aw
https://digital.bna.aw
Op basis van exemplaren beschikbaar gesteld door:
Archivo Nacional Aruba Directie Wetgeving en Juridische Zaken Aruba
OCLC-nummer: 72829136 Originele URL: https://digital.bna.aw/?PB-1816-1851
Februari 2022
wter,
bv ik Me: « k Re nevel ll he NE Ke. de af
ee a ern wen en enden en 55,
__ PUBLIGATIEBLAD | f | „VAN | | CURACAO EN ONDERHOORIGHEDEN, | | ORRMNLSEKDE DE _ PUBLICATIEN, NOTIFICATIEN REGLEMENTEN , TARIEVEN, ORDONNANTIEN EN ANDERE _ WETTELIJKE VERORDENINGEN , voor die ‘bezingen uitgevaardigd in de jaren
1816 — 1851.
fi Ke bn h : Words eunwel pong nben tar de eyers vas BoB loer Ditaisichs- ies Édy af maer
‚Cam mai eed ren werg Tagbina Erm 4 Er <t presen tert ga0r re „|: gd ver EO Ede « gaieën-
konden geit, dua po pt ah je. testing van subt
, Sesia aon raak
á „ts „ss. dede n Je. _ + EE, ‚n a An bespelen cas BREN TS. | he An
ie 4 er ne me ee € LOP, 05, Pei
Deet wefnting en or à ä „aard dean fers. gedacends dis |
1e mt kt e avan „ zis.
| sur vrendiaa . Ee 4 6u, gp kent gseernta eneen LAT 1 4
arnodiidaió iron (20564 ER ma,
Apathie EE pemmagiee Â. wijn ee en 6. Lp GE
Mrne hens pe kk, 4
,
oa beent npe vj 20,4TT. Ad.
henk dà vrare: ar | wed. B web ik disar baanhef kap | à
indien he err is Re Nr zee gelden, even de de egen ig ‘odin, ue
af
Kn ee zalf staar dee
| ENE eeen torn ta des hwagtoilen, Eid EM, gie adhd dte EN | Ka op hy mn mit Me eeu: Wa, ZOU woede volk kk derd 6 fen sie Ee \
ademede vordaMijgn acus vadaag van Ke pius | di afsrt ke Ame pe ne th mokers wi väöl de K: | | vagen 0 opleveren. * Be | OW vdminlgtratie zón she gegdenp voor de hand en by:de Di peetle van de Ween enke aan dentelfdan voot nm zhe dis Di ie ke nak teerd wordeode BE 0-9,
E Wlprralen van de eigent 3
KE ' ï Ld Bz d r Dd Ly pe * en id d dq ® ®
en rs p
enn ) VR rentnpgnnS
LIJST van Publicatien, Notificatten, Regle- menten , Tarieven , Ordonnantien. en andere wettelijke verordeningen op Curagao , Bonaire en Aruba, van af 1816 tot en met 1851.
1
JAARTAL INHOUD.
Doorloopende nommers
1S16.
1| Publicatie, [betreffende den 50sten penning en het hoofdgeld, ingevolge de bepalingen van het 73ste artikel
van het regerings-reglement.
2| Idem, waarbij de secretarissen van de raden van policie en civile en criminele justitie bevoegd ver- klaard worden tot het waarnemen van het
notaris-ambt op Curagao.
3 Idem, waarbij een ieder aangezegd wordt, om het nom- mer van het huis, hetwelk hij bewoont, op
te zetten en te vernieuwen.
4 Idem, waarbij Curagao in wijken en districten wordt
verdeeld.
5 Idem, betreffende het doen van opgaven aan wijk- en
districtmeesters.
op de manier van procederen voor het collegie van commerciele en zeezaken op Curagao.
6{ Reglement
7| Publicatie, [betreffende het aanbrengen van passagiers op
Curagao.
8 Idem, waarbij wordt bekend gemaakt, dat het aan geen schipper of eigenaar van een vreemd vaartuig zal vrijstaan, iemand van zijn scheepsvolk af te danken of te ontslaan, zonder daarvan aan
het officie-fiscaal kennis te geven.
9 Idem, betreffende het schoonhouden en repareren van
wegen, straten en goten in het stadsdistrict.
ed EE WE KR A Ad add NET VE ZEN B
4 En | E \ o FN U SCAN Á S 538 EEN geemoke oke NN
en s® Fr PTR PRIN
Dv ede & 1 OO a © EE JAARTAL. | KNA DD. 5 eo Rane os a 10f Publicatie, waarbij de. plaatsen worden aangewezen tot
het houden van vleeschhallen en groenmark- ten.
ï1 Idem, * waarbij die, dd. 21 October 1802, opzigtelijk het werpen of gooijen met steenen, wordt
hernieuwd. ISI1%.
12f Publicatie, [betreffende het doen van aangiften aan wijk- en districtmeesters.
18 Idem, betreffende het registreren van transporten van j vreemde vaartuigen , enz.
14 Idem, waarbij verboden wordt het wit bepleisteren of wasschen der muren in het stadsdistrict,
15 Idem, « |waarbij den schippers verboden wordt, om arme en behoeftige vreemdelingen op {uragao aan te brengen. Î
16| Reglement |op de haven van Curacao.
17) Publicatie, [houdende bepalingen opzigtelijk alle verhuizin- gen en het kennis geven daarvan aan de wijk- en districtmeesters.
é B Idem, houdende ‘afschaffing van de belasting van 5 pe Ok percent op artikelen van weelde, en bepa- lende, dat met 1°. Januarij 1818 van alles wat bij publieke veiling verkocht wordt, uit- gezonderd vaste goederen en slaven, 5 per- Í cent aan den lande zal worden betaald, ISIS, |
19| Reglement |op de visschers-kano's te Aruba.
20| Publicatie, [waarbij boeten opgelegd worden aan degenen, die in gebreke blijven de door districtmeesters gerequireerde opgaven te doen.
21} Idem, |betreffende het ijken van maten en gewigten. 1SI9. : mit” Ide , waarbij wordt in werking gebragt ’s Konings
_ besluit, dd. 17 September 1818, opzigtelijk de afschaffing van den slavenhandel.
4
oorloopende
nommers.
JAARTAL.
Ni
INHOUD.
»* 23{ Publicatie,
27
28
29
30 31
32
Idem,
Idem k
Idem,
Idem,
Idem,
1820. Publicatie,
Idem, Idem,
Idem,
waarbij publiciteit gegeven wordt aan het trac- taat, gesloten tusschen de Nederlanden en Groot-Brittannië, en aan de geannexeerde bijlagen, aangaande de afschaffing van den slavenhandel.
waarbij verboden wordt het afsteken van vuur- werken.
waarbij wordt vastgesteld eene belasting van 10 pezos op den uitvoer van slaven, zuige- lingen uitgezonderd.
waarbij ter kennis van een ieder wordt gebragt, dat particulieren geene verzoeken of voor- dragten aan den raad van policie mogen doen, dan bij wijze van requesten, memorien of vertoogen, en dat het alleen aan collegien of ambtenaren vrijstaat zich per missive te adres- seren.
houdende bepaling, dat alle requesten, berig- ten enz., aan den raad van policie geadres- seerd, vier dagen voor des raads zitting, ter secretarie van denzelven raad zullen moeten worden bezorgd.
waarbij wordt bekend gemaakt het provisioneel reglement op het schoolwezen te Curagao.
waarbij alle practiserende genees- of heelmees- ters op Curagao gelast worden, om aan alle drenkelingen of aan ieder die zich een ge- weldigen dood schijnt te hebben willen aan- doen, dadelijk , zonder voorafgaande kennis- geving aan het geregt, de vereischte assis- tentie te verleenen. |
betreffende de viering van Vrijdag voor Paschen.
houdende geschikte en vernieuwde bepalingen , opzigtens de behoorlijke viering van den dag des Heeren en andere Christelijke feestdagen.
betreffende het doen van opgaven aan wijk- en districtmeesters, |
oorloopende nommers.
JAARTAL.
INHOUD.
© e- _C9
35 36 37
38 89
40
41
42
43
Reglement
Publicatie,
1821.
Reglement
Publicatie,
Idem,
Idem, Reglement
Idem,
Publicatie,
Idem,
Idem,
op het afgeven van port-d'armes.
waarbij verordeningen daargesteld worden, zoowel ten aanzien der redactie van hypotheekbrie- ven en obligatien ,met verband van goederen daarin genoemd, als wegens beperkingen, die er bestaan bij het verhypothekeren van reeds verbondene goederen.
op het onderhoud der publieke wegen.
waarbij bepaald wordt dat alle maten en gewig- ten telken jare zullen moeten worden geiijkt.
waarbij bepaald wordt dat geene slaven, anders dan bij acte van hypotheek, mogen verhypo- thekeerd of verbonden worden.
houdende bepalingen opzigtelijk ket verkoopen van ongemengde vergiften.
van organisatie, administratie en discipline voor de schutterij op Curagaò.
bepalende de formaliteiten, in acht te nemen om een loods in regten te kunnen aanspre- ken, tot vergoeding van schade, door pligt- verzuim veroorzaakt.
betreffende het doen van opgaven, ter secretarie van den raad van policie, van den koop en verkoop van vaste goederen bij publieke vei- ling of uit de hand.
waarbij bepaald wordt, dat degenen, die vaste goederen voor rekening en ten behoeve van minderjarigen aankoopen, gehouden zullen zijn ter secretarie van den raad van policie op te geven en aan te toonen van waar de gelden, tot den aankoop van die goederen vereischt, afkomstig zijn.
houdende alteratie en ampliatie der gouverne- ments- publicatie, dd. 22 December 1810, aangaande het vastleggen en in zekerheid houden van kano’s en dergelijke vaartui- gen.
JAARTAL. INHOUD.
oorloopende nommers.
44l Publicatie, [houdende verordeningen, opzigtens het begraven | van lijken op private en publieke gronden, buiten de begraafplaatsen der respectieve ge-
meenten.
45 Idem, houdende verbod, om de stoepen voor aan de huizen in het stadsdistrict, die gebouwd zijn op gronden bij precario verkregen, te betim- meren of daarop te bouwen, enz.
46 Idem, betreffende het op- en aanzeggen van de huur van huizen en gronden, die bij de maand of voor een langeren tijd worden ver- huurd.
A 47 Idem van ’sKonings besluit van den 16den April 1821, werbiedende den invoer van slaven in de kolonien van het Rijk, uit plaatsen waar de
directe invoer uit Africa geoorloofd is.
48 Idem, waarbij, met inhaesie der 2de afdeeling van de Len publicatie , dd. 13 December 1811, meer doel- den matige bepalingen worden daargesteld, om de- ontduiking van den 5Osten en 40sten penning
voor te komen.
49 Idem, bepalende: 19, dat geene onroerende goede-
ren, aan minderjarigen in eigendom toe-
| behoorende, zullen mogen verhypothekeerd
[-: | of. veralieneerd worden, zonder autorisatie
van den Raad; en 2°, dat degenen, die sla-
ven verhypothekeren, moeten verklaren, dat
dezelve in wettig eigendom hun zijn toebe- hoorende.
| | 50 Idem, waarbij het houden van specltafels en het grof spelen wordt verboden.
51 Idem, opzigtelijk de aankomst van vreemdelingen op Curagao.
| 92 Idem, waarbij bepaald wordt, dat de huwelijksche | voorwaarden, ketubah genoemd, moeten ge- passeerd worden, alvorens de huwelijken zul-
len zijn gesolemniseerd.
q
oorloopend nommers.
JAARTAL.
INHOUD.
Er lee)
54
56
57
58
59 60 61
„ 62
Publicatie n 1822. Publicatie,
Idem ;,
Idem,
Idem,
Idem,
Idem
Idem,
IS?2. Publicatie,
Idem,
opzigtelijk het stellen van borgen door personen, die op publieke vendu goederen koopen.
houdende bepalingen omtrent de ontlading of inscheping, vervoer en bewaring van buskruid in de kolonie.
waarbij bepaald wordt, dat voortaan alle rooiper- mitten van vaste of onroerende goederen, welke de belanghebbenden voornemens zijn bij pu- blieke veiling te verkoopen, provisioneel op een zegel van 8 realen moeten worden geschreven.
waarbij, ten fine van informatie en narigt der ingezetenen , eenige artikelen uit de instruc- tien van de daarin gemelde ambtenaren wor- den gepubliceerd. ze
De
> waarbij de doodgravers der onderscheidene ge- meenten gelast worden, om van alle sterfge- vallen kennis aan de weeskamer te geven, en de vertooning van testamenten ter wees- kamer wordt voorgeschreven.
waarbij een ieder aangezegd wordt, om ver- zoeken aan den Koning of den Minister van Kolonien, welke men door intermediair van het koloniaal bestuur zoude willen verzenden, vroegtijdig tot dat einde aan den Gouverneur te doen toekomen.
{opzigtelijk de onderteekening en wettigheid van
onderhandsche acten van degenen, die lezen noch schrijven kunnen.
waarbij nieuwe stuivers worden in omloop ge- bragt, enz.
houdende verordeningen ten opzigte van het verblijf des nachts aan wal van matrozen van oorlogsschepen en andere vaartuigen.
waarbij bekend gemaakt worden de additionele artikelen van het den 4den Mei 1818 tus- schen de Nederlanden en Groot-Brittannië gesloten tractaat, betrekkelijk de wering van den slavenhandel.
bd
Vv
JAARTAL.
oorloopende nommers.
INHOUD.
63| Publicatie,
64 Idem,
65 Idem,
Reglement
Idem
1S?24. Publicatie,
Idem, Idem,
Idem,
Idem,
73 Idem,
verbiedende zoowel het binnenzeilen der havens van Curagao en onderhoorige eilanden door kapers en kommissievaarders der oorlogvoe- rende mogendheden, als het in die havens uitrusten van schepen ter kaapvaart.
waarbij worden bekend gemaakt de Koninklijke besluiten van 26 Junij en 30 Augustus 1823, (Staatsblad n's. 24 en 38) betreffende de pre- mien op het ontdekken van deserteurs ge- steld.
|waarbij bepaald wordt, dat, niet dan bij periculum
in mora, huwelijken in de woningen der con- trahenten zullen worden voltrokken, en wijders dat de aanteekening des Vrijdags zal geschieden en, in stede van drie, niet meer dan twee af- kondigingen der geboden zullen noodig zijn.
van administratie en bestuur op het eiland Bonaire.
van administratie en bestuur op het eiland Aruba.
inhoudende verordeningen nopens het gewigt en den prijs van brood en de prijzen van vleesch.
waarbij een nieuw alarm-sein wordt ingevoerd.
inhoudende bepalingen omtrent eenige artikelen van het reglement van administratie en be- stuur op het eiland Bonaire.
betreffende de aangebragt wordende goederen aan order of zonder adres.
waarbij verboden wordt het wegvoeren van per- sonen zonder paspoorten.
waarbij bepaald wordt, dat niet alleen de schip- per van eenig in de kolonie te huis behoo- rend vaartuig, maar ook de stuur- of boots- man die den schipper opvolgt, alsmede een derde van het scheepsvolk zullen moeten zijn geboren of genaturaliseerde onderdanen van het Rijk.
gd 5
Doorloopend nommers
JAARTAL,
INHOUD.
44{ Publicatie,
75
76
77)
85 84
Idem,
Tarief
Idem
Publicatie, Reglement
Publicatie,
Reglement
Publicatie,
Reglement Idem
Publicatie,
waarbij bepaald wordt, dat de handteekenin- gen van ondergeschikte ambtenaren door den Gouverneur zullen moeten worden gelega- liseerd.
inhoudende bepalingen, omtrent eenige artikelen van het reglement van administratie en be- stuur op het eiland Aruba.
van leges en emolumenten’, welke op het eiland Bonaire mogen worden gevorderd en geno- ten.
van leges en emolumenten, welke op het eiland Aruba mogen worden gevorderd en geno- ten.
omtrent het wegloopen, de behandeling, voeding en kleeding van slaven. pe
op den handel en de scheepvaart van het eiland Aruba. | |
waarbij worden bekend gemaakt eenige arti- kelen uit de instructie voor den ontvanger op Aruba.
op de manier van procederen voor het vrede- geregt op het eiland Aruba.
houdende: 1e, strafbepalingen op het niet bewij- zen van de gehoorzaamheid, door het scheeps- volk aan den schipper verschuldigd; 2e, dat van af den Isten Januarij 1828 geene zee- brieven zullen worden verleend, dan aan schippers die lezen en schrijven verstaan, en 39°, dat het aan slaven zal geoorloofd zijn als matroos te varen. :
op het afgeven van zeebrieven en zeepassen.
op de monstering van zeevarenden en de visitatie van vertrekkende vaartuigen.
houdende verbod aan lieden, die niet geasso- cieerd of zaakgelastigden zijn, om, anders dan in hunne eigene zaak, voor de commissie van doleantie te verschijnen.
Ee ed Verd, AE Pet rte Pl Eh
IX
JAARTAL. | INHOUD.
Doorloopend nommers.
86| Publicatie, [waarbij eenige artikelen uit de instructie voor het vredegeregt en de districtsmeesters, en van het reglement van administratie der ar» men-kas op > Ar uba, ter kennis van het publiek gebragt worden.
87 Idem, waarbij vastgesteld wordt, dat voortaan alle eeden, in zaken welke niet voor eenige regt- bank zijn hangende, voor den Gouverneur, maar in zaken voor eenige regtbank aan- hangig, voor den president dier regtbank
| moeten worden afgelegd, 1825.
88| Reglement [op het gratis procederen in regten door arme en onvermogende lieden, armendirectien en kerkbesturen der onderscheidene godsdienstige gezindheden op: Curagao en onderhoorige eilanden, en op de indiening van requesten zonder zegel.
ERE en 89| Publicatie, |waarbij de loodsvlag wordt bepaald.
90 Idem, houdende voorschriften, omtrent de wijze van inzending van stukken betreffende zaken, welke in appel voor den raad van policie gebragt zijn.
91 Idem van ’s Konings besluit, dd. 12 November 1824 n°. 110, opzigtelijk de vereeniging van de Hervormde en Luthersche gemeenten tot eene Protestantsche gemeente.
92 Idem, betreffende de bijeenvoeging der armen- en kerkekas van de protestantsche gemeente en de voordeelen, bij uitersten wil of onder welke benaming ook,-aan de voorzeide kas gemaakt, enz.
93 Idem, |houdende ampliatie van het 12de artikel van het haven- reglement.
94 Idem, betreffende het geven van slaven tot het herstellen van de wegen en straten van de Willemstad, Pietermaai, Scharlo en de Overzijde.
95 Idem, waarbij publiciteit wordt gegeven aan 's Konings besluit, dd, 2 April 1825 ne, 149, betreffende
Doorloopend nommers
JAARTAL.
INHOUD.
* 96 Publicatie,
97 98
99
100
101
102
103
104
105 106
Reglement Publicatie,
Idem,
Idem,
1826. Publicatie,
Idem,
Idem,
Idem À
Tarief Publicatie,
de Israëlitische gemeenten in de Nederland- sche kolonien.
waarbij publiciteit wordt gegeven aan 's Konings besluit van 6 Julij 1825 ne. 54, bepalende de straf binnen de West-Indische kolonien tegen den verboden slavenhandel, in overeen- stemming met de zwaardere straffen, tegen dien handel vroeger vastgesteld.
op de posterij te Curagao.
waarbij maatregelen genomen worden ter wering van de ongeregeldheden, die, bij aanlanding van pontjes aan de kaaijen van de Willemstad en overzijde, plaats vinden.
waarbij nadere verordeningen daargesteld worden, omtrent het reglement op de posterij te Curagao.
waarbij bepaald wordt, dat geene arresten op tractementen of pensioenen kunnen aangeno- men, maar wel kortingen daarop kunnen verzocht en verleend worden.
bepalende, dat voortaan het formulier van den eed voor een iegelijk, tot welke godsdienstige gezindheid hij ook moge behooren, hetzelfde zal zijn.
waarbij te kennen gegeven wordt, dat de Rege- ring gaarne de godsdienstige inzegening van huwelijken, op de plegtigste wijze zoude zien plaats hebben.
waarbij bekend gemaakt wordt, dat de Jood- sche gemeente te Cwuragao voortaan den naam van Nederlandsche Portugesche Israëlitische _Hoofd-Synagoge zal voeren.
betreffende de invoering van een nieuw munt- stelsel voor Curagao en onderhoorige eilanden. Ld
op den impost van het klein-zegel.
houdende nadere regeling der inkomsten van de waag, ten gevolge van de vrijverklaring van de haven van Curagao.
Panman edes, WEG | er mk
JAARTALe
XI
mmm
INHOUD.
108
109
110
1u)
112
113
114
115
116
117
118
119 120
Publicatie, Idem,
Idem,
Idem,
IS2:. Reglement
Ampliatie,
Idem
Publicatie,
Idem,
Idem,
Idem,
1S2s. Publicatie,
Idem, Idem,
omtrent het branden van kalkovens.
bepalende het loon, dat door pontvoerders mag worden gevorderd.
betreffende de terugbetaling van gelden, aan hypotheken ter weeskamer gebragt.
waarbij het te gebruiken zegel van paspoorten wordt bepaald. .
op de geregtelijke invordering van 's Rijks belastingen in de kolonie Curagao. |
van het reglement op het afgeven van zeebrieven enz., dd. 16 November 1824.
van het reglement op de monstering van zeevaren- den en de visitatie van vertrekkende vaartuigen, gearresteerd den 16den N ovember 1824.
houdende maatregelen ter stuiting van de kin- derziekte.
waarbij verklaard wordt, dat de bepalingen van des raads publicatie, dd. 3 Maart 1826, niet verhinderen, dat iemand eenen eed, volgens zijne godsdienstige gevoelens, aflegt.
in herinnering brengende de bepaling, dat van af 1e. Januarij 1828 geene zeebrieven zullen wor- den verleend, dan aan schippers die lezen en schrijven kunnen.
waarbij publiciteit gegeven wordt aan 's Ko-
nings besluit, dd. 5 Augustus 1827 n°. 154,
opzigtelijk de behandeling en beregtiging van criminele zaken. |
houdende verbod tegen het indienen van re- questen van ingezetenen collectief bij den heer Commissaris-Generaal.
betreffende de oprigting eener bank te Curagao,
betreffende een nieuw belastingstelsel.
NS me
II
pi
JAARTAL. | | INHOUD.
oorloopende nommers.
121) Publicatie, [waarbij de beide commiesen ter Algemeene Se- cretarie bevoegd verklaard worden, om den secretaris van den raad van policie, die belast is met de notariele functien, in de
waarneming daarvan behulpzaam te zijn.
van eenige artikelen uit de instructie voor den
122 Idem | ontvanger bij het algemeen of hoofdbestuur.
123 Idem, waarbij aan den kommandeur van Bonaire de
bevoegdheid verleend wordt, om huwelijken ten zijnen overstaan te laten voltrekken.
waarbij publiciteit gegeven wordt aan eenige artikelen uit de instructien van den directeur der kolonie, den raad van civile en criminele justitie en van het gemeentebestuur.
124| Idem,
125 Idem, opzigtelijk eenige nadere bepalingen; omtrent de heffing der belasting op eigendommen en be-
zittingen, en op het personeel en mobilair.
126 Idem, houdende tarief van leges, welke, behalve het zegelregt, door de ambtenaren in de kolonie
Curagao mogen worden ontvangen.
127 Idem, waarbij in werking wordt. gebragt eene concept- wet, omtrent het toezigt over trankeren,
muren en gebouwen.
waarbij publiciteit gegeven wordt aan het pro- visioneel tarief voor den wijnroeijer, graan- en houtmeter en weger op Curagao.
128 Idem,
waarbij de raad van policie beschouwd wordt als het eenige competente collegie, ten aan- zien van de manumissie van slaven.
129| Idem,
ad
130 Idem, waarbij eene nieuwe ordonnantie op het heffen van het klein-zegel wordt gepubliceerd, en het daarvan bestaande tarief provisioneel
wordt in werking gelaten.
waarbij de concept-wet, betreffende de maan- delijksche bepaling van het maximum der prijzen van versch vleesch, goedgekeurd en executoir verklaard wordt,
131 Idem,
y
Se he
a pel
JAARTAL INHOUD.
oorloopende nommers.
1830.
143| Publicatie, [waarbij worden bekend gemaakt de navolgende publicatien, als:
a. houdende daarstelling van maatregelen tot stuiting van zeeroof;
b. ter beteugeling van feitelijke geweld- dadigheden, en
c. omtrent de voortdurende kracht der koloniale wetgeving, ten aanzien van de toestemming der ouders in de huwelijksverbindtenissen hunner kin- deren.
144 Idem, betreffende het aannemen van pecuniele voor- deelen door kerk- en armbesturen of andere publieke instellingen.
145 Idem, betreffende het heffen der belasting op de erf- opvolging.
146 Idem der wet ten aanzien van ongeijkte of niet be- hoorlijk geijijkte maten of gewigten.
147 Idem der reglementaire bepalingen, omtrent den in- en uitvoer van slaven in de Nederlandsche West-Indische bezittingen.
148 Idem waarbij nader vastgesteld worden de boeten op het voorbij zeilen van de forten, zonder ver- tooning van vlag.
149 Idem, houdende afkondiging van het reglement op het lazarus- en krankzinnigenhuis en deszelfs ad- ministratie.
1S31.
150| Publicatie, [bepalende wat vereischt wordt voor de geldig- heid van dood- of geboorte-attesten of ex- tracten.
151 Idem, bepalende het zegelregt voor extracten uit de registers van den burgerlijken stand.
152 Idem, houdende afkondiging van het reglement, vast- / stellende de termijnen van dagvaardingen voor
XIII
el
Doorloopend nommers
JAARTAL.
INHOUD.
132
1835
184
1835 1836 187 188 189 140
141
142
Publicatie,
IS29.
Publicatie,
Idem,
Idem,
Idem,
Idem,
Idem
Idem,
Idem,
Idem,
Idem,
betreffende het in werking brengen van het re- glement voor de regtbanken van kleine zaken inde Nederlandsche West-Indische bezittingen.
houdende, dat iedereen zich voor het collegie van kleine zaken, door bij onderhandsche — procuratien gemagtigden , kan laten vertegen- woordigen.
houdende afkondiging van wetten betreffende de heffing: 19, van de belasting op de veer- en vrachtponten; 2°. van 2 percent der bij pu- blieke veiling verkocht wordende vaste goe- deren en slaven, en 83°, van het patentregt van snuiffabrieken , enz.
houdende afkondiging der wet, regelehde het toezigt op de apotheken te Curagao.
houdende afkondiging van het reglement, tot regeling van eenige aangelegenheden van den handel op Curagao.
betreffende de verbetering van eene drukfout, in het 9de artikel van het reglement op de regt- banken van kleine zaken ingeslopen.
van eenige bepalingen, omtrent den aanslag der belasting op het personeel en mobilair.
waarbij genotificeerd wordt, dat ’s Konings besluit, dd. 17 Februarij 1819, litt. B4, niet derogeert aan art. 3 der ordonnantie van 19, April 1580, betrekkelijk het huwelijk.
betrekkelijk het sluiten van belastingregis- ters , enz.
waarbij publiciteit gegeven wordt aan de dis- positie van den Gouverneur-Generaal, dd. 12 November 1829, omtrent het regt verstand van art. 21 der zegel - „ordonnantie van den 28sten Julij 1828.
houdende bepaling, dat voor kwitantien van meer dan tien en minder dan vijftig gulden, het zegelregt zal zijn 15 centen.
«°
oorloopend
nommers
155
156
157
158
159
160
161
162
JAARTAL
Publicatie,
Idem,
Idem,
Idem, Idem,
Idem,
Idem, Idem,
Idem,
Idem,
XV
INHOUD.
de regtbank van kleine zaken, buiten het stadsdistrict te doen.
houdende maatregelen ter voorkoming van schade voor de koloniale kas, bij den uitvoer of de vervreemding van slaven.
waarbij publiciteit gegeven wordt aan twee publicatien van het Gouvernement-Generaal; de eene: inhoudende opheldering en inter- pretatie van eenige artikelen van het reglement
voor de regtbank van kleine zaken; — de, andere: houdende wijziging van art. 17 der
publicatie, ter beteugeling en bestraffing van feitelijke gewelddadigheden.
[houdende invoering op Bonaire en Aruba van
eenige bepalingen van de publicatie, betrek- kelijk het heffen der belasting op de erfop- volging.
houdende afkondiging van het reglement op den burgerlijken stand op het eiland Curagao.
houdende afkondiging van het reglement op den burgerlijken stand op de eilanden Bonaire en Aruba.
waarbij provisioneel wordt opgeschort de ver- wisseling op vertoon van billetten van de Curagaosche bank.
waarbij , met intrekking van die, dd. 3/7 Janu- arij 1831, bepalingen zijn gemaakt, betrek- kelijk den in- en uitvoer van slaven op Curagao, Bonaire en Aruba.
houdende waarschuwing aan alle practiserende genees- en heelkundigen, om de certificaten wegens het schouwen van lijken met alle naauwkeurigheid in te rigten. .
waarbij publiciteit gegeven wordt aan het regle- ment op het burgerregt in de Nederlandsche West-Indische bezittingen.
waarbij voorschriften der publicatie, betreffende het burgerregt in de Nederlandsche West-
XVI
oorloopend nommers.
JAARTAL.
EN EEDO U Det
164
„165
166
167
168
169
172
173
Publicatie ,
1S32.
Publicatie
Idem,
Idem
Idem
Idem,
Idem,
Idem,
Idem, Idem,
1835.
Publicatie,
nrd mm
Indische bezittingen, op deze kolonie van toepassing worden gemaakt.
bepalende de leges en emolumenten, welke zul-
het burgerregister en het uitreiken van brie- ven van admissie in forma.
van eene ampliatie op art. 6 van het regle- ment op den burgerlijken stand.
houdende bekendmaking van het reglement op de manumissie van slaven , en van het nader vastgestelde met opzigt tot art. 15 van dat reglement. j
van het reglement op de militaire regtspleging bij de landmagt in de Nederfagdsche West- Indische bezittingen. '
van de ampliatie op art. 68 der publicatie , betrekkelijk het heffen van de belasting op erfopvolgingen.
bepalende het aanleggen van een register, ter inschrijving van den overgang van onroe- rende goederen, bij erfenis of vermaking bij uitersten wil verkregen.
houdende verlenging van den termijn, gesteld voor de kostelooze inschrijving in het bur- gerregister.
houdende interpretatie van art. 2 Sf van het reglement op het burgerregt, betreffende de burgerlijke schuldvordering.
houdende verordeningen op het uitwerpen en wegvoeren van vuilnis uit de Willemstad.
waarbij, onder zekere voorwaarden, de goud- delving op Aruba wordt toegestaan.
houdende strafbepalingen tegen verbale injurien, burengerucht en schennis van het huisregt.
len verschuldigd zijn bij het inschrijven op
Ks Sk *
BTT PE
XVII
JAARTAL. INHOUD.
oorloopende nommers
174| Publicatie, |waarbij wordt afgekondigd de wet, bepalende den inhoud vaneen vat, tot uitmeting van zout.
175 Idem, betreffende de vereenvoudiging van het bestuur | der kolonie Curagao, Donaire en Aruba.
176 Idem, houdende bepalingen, in het belang van de ver- schijning in regten van door het publiek ministerie gerequireerde getuigen.
177 Idem, strekkende ter vereenvoudiging van de regts- pleging, ten aanzien van de misdrijven, bekend onder den naam van feitelijke gewelddadig- heden.
178 Idem, houdende eenige verordeningen tot geregelde nakoming van onderscheidene bepalingen, bij de invoering der vereenvoudiging van het bestuur gemaakt.
179 Idem, houdende bepalingen, betreffende het kalkbran- den op plantagien enz., aan publieke kassen verhypothekeerd.
180 Idem, waarbij wordt bekend gemaakt die van den Gouverneur-Generaal der Nederlandsche West- Indische bezittingen, betrekkelijk het in wer- king brengen van art. 30 van het reglement op het beleid der Regering in de kolonie Suriname, houdende, dat het geregtshof in Suriname het hof van appelis voor de overige N. W. I. bezittingen. |
181 Idem, houdende intrekking van eenige woorden in art. 2 der publicatie, dd. 17 Januarij 1833, betreffende strafbepalingen tegen verbale injurien, burengerucht en schennis van het huisregt.
182 Idem, waarbij wordt buiten werking gesteld art. 93 van het reglement voor de regtbank van kleine zaken, met instandhouding nogtans van het bij dat artikel bepaalde zegelregt.
183 Idem, waarbij bepaald wordt, dat patenten voor belast | zijnde neringen en beroepen, door den boek- houder-controleur opgemaakt en onderteekend
2
XVII
JAARTAL. IN HOU EN
oorloopende nommers.
D
-
en door den algemeenen ontvanger afgegeven zullen worden, enz.
184) Publicatie, [houdende bepaling, dat bij het verhuren van | huizen aan vreemdelingen, deze door de ver-
huurders met het bedrag der belasting op
het personeel en mobilair moeten worden be-
kend gemaakt.
185 Idem, waarbij de commissie tot indeeling voor- en vrijstelling van de schutterlijke dienst op nieuw zamengesteld, en hare zitting geregeld wordt.
186 Idem, omtrent de heffing eener belasting op loterijen.
187 Idem, waarbij, voor zoo ver Curagao betreft, worden buiten werking gesteld art. 15 en 16 van het reglement voor de regtbanken van kleine za- ken in de Nederlandsche West-Fhdische be- zittingen. |
1834. |
188| Publicatie, [houdende bepaling, dat de leden van den kolo- nialen raad zullen waarnemen de attributen , bij art. 2 en 7 van het reglement op het gratis procederen, aan de leden van den ge- wezen raad van policie toegekend geweest.
189 Idem, waarbij aan den onderschout, in zijne be- trekking als marktmeester, een emolument wordt toegekend voor het slagten van schild- padden op de markt.
190 Idem, houdende bepaling, dat de zeebrieven van te Cu- ragao binnenkomende vaartuigen onder Noord- Amerikaansche vlag, bij den consul van de Vereenigde Staten van Amerika moeten wor- den gedeponeerd.
191 Idem, waarbij worden bekend gemaakt 2 publicatien van het Gouvernement-Generaal, houdende de eene: provisionele vrijstelling van alle uit- gaande regten op den uitvoer van houtwaren uit de kolonie Suriname; en de andere: ver- ordeningen, strekkende om de onderlinge gemeenschap tusschen de onderscheidene Ne-
sere
NIX
oorloopende nommers.
INHOUD.
derlandsche West-Indische bezittingen te be- vorderen. |
Publicatie, [waarbij de zamenstelling van eene commissie tot
194| Publicatie,
196| Publicatie,
Neen zen mesana ens ma Na ’
indeeling voor- en vrijstelling van de schutter- lijke dienst gewijzigd, en hare zitting geregeld wordt. |
waarbij wordt bekend gemaakt de publicatie van het Gouvernement- Generaal, betrekke- lijk de toepassing van het oud-Hollandsch straf- regt op alle zoodanige delicten, waaraan militairen, hetzij alleen of in compliciteit met inwoners der Nederlandsche West - Indische bezittingen, zich schuldig mogten maken, en waartegen bij het militaire wetboek niet is voorzien.
betreffende het gratis procederen in regten door arm- en kerkbesturen.
waarbij wordt buiten werking gesteld de laatste zinsnede van art. 9 der publicatie, dd. 20 No- vember / 8 December 1821, betrekkelijk het verschuldigd zijn van den 50sten penning van onroerende goederen, bij erfenis verkregen.
waarbij wordt bekend gemaakt de publicatie van het Gouvernement - Generaal, strekkende ter opheldering en uitlegging van art. 14 der publicatie van 6/8 December 1832 n°. 14, bepalende, dat het geregtshof der kolonie Suriname in alle strafzaken bij arrest zal regt spreken, voor zoo verre niet, volgens de bestaande wetten, het appel in criminele gedingen is toegelaten.
houdende bepaling van het zegelregt en de notariele emolumenten voor contracten van verhuring.
houdende ampliatie van de strafbepaling tegen veedieverij op Bonaire.
en po
Doorloopend nommers
199
200
201
206
Publicatie ,
Idem,
183 rd En Publicatie,
Idem,
Idem,
Idem,
1S5S. Publicatie,
Idem,
Idem,
EN HO TED.
betrekkelijk de uitoefening van het gezag op Curagao, bij tijdelijke afwezigheid van den gezaghebber a. t., &. #. baron van Kaders.
waarbij wordt bekend gemaakt ’s Konings besluit,
dd. 24 Mei 1836 n°, 88, bepalende de ver-
mindering, op de helft, van de port op nieuws- papieren, enz., vastgesteld bij art. 3 van Hoogstdeszelfs besluit van den 29sten Junij 1881 no, 85.
houdende bepalingen ten aanzien van gemanu- mitteerde personen.
houdende wijziging van den maatstaf ter bereke- ning van de huurwaarde van huizen, met betrekking tot de belasting op-“het personeel en mobilair. #
waarbij, met wijziging van het 24ste artikel van het reglement van administratie en bestuur op het eiland Bonaire, dd. 31 December 1823/ 30 Januarij 1824, provisionele bepalingen worden daargesteld, omtrent het lossen van koopwaren op genoemd eiland.
houdende nieuwe bepalingen op de aangifte van de geboorte en het overlijden van slaven.
waarbij , met intrekking der publicatie, dd. 7/8 Junij 1837, het vigerende reglement op het onderhoud der publieke wegen, dd. 20/22 Februarij 1821, en de daarmede in verband staande verordeningen worden geamplieerd.
houdende bepalingen ter verdere regeling van art. 12 der publicatie, dd. 24/25 Julij 1837 n°. 5, betreffende het toezigt op de insche- ping van goederen en producten te Bonaire.
waarbij wordt afgekondigd de wet van den 25sten April 1838, houdende wijziging van de reglementaire bepalingen, omtrent den in- en uitvoer van slaven in de Nederlandsche West-Indische bezittingen.
A OEE EL
. . Re Ai «
JAARTAL. | EN HUD U MA
Doorloopende nommers.
208| Publicatie, |waarbij wordt afgekondigd de wet van den 25sten April 1838, houdende verklaring van den waren zin van ’'s Konings besluit, dd. 15 Augustus 1834 n°. 35, betrekkelijk de toepas- sing van het oud-Hollandsch strafregt op alle zoodanige delicten, waaraan militairen, hetzij alleen of in compliciteit met inwoners der Nederlandsche West-Indische bezittingen , zich schuldig mogten maken, en waartegen bij het militaire wetboek niet is voorzien.
209 Idem, waarbij met intrekking van die, dd. 23/24 Sep- tember 1834 ne. 10, wordt bepaald, dat de nieuw uit te geven bankbilletten door den secretaris der bank en twee daartoe door het
bestuur te designeren personen uit den han- delstand, zullen worden onderteekend.
me
210 Idem, waarbij, voor de kolonie Curagao en onderhoo- rige eilanden, het gewigt tot den oorspron- | kelijken standaard wordt teruggebragt. ite 214 Idem, waarbij provisioneel buiten werking wordt ge-
steld die, dd. 16 October 1834 n°. 12, be- palende, dat de zeebrieven van te Curagao binnenkomende vaartuigen onder Noord-Ame- rikaansche vlag, bij den consul van de Veree- nigde Staten van Amerika moeten worden gedeponeerd.
houdende invoering van eene scheidemunt voor Curagao en onderhoorige eilanden.
212 Idem,
hen WS De A El PN
waarbij maatregelen worden genomen tegen het aanhuren of aannemen, ten behoeve van vreemde plaatsen, van personen op Curagao en onderhoorige eilanden te huis behoorende.
213| _ Idem,
214 Idem, waarbij een emolument wordt vastgesteld voor
getuigen bij het verlijden van notariele acten.
215 Idem, houdende strafbepalingen tegen het ongeoor- loofd schenden, scheuren, „af breken, af kap- pen, afzagen, uitroeijen of ontvoeren van
boomen en houtgewas in het algemeen.
216 Idem, waarbij, met intrekking van vroegere bepalin-
mn nn
ed
pe pe Eeamnd ha
e
Doorloopend nommers.
maa
JAARTAL.
INHOUD.
220
1833. Publicatie,
Idem,
Idem,
Idem,
Idem,
Idem,
Idem,
gen, verordeningen worden daargesteld, be- treffende de uitoefening der burgerlijke ge- nees- en heelkunde op Cwragao, Bonaire en Aruba.
waarbij, in stede van het bestaande emolument voor den marktmeester, een slagtgeld wordt vastgesteld,
waarbij wordt afgekondigd die van het Gou- vernement-Generaal , dd. 8/9 Februarij 1839 n°. 5, houdende wijziging van art. 66 van het reglement op de militaire regtspleging bij de iandmagt in de Nederlandsche West- Indische bezittingen.
_fwaarbij wordt bekend gemaakt ain van het
Gouvernement-Generaal, dd. 19/27 April 1839 n°. 8, houdende afkondiging van ’s Konings besluit van den 11lden December 1838 no. 60, waarbij aan den Gouverneur-Generaal der Nederlandsche West-Indische Bezittingen het regt van gratie, ook in militaire strafzaken , zonder eenig voorbehoud, is toegekend.
waarbij wordt bekend gemaakt die van het Gouvernement-Generaal, dd. 19/27 April 1839 n°. 9, houdende afkondiging van het Konink- lijk besluit van 16 Januarij 1889 n°. 106, betreffende de toekenning van een bergloon aan hen, die een door zeeroovers genomen vaartuig hernemen,
waarbij wordt geregeld de aanslag in de 1 per- cents belasting op huizen, gebouwen en ge- timmerten, welke sedert 19 Maart 1828 ge- heel nieuw zijn daargesteld.
waarbij de 1 percents belasting op den eigen- dom van slaven , voor Curagao vastgesteld bij publicatie van Zr. Mts. Commissaris-Generaal inWest-Indië, dd. 15/26 Februarij 1828, ook wordt toegepast op de eilanden Bonaire en Aruba.
waarbij worden bekend gemaakt eenige artikelen
EE »
ns
dAE Tee
XXI
oorloopende nommers.
JAARTAL.
INHOUD.
224
225
226
ee) NS) 1
228
229
250
231
Publicatie ,
Idem,
Idem,
Idem,
1S40. Publicatie,
Idem,
Idem,
Idem,
uit de instructie voor de directie der bank te Curagao, vastgesteld bij besluit van Zr. Mts. Commissaris-Generaal in West-Indië, dd. 6 Fe- bruarij 1828.
houdende nieuwe bepalingen omtrent het weiden en schutten van vee.
houdende nieuwe straf bepalingen tegen het op- rigten en houden van particuliere scholen, zonder consent van het bestuur.
houdende wijziging van het bestaande reglement van organisatie enz. voor de schutterij op Curagao, ten aanzien van vrijstellingen en ge- wone of verhoogde contributien.
waarbij wordt verklaard, dat het wettiglijk over- dragen van gronden op Aruba geen inbreuk maakt op de voortduring van het regt, dat het Gouvernement tot dus ver op het aldaar groeïjend verwhout heeft gehad.
waarbij, in afwachting van bevelen van hooger hand, bepaald wordt, dat een ieder mag blijven voortgaan met het bebouwen van de tot dus ver door hem bebouwde publieke gronden.
houdende bepaling van de wijze, waarop de ar- mengelden, bij de administrative takken des
bestuurs geïnd wordende, zullen worden ver- deeld. |
houdende nadere wijziging van de gewone contri- butie tot instandhouding der korpsen schut- terij, en bepaling van de wijze, waarop deze en de verhoogde contributie kunnen worden aangezuiverd.
waarbij wordt afgekondigd die van het Gouver- nement-Generaal, dd. 17/18 Julij 1840 ne. 7, houdende bepalingen omtrént den termijn, binnen welken van vonnissen, ter eerste in- stantie bij de regtbanken te Curagao, St. Husta- tius en St. Martin gewezen, appel aangetec- kend en dat appel voor het geregtshof in
|_ Suriname vervolgd moet worden.
LE
da
.
hd el el
oorloop ende nommers.
JAARTAL.
ENA ODD.
232
233
284
236
237
238
239
240
Publicatie,
Idem,
ISAL.
Publicatie,
Idem,
Idem,
Idem,
Idem,
1842.
Publicatie,
Idem,
Dr A nn zt NE SENT E70 AE NN CRD NEST" ISS TATTER CAREER IT
houdende afkondiging van die van het Gouver- nement-Generaal, dd. 3/4 Augustus 1840 n°. 10, waarbij de bepalingen der nieuwe wetgeving voor het Koningrijk der Neder- landen, met betrekking tot de meerderjarig- heid, van toepassing worden gemaakt voor de Nederlandsche West-Indische Bezittingen.
waarbij , met authentieke uitlegging van art. 29 van het regerings-reglement voor Curagao en onderhoorige eilanden, dd. 20 Novem- ber 1833, de reetbank op Curagao wordt be- voegd verklaard, om ook op verzoeken om brieven van relief, behoudens hooger beroep, regt te spreken. |
houdende nieuwe verordeningen on@%rent de an-
kergelden, op de onderhoorige eilanden Bonaire en Aruba te betalen.
strekkende ter opheldering en verduidelijking van het beginsel, aangenomen omtrent vergoeding van schade, door vee aangebragt.
houdende eenige nadere bepalingen omtrent de toelating tot het oprigten en houden van apothekers-winkels, en het slijten of in het klein verkoopen van geneesmiddelen.
houdende afkondiging van die van het Gouver- nement-Generaal, dd. 8 Mei 1841 ne. 7, waarbij wijzigingen zijn gebragt in de pu- plicatie, ter beteugeling van feitelijke geweld- dadigheden.
houdende bepalingen omtrent de aangifte van het wegloopen en omtrent de behandeling , voeding en kleeding van slaven op Bonaire en Aruba.
houdende ampliatie van de strafbepaling tegen veedieverij op Aruba.
waarbij de belasting op den verkoop van vreemde vaartuigen wordt gewijzigd en geregeld naar
DONKERE
XXV
Es 8 5 JAARTAL. Sg A 241| Publicatie, 242 Idem, 2418 Idem, 244 Idem, 245 Idem, 246 Idem, 247 Idem, 1S43. 248| Publicatie, 249 Idem, | 250} Publicatie, 251 Idem,
INHOUD.
eenn DH heee
de tonnemaat, en tevens de wijze van berc- kening dier maat wordt vastgesteld.
houdende verordeningen op het procederen tot ontruiming van woningen, werk- of berg- plaatsen of van erven of landerijen van geringe huurwaarde.
houdende nadere bepalingen op het voltrekken van huwelijken op de aan Curagao onderhoo- rige eilanden Bonaire en Aruba.
waarbij bepaald wordt, dat tot het houden van logementen of daarmede gelijk staande inrig- tingen op Curagao, geene permitten meer zul- len benoodigd zijn.
waarbij wordt bekend gemaakt, dat, bij den afstand in eigendom van gronden op het eiland Aruba, 's Rijks regt wordt voorbehouden op
de mijnen, welke eventueel mogten worden ontdekt.
waarbij wordt gewijzigd het 8ste artikel van het reglement voor het Lazarus- en krankzinnigen- huis, dd. 11 December 1830, voor zoover betreft het onderhoud van aan Lepra lijdende slaven.
bepalende den inhoud der schepelmaat.
houdende bepaling van het uur, tot hetwelk de drankwinkels op het eiland Aruba mogen open blijven.
nader bepalende den inhoud der schepelmaat.
Ek 5 A bais AR 4 ee, DAE AE BOUUENGG CU 0 HEEE VOO Zi ait SCH omtrenc hd
den burgerlijken stand.
houdende bepaling van eenige commissie- en taxatieloonen.
waarbij wordt bekend gemaakt die van het Gouvernement - Generaal, dd. 5 December 1843, houdende afkondiging van ’s Konings besluit van 12 September van dat jaar ne. 43,
257
258
259
262
263
1844. Publicatie,
Idem, Idem,
Idem,
Notificatie, Publicatie,
Idem,
Idem f
1845.
Notificatie,
Idem,
Publicatie ,
Idem,
INHOUD.
omtrent het uitvaardigen van kleine keuren en verordeningen van policie.
waarbij het houden van quarantaine op nieuw wordt vastgesteld en geregeld. En
houdende invoering van een gewijzigd belasting- stelsel op Curagao, Bonaire en Aruba.
waarbij nadere bepalingen worden gemaakt, ter wering van besmettelijke ziekten.
waarbij wordt ingevoerd de belasting op huis- bedienden, aangekondigd bij publicatie van den 26sten Maart 1844 n°. 5,
houdende maatregelen, om de koepokinenting zoo veel mogelijk te bevorderen.
betreffende nieuwe verordeningen op het houden van drankwinkels.
waarbij wordt afgekondigd die van het Gou- vernement-Generaal, dd. 4/6 Julij 1844 ne. 4 „« betrekkelijk het verleenen van uitsluitende regten op uitvindingen, invoeringen en ver- beteringen van voorwerpen van kunst en volksvlijt in de Nederlandsche West-Indische bezittingen.
waarbij de grootte van het koloniaal vat, ter uitmeting van zout, in Nederlandsche inhouds- maat bepaald wordt.
houdende verbod tegen het uitbouwen van balcons, stoepen, enz. uitkomende aan de straat.
waarbij voor kustvaarders een uiterlijk kentee- ken wordt vastgesteld.
houdende straf bepalingen tegen overtredingen van algemeene verordeningen.
waarbij wordt afgekondigd ’sKonings besluit van den 9den April 1845 ne, 8, betrekkelijk
PL!
XXVII
nommerse.
D
JAARTAL.
INHOUD.
264
265
266 267
_268
273
274
Publicatie,
1S46.
Notificatie ,
Idem, Extract
Publicatie,
Notificatie, Idem,
Publicatie,
Notificatie ,
Extract
Idem
de administratieve afscheiding van de kolonie Suriname van Curagao en de overige Neder- landsche West-Indische eilanden.
waarbij verordeningen worden daargesteld om- trent het weïden van vee op de publieke gronden - te Bonaire en Aruba.
houdende bepalingen omtrent het toelaten, op Curagao en onderhoorige eilanden, van be- eedigde translateurs.
houdende daarstelling van een publicatie-blad,
uit het journaal van den gezaghebber van Curagao en onderhoorigheden, betreffende de preferentie van inschrijvingen bij den verkoop van voort- brengselen van die bezittingen.
waarbij wordt bekend gemaakt 's Konings be- sluit van den 29sten October 1845 n°. 72, bepalende de waarde der 5 francsstukken.
houdende nieuwe bepalingen omtrent het luiden van klokken.
betreffende de zamenstelling eener schoolcom- missie op Curagao en onderhoorigheden.
houdende nieuwe verordeningen omtrent het weiden van ‘vee op de publieke gronden te Bonaire en Aruba, enz.
houdende bepalingen omtrent het losloopen langs de wegen van stieren en merries.
uit het journaal van den gezaghebber van Curagao en onderhoorigheden, betreffende schadeloos- stellingen en reis- en verblijfkosten, toe te kennen aan ambtenaren en officieren, die in dienst van het Gouvernement reizen.
uit het journaal van den Gezaglfebber van Curagao en onderhoorigheden, houdende bepalingen ten aanzien van overplaatsingen van leden van de schutterij en den landstorm.
XXVIII
!
JAARTAL. | ENHODUD DD,
oorloopende nommers.
IS4S.
275| Extract [uithet journaal van den Gezaghebber van Curagao en onderhoorigheden, houdende nadere vast- stelling van de gelegenheid tot het verwerven van gr ratie, bij het 2de lid van art. 79 van het reglement op de militaire regtsvleging in de Nederlandsche West-Indische bezittingen aan den ter dood veroordeelde toegekend.
276| Publicatie, [houdende invoering van het reglement op het
beleid der regering in de kolonie Curagao en onderhoorigheden.
277 Idem, bevattende bepalingen ter verzekering van de uitvoering van het nieuwe reglement op het
beleid der regering in de kolonië Cwuragao en onderhoorigheden. bd
278| Beschikking, (dd. 25 Julij 1848 ne. 310, houdende bepaling van een onderscheidingsteeken voor den procureur des Konings, ingeval hij als com- missaris van policie moet ageren.
279} Publicatie, [houdende afkondiging van ’s Konings besluit, dd, 7 Junij 1848 n°. 58, betrekkelijk het uit- schrijven van dank-, vasten- en bededagen op Curagao en onderhoorigheden.
280 Idem, houdende bekendmaking van ’s Konings besluit, dd. 2 Julij 1848 ne. 80, waarbij wordt vermin- derd de belasting op den verkoop van vreemde vaartuigen aan ingezetenen van Cwragao en onderhoorigheden.
281 Idem, waarbij wordt bekend gemaakt 's Konings besluit, dd. 15 Julij 1848 n°. 71, houdende intrekking van de bepaling, volgens welke een recognitic- geld wordt gevorderd van hen, die het burger- schap van St. Martin (Ned. gedeelte) ver krije gen.
282| Beschikking {van den 11den December 1848 n°. 507, betref- fende de invoering, op Curagao en onder- hoorigheden, van het reglement op het verleenen van pensioenen aan burgerlijke ambtenaren, enz., vastgesteld bij 's Konings besluit, dd. 7 October 1848 no. 72,
XXIX
v
"5
5 £
9'É | JAARTAL. INHOUD.
5 8
os
Er ht did nn ED BEEN SEE EEEOEN e 1549.
283| Beschikking |van 19 Januarij 1849 ne. 24, waarbij gearres-
284
285
286
287
288
289
292
teerd wordt eene instructie voor de brigade koloniale marechaussée te voet op Curagao.
Publicatie, [betreffende de jurisdictie over de brigade kolo-
Idem,
Idem,
Idem,
Idem,
Idem,
Idem,
Notificatie,
Publicatie ,
niale marechaussée.
waarbij worden bekend gemaakt eenige bepalin- gen, voorkomende in het, bij 's Konings besluit van 1 November 1848 n°. 84, vast- gestelde reglement op de pensioenen en gage- menten voor de Europesche militairen, be- hoorende tot de landmagt in de Nederland- sche Overzeesche bezittingen, en voor hunne weduwen of weezen , enz.
waarbij voor Curagao een nieuw reglement op den in-, door- en uitvoer van koopman- schappen wordt vastgesteld.
houdende opheffing van het vuur- en bakengeld en van de belasting op den verkoop van vreemde vaartuigen, en vermindering van de* kosten van gezondheidspassen.
waarbij wordt vastgesteld, dat de zeebrieven weder gedurende 12 maanden geldig zullen zijn.
waarbij, in het belang vân de koloniale kas, _ eene wijziging wordt gebragt in het emolument van den waag- en roeimeester op St. Martin, bij den uitvoer van zout.
houdende bepalingen omtrent den invoer, het schutten en landwaarts indrijven van vreemd rund- of hoornvee.
houdende bepalingen ter voorkoming van de verspreiding van besmettelijke ziekten onder het vee. |
waarbij wordt bekend gemaakt de wet van 26 Mei 1849, tot het onvervreemdbaar ver- klaren van militaire pensioenen en gage- menten.
pe 24 pá
JAARTAL. |. INHOUD.
oorloopende nommers.
293| Publicatie, |waarbij, als voorzorgsmaatregel tegen de Cholera, bepalingen worden vastgesteld ten aanzien van het luchten, uitslaan en bewaren van huiden, vellen, enz.
294 Idem, waarbij worden gewijzigd art. 27, 28 en 29 van het reglement op den in-, door- en uitvoer van koopmanschappen op Curagao.
295| Idem, houdende alteratie der bepalingen , vervat in art. 24, in verband metart. 2 $ ce, van het | | reglement omtrent het burgerregt.
296 Idem, waarbij eenige kwitantien, In den handel afgege- ven, van den impost op het klein-zegel worden vrijgesteld.
297 Idem , houdende authentieke interpretatie van de 5de | afdeeling der publicatie van den; Gouverneur van St. Eustatius, St. Martin en Saba, dd. 21 April/1 Mei 1826. 1850. |
… 298| Publicatie, |waarbij al de kosten op de manumissie van slaven op Curagao en onderhoorigheden wor- den opgeheven.
299| Notificatie, |betreffende het lossen enz. van huiden- en gei- ten-vellen in de Willemstad, aan de Over- zijde, op Scharlo en op Pietermaai.
300f Idem, omtrent het vuren met zwaar geschut door ‘ oorlogschepen, die de haven van Curagao binnenkomen.
301 | Publicatie, [waarbij die van den 20/23 Januarij 1849 no. 2, | betreffende de jurisdictie over de brigade Í koloniale marechaussée te Curagao, op de Í | _ enderhoorige eilanden Sf. Martin en St. | Eustatius van kracht wordt verklaard.
302| Beschikking |van den 26sten April 1850 ne. 182, houdende goedkeuring en bekrachtiging van de voor- vaarden, waaronder de naamlooze maat- schappij, onder de benaming van Curagaosche Pakketvaartmaatschappij, is opgerigt.
Re EET
XXX
WW Ik, 5 &: og © = E so os a
‚908
301
_305 306 | 307 bee
309
310
JAARTAL.
Publicatie,
Idem,
Idem,
Idem ,
Notificatie,
Publicatie,
Notificatie,
1S51.
Publicatie,
INHOED
houdende ‘mededeeling van ’s Konings besluit, dd. 18 Maart 1850 ne. 52, waarbij wordt bepaald het kostuum van den Gouverneur van Curagao en onderhoorigheden, wanneer . die waardigheid door eenen burgerlijken amb- tenaar wordt bekleed, alsmede dat voor de leden van den Kolonialen Raad.
houdende mededeeling van ’s Konings besluit, dd. 25 Maart 1850 n°. 75, waarbij eenige bepalingen zijn vastgesteld ter regeling van de ‘transitoïire quaestien, welke zich hebben voorgedaan bij de invoering van het nieuwe pensioenreglement.
houdende uitvaardiging van eenige artikelen der wet van 12 April 1850, tot vaststelling van het brievenport en tot regeling van de aan- gelegenheden der brievenposterij.
houdende bekendmaking van het Koninklijk besluit, waarbij sommige artikelen van het vigerend burgerlijk pensioenreglement worden opgehelderd en gewijzigd.
houdende bepalingen omtrent het afbranden van gras, riet, kreupelhout, enz. op de plantagien en gronden, gelegen in het N ederlandsche gedeelte van Sé. Martin.
waarbij worden gewijzigd art. 16 en 24 van/ die, dd. 1e. Februarij 1844 no. 2, Slang tende bepalingen op het houden van quaran- taine.
waarbij die, dd. 25/27 Februarij 1850 n°. 8, tijdelijk buiten werking wordt gesteld, en eenige bepalingen worden gemaakt omtrent het uitspreiden en uitslaan van huiden of geïten- vellen en het te koop aanbieden van bedorven of. schadelijke waren.
houdende bekendmaking van het Koninklijk besluit, dd. 26 September 1850 n°. 39, waar- bij art. 19 van het reglement op het ver-
XXXII
‘ater ij ANDERE BNN NEE AIA ROLAIN REC E HSE DEETEN REREESTENP TVN INA SIN AEEA MN PETE
JAARTAL. INA RD.
Doorloopende nommers
leenen van uitsluitende regten op uitvindingen, invoeringen en verbeteringen van voorwerpen
van kunst- en volksvlijt in de Nederlandsche
West - Indische bezittingen, wordt geamplieerd
en gewijzigd.
811} Publicatie, [waarbij bepalingen worden vastgesteld omtrent _
het houden van quarantaine op St. Eustatius.
312 Idem, houdende aanvulling en wijziging van die, dd. 17/23 Julij 1850 ne. 11, waarbij zijn uit- gevaardigd eenige artikelen der wet van den 12den April 1850 (Staatsblad n°, 15), tot vast-
stelling van het briefport, enz.
313 Idem, houdende bekendmaking van ’s Konings besluit, dd. 9 Junij 1851 ne. 64, waarbij goed- keuring verleend wordt op ‚de publicatie, dd. 4/10 December 1850 ne. L4, strekkende tot wijziging van de bepalingen der wet van 1844 op het houden van quarantaine.
314 Idem, houdende bekendmaking van ’s Konings besluit, dd. 28 Junij 1851 ne. 57, bij hetwelk is goedgekeurd de publicatie van den 24sten December 1849 neo. 17, houdende authentieke interpretatie van de 5de afd. der publicatie van den Gouverneur der eilanden St. Eustatius, St. Martin en Saba, dd. 21 April / 1 Mei 1826,
OLE: beata
NB. De aan deze verzameling ontbrekende publi- catien zijn niet meer van kracht.
Ee A NAE REEN ET; zat en 5 Jar = < ERE AEL De EERE EDR Epe 1 ER Per se
: 5 5 PP Rd „2 kn es her rin 4
te 1816,
No, dl. rn ee |
> PUBLICATIE. (*) a
De Vice-Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden van Policie
van Curacao en onderhoorige eilanden. Allen dengenen, die dezen zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten : BI de |
“_ Dat bij het 73ste artikel van het reglement op het beleid van de regering, het justitiewezen, den handel en scheepvaart dezer kolonie- het volgende bepaald is, namelijk:
1e. dat bij het middel van -de 50ste penning op de alienatie van vaste goederen, tot voorkoming van fraude zal worden. ge- öbserveerd:-… "pit eee er RE td a. dat geene contracten wegens-donatien of verkoop van vaste goederen anders dan geregtelijk zullen mogen “worden gepasseerd; b. dat wanneer er geen koopschat betaald is, de goederen zul- len worden getauxeerd, en naar die tauxatie de belasting betaald; €. dat wanneer huizen met meubelen of gronden met negers en beestialen worden verkocht, van alle de 50ste penning zal varden VOTGRRAJE ENT obal __d. dat wanneer huizen, tuinen of gronden afzonderlijk worden “verkocht het vrij zal staan, om de meubelen en negers of beestia- len bij publieke vendu, doch niet, anders te verkoopen; go, dat het hoofdgeld zal worden betaald in dezer voege: A. van negers, negerinnen en kinderen, welke tot den land- bouw en veekralen gebruikt worden, ter somma van 8 realen. B. van de overige negers en negerinnen: a. van eenen ambachtsslaaf 3 pezos; _b. van vrije lieden en blanken, die in gedurigen dienst zijn en niet alleen tot ambachten, maar ook als sjouwers, schippers of pontvaarders gebruikt worden 8 pezos;
C. van huisbedienden, hetzij vrije of slaven:
TT on
_(*) In deze en de volgende publicatien enz. is de oude spelling door de tegenwoordige vervangen.
Ie
1816. Ne, 1,2 en3.
a. die eenen, twee of drie bedienden hebben, 2 pezos per stuk ; b. die vier, vijf of zes bedienden hebben, 3 pezos per stuk; c. die zeven, acht of negen bedienden hebben, 4 pezos per stuk. En zal bij wanbetaling van de eene of andere perceptie, bij parate executie het verschuldigde moeten worden ingevorderd. Aldus gearresteerd in de Raadsvergadering, gehouden op het Gouvernementshuis binnen het fort Amsterdam te Curacao, den 5Sden Maart 1816, het eerste jaar Zijner Majesteits Regering. De Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd, (get.) A. Kikkert. Ter ordonnantie van dezelve, (get) W. PRINCE, Secretaris. Gepubliceerd dato ut supra. ek _ (get) W. Prior, Secretaris.
%
No, 2, A | PUBLICATIE.
Wij Albert Kikkert, Commandeur van de Militaire Willems- orde, Vice-Admiraal in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, Gouverneur-Generaal van Curacao en onderhoorige eilanden Bonaireen Aruba, en Generaal en Admiraal en Chef over de land- en zeemagt aldaar, enz., enz., enz. 7
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: | /
Dat de secretarissen van den Raad van Policie en van den Raad van Civile en Criminele Justitie op dit eiland, respectivelijk bevoegd en geregtigd zijn het ambt van notaris op dit eiland waar te nemen ; zullende dus alle acten en documenten voor en door hun in die qualiteit volgens de wetten gepasseerd en geteekend, volkomen kracht en waarde moeten hebben. |
Gedaan op Curacao, den 7den Maart 1816, het derde jaar Zijner Majesteits regering. ee
(get) A. KikKERT.
Ter ordonnantie van Zijne Excellentie, (get) W. PRINCE, Secretaris. Gepubliceerd dato ut supra. (get) W. PRINCE, Secretaris.
No. 3.
PUBLICATIE.
Wij Albert Kikkert, Commandeur van de Militaire Willems-orde, Vice-Admiraal in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Neder- landen, Gouverneur-Generaal van Curacao en onderhoorige eilan-
v
1816. N°. 3 en 4. 3
der Bonaire en Aruba, en Generaal en Admiraal en Chef over de lafd- en zeemagt aldaar, enz., enz., enz. Allen dengenen, die dezen zullen zien of hooren lezen, salut ! doen te weten: | Nademaal de nommers van vele huizen afgenomen en van ande- ren verouderd en onduidelijk geworden zijn, zoo wordt een ieder bij deze aangezegd, om het nommer van het huis hetwelk hij be- woont op te zetten „te vernieuwen en duidelijk te maken. Gedaan op Curacao, den 9den Maart 1816, het derde jaar Zijner Majesteits regering. | | | en (get) A, KIKKERT. Ter ordonnantie van Zijne Excellentie, (get) W. PRINCE, Secretaris. Gepubliceerd dato ut supra. 7 Di ds | _ (get) W. Prince, Secretaris. No, 4. | Ae EEn PUBLICATIE. Wij Albert Kikkert, Commandeur van de Militaire Willems-orde , Vice-Admiraal in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Ne- derlanden, Gouverneur-Generaal van Curagao en onderhoorige eilanden Bonaire en Aruba, en Generaal en Admiraal en Chef over de land- en zeemagt aldaar, enz., enz., enz. __ Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut ! EE doen te weten : | : | Dat Wij goed en noodig geoordeeld hebben dit eiland op de volgende wijze in wijken, divisien en districten te verdeelen, te weten : _ De Willemstad, de Overzijde en Pietermaaij zijn in de volgende wijken verdeeld, als: | ek _ Willemstad. mi Wijk ne, 1 bestaat uit de huizen aan de waterkant, die beoos- ten en bewesten de Heerenstraat en in de Keukenstraat. Wijk ne, 2 de huizen aan de Breedestraat en aan de Joden- straat. S
Wijk no, 3 de huizen aan de Windstraat en de Joden- Kerkenstraat.
Wijk ne. 4 aan de Kuiperstraat en Princestraat. | __ De Overzijde. Wijk ne. 1 bestaat uit.de huizen aan de noordzijde der Breede- straat van de waterkant af tot aan het huis n°. 25, en van daar
4 1816. Ne. 4.
noordwaarts loopende tot aan het Schottegat, zoodat al de huizen daar beoosten liggende tot deze wijk behooren. | ae Wijk n°. 2 van het huis n°. 26 west- en noordwaarts loopende.
Wijk n°. 3 de huizen aan de zuidzijde van de Breedestraat tot aan n°. 62, van daar zuidwaarts, bevattende de huizen aan de oostzijde van de Steeg tot aan de Conscientiesteeg en vervolgens al de huizen ‘aan de noordzijde van de laatstgemelde steeg tot aan de waterkant. d
Wijk n°. 4 al de huizen gelegen zuidwaarts in en van de Conscientiesteeg, van het begin en einde derzelve tot aan het binnenwater de Kreek. _ Hen A
Wijk n°, 5 al de huizen aan de zuidzijde van de Breedestraat van n°. 63 naar het westen, en van voornoemd nommer zuidwaarts tot aan het binnenwater de Kreek, bevattende de huizen, die gelegen zijn bewesten de steeg naar het voormelde binnenwater loopende. |
j _ Pietermaaij. ; Wijk ne. 1 al de huizen zuid- en noordwaarts van de Straat tot aan n°. 34 en 177, |
Wijk n°. 2 de huizen zuid- en noordwaarts van de Straat be- ginnende met nos. 35 en 75 en eindigende met nos. 71 en 152.
Wijk no. 3 de huizen gelegen zuid- en noordwadtts van den gemeenen weg van Vianen, beginnende met nos. 72 en 140, zijnde deze wijk noordwaarts gescheiden door den gemeenen weg, beginnende van de hoek van den berg Altena oostwaarts tot aan het einde van dien weg, zoodat al de huizen bezuiden dien weg liggende tot deze wijk behooren. —_ ee
Wijk ne. 4 al de huizen gelegen op den berg Altena noord- waarts den laatstgemelden gemeenen weg tot scheiding dezer beide laatstgemelde wijken strekkende.
Het voormalig district Scharlo zal een wijk uitmaken.
Over ieder wijk zal een daartoe aangesteld persoon onder be- naming van wijkmeester het opzigt hebben. En
De pligten en werkzaamheden van ieder wijkmeester worden bij de voor dezelve te makene reglementen of instructien bepaald.
De thans plaats hebbende verdeeling van het overige gedeelte des eilands in divisien en districten blijft stand grijpen.
De Oost-divisie begint van de oostpunt en eindigt westwaarts aan den berg Altena en van gemelden berg Altena tot aan de zuid- en noordkuêt van het eiland, bevattende dus al de landen, plantagien en tuinen, beoosten die streek gelegen.
De West-divisie begint van den Kleinen-Berg, bevattende al de
NC e RDL AE, t
ie
hed
1816. N°, 4. ì
landen, plantagien en tuinen bewesten de„zuid- en noordkust van dien.
De Middel-divisie bestaat uit al de landen, plantagien en tuinen, gelegen tusschen de Oost- en West-divisien, behalve de stad en den omtrek derzelve. | |
De bovengemelde divisien zijn in districten en wel op de vol- gende wijze verdeeld, als: Oost-diwvisie.
Iste district van de oostpunt tot aan de plantagie Ronde-Klip en van daar zuidwaarts tot aan de plantagie Uilenburg, beide inclusief.
9de district van de Ronde-Klip en Uilenburg westwaarts tot aan de plantagien Brievengat en de Coraal, beide laatste in- clusief. |
3de district van het Brievengat en de Coraal westwaarts tot aan de plantagien de Noordkant en Groot-Kwartier en aan den berg Altena, beide laatstgemelde plantagien inclusief.
West-divisie.
1ste district van de westpunt tot aan de plantagie Kabrieten- berg (alias) Barber en van daar zuidwaarts tot aan de plantagie Groot-St.-Martha, beide inclusief. |
2de district van de plantagien Kabrietenberg (alias) Barber oostwaarts tot aan de plantagie Assencion, van daar naar het zuiden door den gemeenen weg tusschen Porto-Marie en St.-Se- bastiaan loopende tot aan de plantagie St.Marie (alias) Rif, zijnde de plantagien Assencion en. St.-Marie in dit district begrepen.
3de district van de plantagien Assencion en St.-Marie oost- waarts tot aan den Kleinen-Berg. | |
Middel-divisne — ee
Iste district van de plantagie Groot-Kwartier tot aan de plantagie Kattenberg inclusief; wordende dit district door den gemeenen weg van het zuiden naar het noorden van het volgende district gescheiden.
2de district al de landen, plantagien en tuinen, die bewesten en bezuiden den overzeiden weg gelegen zijn. be
Over ieder district zal een daartoe aangesteld persoon onder be- naming van districtmeester het opzigt voeren ; wordende de plig- ten en werkzaamheden der districtmeesters bij de instructien en reglementen voor dezelve te maken bepaald.
Gedaan op Curagao, den 16den Maart 1816, het derde jaar Zijner Majesteits regering.
(get) A. KikkKERT. Ter ordonnantie van Zijne Excellentie, | (get) W. Prince, Secretaris. Gepubliceerd dato ut supra. (get) W. PRINCE, „Secretaris.
6 1816. Neo. 5. No, 5.
Le
PUBLICATIE.
Wij Albert Kikkert, Commandeur van de Militaire Willems- orde, Vice-Admiraal in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, Gouverneur van Curagao en onderhoorige eilan- den Bonaire en Kaka: en Generaal en Admiraal en Chef over de land- en zeemagt, enz. , enz. , enz.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut!_
doen te weten :
Nademaal het voor Ons zeer noodig is van de bevolking en van het getal der -huizen, plantagien, tuinen en vee van allerlei aard kennis te dragen en naardien dit eiland in wijken en districten verdeeld en over ieder wijk en district iemand aangesteld is, om volgens zijne instructie de opneming te doen:
Zoo is het dat Wij goedgevonden hebben te decreteren, gelijk gedecreteerd wordt bij deze:
1°, dat een ieder, zoo dikwijls en in diervoege als zulks van hem gevraagd wordt, gehouden zal zijn aan den wijk- of district- meester van die wijk of dat district, waarin hij woonachtig is, getrouwelijk en zonder eenige achterhouding het getal van zijn huis- gezin , waaronder begrepen worden bedienden : zoo wel vrijen als slaven, alsmede het getal vee van allerlei aard, ieper hij bezit, op en aan te geven ;
2e, dat degene die in gebreke blijft de hem afgevraagde op- gaaf naar waarheid te doen, niet alleen in eene boete van vijf en twintig pezos van achten vervallen, maar bovendien nog ver- beuren zal hetgeen door hem verzwegen wordt;
„30, dat een derde van de voorzeide boete en van het provenu van het verzwegene zal zijn voor den aanbrenger en de twee andere derden ten profijte van den lande;
40, dat een ieder het nommer van het huis hetwelk hij be- woont, op eene zigtbare plaats aan hetzelve zal hebben op te zetten, en zulks verzuimende, zal “hij zestien realen verbeuren ten profijte van den wijkmeester, door wien het nommer zal worden opgezet.
Gedaan op Curagao, den 18den Maart 1816, het derde 3 Jaar
Zijner Majesteits regering. ‚ (get) A. KIKKERT. Ter ordonnantie van Zijne Excellentie, (get) W. PRINCE, Secretaris. Gepubliceerd dato ut supra. (get) W. Price, dasmatorin
MN, 1
BMD
iste Neb 7 No, 6
legie van Commercie- en Zeezaken op het eiland Curagao.
Art. 1. |
Dit Collegie zal te zamen gesteld zijn uit twee leden geaccredi- teerde kooplieden, gepresideerd door een lid van den Raad van Policie, voor de eerste reize door den Gouverneur-Generaal te benoemen en voorts door denzelven te elegeren uit een tripel getal door den Raad van Policie te formeren ingevolge artikel 64 van het reglement op het beleid van de regering op dit eiland.
Art. 2.
Dit Collegie zal jugeren over alles wat betrekking heeft tot commercie en navigatie, namelijk over alle quaestien van vrach- ten, assurantien, avarijen , rafractien , lossen en laden van sche- pen, leverantien van schepen en generalijk over alle quaestien tusschen reeders, schippers en zeelieden over zaken tot die be- trekkingen specterende, alsmede tusschen kooplieden en make- _ laars, over hef stuk van commercie en navigatie, alles ingevolge artikel 65 van het gemelde reglement.
Art. 3. | Voor dit Collegie zullen geen praktizijns worden toegelaten. Art. 4. |
Alle quaestien beneden de drie honderd gulden of wel een hon- derd en vijftig pezos van achten, zullen de plano worden afgedaan.
zaad ber VEEL NRO
Van alle quaestien boven de drie honderd gulden of wel 150 pezos van achten, zal appel toegelaten worden aan den Raad van Policie,
Art. 6.
Het appel zal binnen den tijd van acht dagen moeten worden geiaterjecteerd en dadelijk vervolgd worden.
Art. 7. | |
Dit Collegie zal mede kennis nemen over kleine zaken, berieden de f 150 of 75 pezos van achten, ofschoon dezelve van geen com- mercielen aard mogen zijn.
Art. 8.
Alle dagvaardingen voor dit Collegie moeten door den geregts- bode van hetzelve drie maal vier en twintig uren voor den regtdag geëxploiteerd worden.
Art. 9. Geene acten van defaut zullen voortaan worden afgegeven tenzij
REGLEMENT op de manier van procederen voor het Col-
"& é » kb
5 | 1816. Ne. 6.
op verzoek van partijen, zullende de secretaris van alle verleende defauten aanteekening op de rol houden. | Art. 10, Geene posten zullen langer dan twee malen op de rol mogen opengehouden worden. Bn Arkoals:
Ingeval noch eïischer noch gedaagde compareert, zal de dag- vaarding gehouden worden als niet gedaan te zijn, en de instantie zal ter rolle worden uitgestreken, waarna het aan den eischer zal vrijstaan, de zaak met eene nieuwe dagvaarding te beginnen.
Art. 12. Ingeval de eischer ten dienende regtdage niet verschijnt, en de gedaagde gecompareerd zijnde, zal tegen den eischer verleend wor-
den comparuit en den gedaagde van de instantie geabsolveerd ,
zonder dat. de gedaagde daartoe eenig verzoek behoeft te doen; met condemnatie van den eïischer in de kosten aan den gedaagde ‚onvermijdelijk veroorzaakt, welke kosten de gedaagde op ver- beurte van zijn regt, terstond zal moeten opgeven om door het Collegie te worden begroot en in het vonnis te worden uitgedrukt.
j Art. 15 Pd
Wanneer integendeel de eïscher wel verschijnt en de #edaagde niet, zal het Collegie, indien de geëischte somma minder is dan f 300 of Ps. 150 kapitaal, terstond van de zaak kennis nemen, en op de stukken die de eischer tot bewijs zijner vorderingen zal overleggen, zoodanig regt doen als bevonden zal worden te be- hooren; wordende de gedaagde in dien gevalle hetzij de eiïsch geadjudiceerd of ontzegd wordt, in de kosten gecondemneerd, welke in het vonnis zal worden vermeld,
Art. 14
Indien de geëischte somma f-300 of Ps. 150 of daarboven bedraagt of het geëischte in geen bepaalde geldsomma bestaan- de, zal aan den eischer verleend worden het eerste defaut, en de gedaagde zal voor de tweede maal moeten gedagvaard worden, zonder dat hiervoor eene nieuwe citatie vereischt wordt, maar de bode zal aan den gedaagde drie maal vier en twintig uren voor een volgende regt wederom overleveren een tweede kopij van de eerste dagvaarding met bijvoeging alleen » A .... dagvaart voor de tweede en laatste maal B . . . …/ en daarvan op de acte der eerste citatie melding maken als volgt: Den gedaagde de tweede en laatste maal gedagvaard tegen aanstaande Dingsdag den. .....
en de tweede kopij citatie geëxploiteerd of overgeleverd aan N. N. hetwelk relatie enz.
innn
ne
1816. Ne. 6. 9
| <: Art. 15. De gedaagde op de tweede dagvaarding niet comparerende, zal
het Collegie op de overgelegde stukken regt doen. zÒ | | Art. 16. | Alle vonnissen van namptissement worden na behoorlijke ver-
tooning en voorafgaande sommatie en renovatie ter executie gelegd
zonder dat daarop eenige executoire zal behooren verzocht te
worden. Art. 17,
De definitive vonnissen zullen alleenlijk vertoond worden met af- vraging van voldoening en zulks niet volgende noch daarvan binnen den bij art. 6 bepaalden tijd geappelleerd zijnde, zal de succom- bant dadelijk voor dit Collegie op executie gedagvaard worden, zonder dat er eenige sommatie of renovatie noodig zij.
| | Art. 18.
In alle vonnissen zullen de kosten in welke de partij verwezen is, worden uitgedrukt, zullende het Collegie dezelve staande rolle moeten tauxeren. | Art. 19.
Ingeval de gedaagde in gebreke blijft te verschijnen en ver- schenen zijnde, zijne handteekening onder het document waaruit geageerd wordt niet erkennende zal het verzochte namptissement geaccordeerd worden, maar indien de gedaagde zijne handteeke- ning erkent zal het Collegie naar bevinding namptissement ver- leenen of de zaak definitief uitwijzen.
AAE AERON Wbs Be ERS Art. 20. 7 In zaken beneden f 300 of Ps. 150 zal geen namptissement verleend worden, maar de zaak op de eerste citatie, hetzij de gedaagde compareert of niet ten principale worden gedecideerd. Art. 21,
Bij het exploiteren van de eerste citatie zal de bode aan den gedaagde moeten afgeven kopij van alle documenten waarop de eisch gefundeerd is en de gedaagde zoodanige stukken niet ont-
vangende, zal hij het regt hebber, ten dienende regtdage kopij
der door den eischer overgelegd wordende stukken te verzoeken en doch per naaste om zijne defensie te doen, hetwelk hem ge- daagde niet zal mogen geweigerd worden.
en | Art. 22.
Iemand gearresteerd zijnde , zal binnen drie maal vier en twintig uren na het exploiteren van het arrest redenen daarvan moeten gegeven worden, zullende het aan den gearresteerde, die binnen voorzeiden tijd niet gedagvaard is geworden om het arrest te zien
am he
10 1816. ‚N°. 6.
verklaren van waarde, vrijstaan om na verloop van dien tijd den arrestant op te roepen om alsnog redenen van het arrest op te geven of om hetzelve te zien verklaren nul en van geene waarde en mitsdien kosf en schadelooze ontheffing van hetzelve.
Art. 28.
Indien de arrestant redenen van het gedaan arrest komt te geven , zal men verder voort procederen zoo des behoort. | Art. 24.
In cas van interdict zal geprocedeerd worden zoo als ten opzigte van arrest bepaald is. | : Art. 25.
Temand van een vonnis van hetwelk voor den Raad van Policie appel valt willende appeleren zal zich binnen den bij art. 6 bepaalden tijd van acht dagen na de pronunciatie van het vonnis het appel door den secretaris van opgemelden Raad van Policie, die in dit Collegie provisioneel assisteert doen aan- teekenen; zullende hij secretaris geen appel aannemen van pro- visionele of interlocutoire vonnissen, noch van vonnissen bij defaut of contumacie gewezen; indien echter een zoodanig vonnis ten definitieve irreparabel ware, zal het appel aan den president en een der leden van dit Collegie moeten verzocht worden, die naar bevinding hetzelve zullen toestaan of ontzeggen. 4
Art. 26. d
Een vonnis van executie tegen iemand geobtineerd zijnde, zal hetzelve aan dengenen tegen welke het gewezen is, vertoond wor- den, met afvraging van voldoening, en daaraan in gebreke blij- vende zal de succombant na verloop van vier en twintig uren vertoo- ning gesommeerd en vervolgens na evenveel tijd gerenoveerd wor- den, en blijft hij nog in gebreke, zal het vonnis waaruit geageerd wordt na expiratie van nog 24 uren geëxecuteerd worden.
Art. 27.
De executie van een vonnis waarbij iemand gecondemneerd is, eenige penningen te betalen ‘of namptiseren wordt op de volgende wijze gedirigeerd, te weten: de bode neemt in arrest of bewaar- der hand onder inventaris de meubelen en havelijke goederen van den geëxecuteerde voor het achterwezen van den exeécutant, ten ware de geöxecuteerde aan hem bode aanwijzing doet van goederen, waarop hij begeert de executie gedaan te hebben, welke goederen genoegzaam zullen moeten zijn om daaraan den inhoud der condemnatiete verhalen na verloop van zes dagen zal de bode den verkoop der in arrest genomene of aan hem aangewezene goede- ren aankondigen, en na verloop van acht dagen, dezelve aan den meest daarvoor biedende openlijk om gereede penningen ten over-
« vr
en PE
led
1816. Ne. 6. 11 staan van twee leden uit die Collegie verkoopen en den executant en triumfant daaruit na aftrek van de executiekosten, den inhoud van het vonnis voldoen. id Onder havelijke goederen zijn niet begrepen slaven, vee of werktuigen tot verhypothekeerde plantagien behoorende , welke niet anders dan met het onroerend goed zullen mogen geëxecu- teerd of verkocht worden. à
| Art. 28.
_ Indien de betaling uit de penningen van voorzeide meubelen geprovenieerd niet zouden kunnen gedaan worden, zal de bode de onroerende goederen van den geëxecuteerde in arrest stellen, en daarna de vruchten van zoodanige goederen als dezelve in vrucht- gebruik met last van restitutie zoude mogen bezitten en dezelve na twee regtdagsgeboden van acht tot acht dagen en met aan-
* slaan van billetten in maniere zoo als in het voorgaande artikel
vermeld staat verkoopen.
‚ Inmiddels zal aan den geëxecuteerde door den bode aangezegd worden van niet uit de kolonie te vertrekken, en wanneer 't mogt komen te blijken, dat hij zich clandestinelijk wilde absenteren, zal hij na genomen kennis op een decreet van het Collegie verze- kerd en in gevangenis gesteld worden.
Art. 29. Á
Wanneer al de voorzeide goederen na de gedane executie tot voldoening van het achterwezen niet strekkende zijn, en daarvan bij relatie van den bode blijken zal of dat de gecondemneerde ge- sommeerd en gerenoveerd zijnde, geen aanwijzing van. goederen doet of niet heeft, waaraan de executie kan gedirigeerd worden, zäl de triumfant hem op apprehensie mogen dagvaarden, welk door het Collegie zal moeten verleend worden, waarna de gecon- demneerde in gevangenis zal worden gesteld en gehouden tot dat hij den triumfant betaald of gecontenteerd zal hebben.
| Art. 30.
Alle sententien in actien reëel gewezen waarbij den aanlegger eenige vaartuigen of andere goederen tot de judicature van dit Collegie behoorende toegewezer’zijn, zullen insgelijks na acht dagen na de ‘pronunciatie der sententie in dezer voege geëxecuteerd wor- den, de gecondemneerde en occupateur van de toegewezene goederen zal door den bode gesommeerd worden om binnen drie dagen zijne handen te trekken en ledig te maken van de toegewezene goede- ren en den triumfant dezelve te laten geworden, en indien hij gecondemneerde daaraan in gebreke blijft, zal hij daarna in presentie van een lid van dit Collegie en den secretaris met der er daaruit gezet en den triumfant in het bezit daarvan gesteld worden. |
12 1816. -_No, 6.
Art. 31.® Se
Alle sententien, waarbij iemand gecondemneerd is, rekening en bewijs en reliqua te doen, of eenig feit te presteren, zullen na acht dagen ter executie gelegd worden en zal daarin geprocedeerd worden bij gijzeling en de gecondemneerde alzoo na de gedane sommatie gerenoveerd worden op pcene van gijzeling, en nog niet voldoende, zal hem 14 dagen te voren een bepaalden dag beteekend worden, om zich in deze of gene herberg te laten vinden, om al- daar gijzeling te houden, totdat hij aan de voorzeide condemnatie zal hebben voldaan, en zoo bijaldien hij ten gestelde dage in de gijze- ling niet compareert en bij den bode gezocht wordende aldaar niet wordt gevonden, zal op het verzoek van den impetrant, ter eerst
komende rolle van het Collegie te doen tegen hem gecondemneerde
verleend worden, defaut en voor het profijt van dien apprehensie op zijn persoon en zal dezelve gecondemneerde, voorts ten zijnen koste in de gevangenis gehouden worden ter tijd toe dat hij vol- daan zal hebben hetgeen waarin hij gecondemneerd is, of den eischer gecontenteerd zal hebben, maar bij zoo verre de gecondem-
neerde op de gestelde plaats in gijzeling compareerten 14 dagen
aldaar geweest zijnde, niet doet blijken van zijne diligentie om te voldoen aan hetgeen waarom hij gegijzeld is tot contentement van den regter, zal dezelve in hechtenis gesteld worden. ATG DBE Ts
En bijaldien de gecondemneerde een maand in hechtenis geweest zijnde, de condemnatie niet voldoet, zal de triumfant aan het Collegie mogen verzoeken dat het feit of het werk in de condem- natie begrepen getauxeerd en tot eene pecuniele som geredigeerd worde, waartoe den geäëpprehendeerde behoorlijke declaratie over- geleverd en de tijd van 14 dagen gegund zal worden om daartegen te debatteren en hebbende de tauxatie van het Collegie zal de trium- fant zijne executie mogen doen als voren, blijvende de gecon- demneerde evenwel in hechtenis tot dat de executie gedaan en de triumfant voldaan zal zijn.
Art. 33.
Alle sententien bij dit Collegie gewezen waar niet in jaar en dag niets gedaan is, zal men niet vermogen te executeren voor en aleer de gecondemneerde gedagvaard is, om op nieuw lettere van. executie te zien verleenen, hetwelk op het eerste defaut zal worden verleend,
Art. 34. |
Diegene welke of niet regten of tegen de constante praktijk geëxecuteerd mogten worden, zullen zich bij request aan het Col- legie ten eersten regtdage mogen adresseren, en daarin na specifieke
allegatie der gronden. van oppositie, mogen verzoek doen om
gudiatur is cas van oppositie van executie waarop de executant gehoord zijnde, het verzochte audiatur de plano zal worden ge- adjudiceerd of gerejeteerd; zullende in cas van adjudicatie de oppositie van executie, wanneer in het proces, in cas van oppositie van executie zal worden voortgeprocedeerd, als hiervan in alle
ordinaire zaken is gestatueerd.
| Art. 35.
Eindelijk zal het Collegie in zoodanige zaken als voor hetzelve moéten dienen alle pogingen aanwenden ten einde partijen met elkander mogen worden bevredigd en derzelven differenten 'tzij bij verblijf onder willige condemnatie of bij accoord mogen worden afgedaan, om aldus de procedures zooveel mogelijk te verminderen en af te snijden. |
Aldus gearresteerd door den Gouverneur en Raden van Policie op Curagao, den 27sten Junij 1816. j (get.) A. KIKKERT. Ter ordonnantie van denzelven, (get.) W. PRINCE, Secretaris. Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in de Willemstad, dato ut supra. | (get.) W. Prince, Secretaris.
No. &. PUBLICATIE.
Wij Albert Kikkert, Commandeur van de Militaire Willems-orde, Vice-Admiraal in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Neder- landen, Gouverneur-Generaal van Curagao en onderhoorige eilan- den Bonaire en Aruba, en Generaal en Admiraal en Chef over de land- en zeemagt aldaar, enz., enz., enz.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: | |
Nademaal het niet raadzaam is te gedoogen, dat personen, welke geen supercargos zijn of niet behooren tot de equipage van het vaartuig waarin zij komen, in eenig vaartuig alhier te lande wor- den aangebragt tenzij dezelve van behoorlijke paspoorten voor- zien zijn: ;
Zoo is het dat Wij, ten einde zooveel mogelijk van dit eiland af te houden alle lieden, welke voor de rust en veiligheid dezer kolonie gevaarlijk zouden kunnen zijn, noodig geoordeeld hebben
te decreteren, zoo als gedecreteerd wordt bij deze : je. Dat voortaan niemand als passagier alhier te lande zal mo-
gen worden aangebragt, tenzij voorzien zijnde van eene behoorlijke
paspoort afgegeven ter plaatse van waar dezelve vertrokken is.
14 1816. N°, 7 en 8.
20, Dat degene, welke zich als supercargo van het vaartuig waarin hij zal gearriveerd zijn aangeeft, daarvan zal moeten doen blijken, en dat niemand zal geconsidereerd worden tot de equipage van eenig vaartuig te behooren, die niet op de monster-
;
rol genoemd is.
30, Dat iemand, welke alhier te lande als passagier aankomt ;, zonder van eene behoorlijke paspoort voorzien te zijn, niet zal geoorloofd worden op dit eiland te blijven.
4o, Dat eenig schipper, welke iemand als passagier zonder van eene paspoort zoo als bij art. 1 vermeld staat voorzien te zijn aanbrengt, gehouden zal zijn de zoodanige door hem zonder pas- poort aangebragte persoon wederom uit te voeren, en indien hij schipper bij de afkondiging dezer publicatie of daarna alhier te lande mogt geweest zijn, zal hij bovendien nog verbeuren eene boete van twee honderd-pezos van achten voor ieder passagier. …
Gedaan op Curagao, den 8sten Julij 1816, het derde Jaar van Zijner Majesteits regering.
(get.) A. Kikkert. Ter ordonnantie van Zijne Excellentie, (get) W. PRINCE, Secretaris, Gepubliceerd dato ut supra.
(get) W. PrIxce, Secreigris.
N°, S. Ean |
PUBLICATIE.
Wij Albert Kikkert, Commandeur van de Militaire Willems-orde, Vice-Admiraal in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Neder- landen, Gouverneur-Generaal van Curagao en onderhoorige eilan- den Bonaire en Aruba, en Generaal en Admiraal en Chef over de land- en -zeemagt aldaar, enz., enz., enz. -
Allen dengenen , die deze zullen zien of hooren lezen, salut’! doen te weten : | Ee À
Nademaal diverse schippers van de alhier navigerende vreemde vaartuigen de gewoonte hebben hun scheepsvolk in deze haven af te danken zonder voor de terugreis der afgedankten te zorgen, en vermits '£ met de goede policie van een land strijdig is dat diergelijke vreemdelingen, welke geen middel van bestaan hebben, op het land blijven: ;
Zoo is het dat Wij goedgevonden hebben te gelasten zoo als gelast wordt bij deze: datt aan geen schipper of eigenaar van een vreemd vaartuig zal vrijstaan iemand van zijn scheepsvolk af te danken of ontslag te verleenen zonder daarvan aan het Officie-Fiscaal ken- nis te hebben gegeven; zullende de zoodanige schipper of eigenaar
IE OPENEN
es Dn entente Adios … 5 Abnraehtds
1816. N°, 8 en 9. 15
gehouden zijn, de door hem afgedankte of ontslagene manschap- pen gedurende hun verblijf alhier te onderhouden en te zorgen, dat dezelve wederom van hier vertrekken, zonder welke voor- zorg ten genoege van den Raad-Fiscaal of deszelfs adjunct zal ’t aan schippers of eigenaars van vreemde vaartuigen niet toe- gestaap worden hun scheepsvolk af te danken of ontslag te ver- leenen, en indien bij het uitzeilen van eenig vreemd vaartuig mogt ontdekt worden, datde schipper of eigenaar een of meer van zijn scheepsvolk zonder voorkennis van het Officie-Fiscaal afgedankt of ontslag: verleend heeft, zal het vaartuig niet gepermitteerd worden te vertrekken zonder dezelve mede te nemen of alvorens zeker- heid, zoo voor hun onderhoud gedurende hun verblijf alhier, als van hun terugreis ten zijnen koste te hebben gegeven.
Gedaan op Curagao, den 1sten Augustus 1816, het derde jaar Zijner Majesteits regering.
(get.) A. KikkKERT. Ter ordonnantie van Zijne Excellentie, _ (get) W. PRINCE, Secretaris. Gepubliceefd dato ut supra. / _(get.)- W. Prince, Seeretaris.
N°, 9. | Ke | PUBLICATIE.
De Vice-Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden van Curagao en onderhoorige eilanden. Haes
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut ! doen te weten : |
Dat Wij goedgevonden en besloten hebben te gelasten, gelijk gelast wordt bij deze: bid |
1e, Dat de eigenaars der huizen en erven in Willemstad, aan de overzijde van de haven en op Pietermaaij, de straat voor en in den omtrek hunner huizen en erven altijd in goede orde zullen hebben te houden en de noodige reparatie daaraan op eigen kosten zullen hebben te doen. |
go, Dat de bewoners der huizen in Willemstad, aan de over- zijde der haven, op Pietermaaij en Scharlo, of de eigenaars der zoodanige huizen, die niet bewoond zijn, gehouden zullen zijn de straat en goten voor en in den omtrek hunner woningen en huizen schoon te houden, door dezelve twee keeren ’s weeks, namelijk op Woensdag en Zaturdag te latên afvegen.
3o, Dat zoo wanneer iemand, die verzuimd heeft de vereischte reparatie aan de straat voor en in den omtrek van zijn huis of
16 1816. ‚No, 9 en 10.
erf te laten doen, op aanzegging van wege het-Officie-Fiscaal. tot het doen der voorzeide reparatie in gebreke blijft daaraan te vol- doen, dezelve alsdan verbeuren zal eene boete van twintig pezos van achten en behalve de voorzeide boete zal de zoodanige on- willig zijnde persoon betalen de kosten der gezegde. reparatie, welke voor rekening van denzelven geschieden zal.
40, Dat- degene, die in gebreke blijft de straat en goten derzelve voor en in den omtrek zijner woning schoon te houden door dezelve op de hiervoren bepaalde dagen te laten afvegen, verbeuren zal eene boete van twintig pezos van achten.
5e, Dat een derde der voorzeide boeten zijn zal voor den Fis- caal en de andere twee derden ten profijte van den lande.
Aldus gearresteerd in de Raadsvergadering, gehouden op het Gouvernementshuis binnen het fort Amsterdam op Curacao, den 17den September 1816, het derde jaar Zijner Majesteits regering.
De Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd , (get) A. KIKKERT. Ter ordonnantie van dezelve, (get) W. Price, Secrêtaris.
No, 10. | | ene PUBLICATIE. ah fen De Vice-Admiraal Gouverneur-Generaal en Rader van Policie van Curacao en onderhoorige eilanden. eee
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut ! doen te weten: | ie A
Dat Wij goedgevonden hebben te decreteren zoo als het gede- creteerd wordt bij deze: la ne
lo, Dat de slagters zullen worden gelast, gelijk zij gelast wor- den bij deze, om zoolang en totdat de vleeschhal op de bestemde plaats zal zijn opgerigt, hunne hallen binnen den tijd van acht dagen na de afkondiging dezes buiten de Steenen-Padspoort aan de zoogenaamde Krommelijn te verplaatsen; zullende de vischmarkt aldaar ook gehouden worden, en bij de expiratie van den voor-
zeiden tijd zal het aan niemand geoorloofd zijn vleesch of visch aan het Polletje te verkoopen. gen | |
20, Dat het Molenplein aan de overzijde dezer haven strekken zal tot een marktplaats voor allen die verkiezen mogten vruchten en andere soorten van goederen aan die zijde, in het openbaar te verkoopen. . B B Re de
8% Dat op Pietermaaij de markt van vruchten en alle andere soorten van goederen zal gehouden worden aan de zoogenaamde
1816. Ne, 10 ‘en 11. ad
Krommelijn tegen aan de oude batterij en geenszins op den gemee- nen weg.
40, Dat het dus aan niemand zal vrijstaan om voortaan vruch- ten of eenige soorten van goederen op de straten van de Overzijde of Pietermaaij te koop te plaatsen, of de gemeene wegen aldaar op eenigerhande wijze daarmede te belemmeren ; als wordende zulks bij deze uitdrukkelijk verboden.
Aldus gearresteerd in de Raadsvergadering, gehouden op het Gouvernementshuis binnen het fort Amsterdam op Curagao, den 3den Getober 1816, het derde jaar Zijner Majesteits regering.
De Gouverneur Generaal en Raden voornoemd , (get) A. KIKKERT. Ter ordonnantie van dezelve, (get) W. PRINCE, Secretaris.
Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam, in Willemstad, aan de Overzijde enop Pietermaaij, den 7den daaraanvolgende.
(get.) W. PRINCE, Secretaris.
No. 11. PUBLICATIE.
De Vice- Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden van Policie van Curacao en onderhoorige eilanden.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen , salut! doen te weten:
Nademaal eenige kwaadgezinde en rustverstorende lieden niet- tegenstaande de publicatie door Gouverneur en Raden dezes eilands op den 21sten October 1802, tegen het werpen of gooijen met steenen gearresteerd en op den 23sten derzelve maand gepubliceerd, zich verstout hebben sommige der goede ingezetenen in hunne wo- ning te verontrusten door tegen, op en over de huizen met steenen te werpen; en naardien diergelijke ongeregeldheden niet ongemerkt kunnen blijven, maar integendeel krachtdadig behooren tegengegaan te worden, zoo is het dat Wij noodig geoordeeld hebben de voren- gemelde publicatie welke te gelijk met deze wederom zal worden
gepubliceerd en geafficheerd, te renoveren gelijk dezelve gereno-
veerd wordt bij deze, en tot ampliatie op dezelve wel expresselijk ook te verbieden het gooïjen of werpen met steenen tegen, op,
of over de huizen of op eenige andere hoegenaamde wijze, op
peene als bij voormelde publicatie is gestatueerd.
Aldus gearresteerd in de Raadsvergadering, gehouden op het
2
y
18 1816. Ne, 11. 1817. No. 12.
Gouvernementshuis binnen het fort Amsterdam op Curacao, den 19den November 1816, het derde jaar Zijner Majesteits regering. De Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd, (get) A. Kikkert. | Ter ordonnantie van dezelve, (get.) W. Prince, Secretaris. Gepublieeerd binnen het fort Amsterdam, in Willemstad, op Pietermaaij en aan de overzijde dezer haven, den 2l1sten daaraan- volgende.
(get) W. Privce ‚ Secretaris.
1817.
_ Emme
N°, 12. PUBLICATIE.
Wij Albert Kikkert, Comnmiandeur van de Militaire Willems- orde, Vice-Admiraal in dienst van Zijne Majesteit den Koning der
Nederlanden, Gouverneur-Generaal van Curagao en onderhoorige
eilanden Bonaire en Aruba, en Generaal en Admiraal en Chef van de land- en zeemagt aldaar, enz., enz., enz.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: #
5 ek 4 ì p Nademaal het volstrekt noodzakelijk is, dat Wij tensallen tijde van het getal der geborenen en gestorvenen op dit eiland kennis
dragen ; zoo is het, dat Wij noodig geoordeeld hebben te gelasten ,
zoo als gelast wordt bij deze:
1e, Dat het hoofd van ieder huisgezin binnen den tijd van
veertien dagen na de afkondiging dezer aan den wijk- of district-
meester van de wijk of het district, waarin hij of zij woonachtig is exacte aangifte zal hebben te doen van alle personen tot zijn of haar huisgezin alsmede van slaven aan hem of haar of aan
iemand bij hem of haar woonachtig toebehoord hebbende, die in den loop van het laatst voorgaande jaar 1816, dat is van den eersten Januarij tot ultimo December geboren of gestorven zijn,
met specifieke opgave van de sekse, ouderdom en kleur der gebo- renen of overledenen. |
20, Dat voortaan dergelijke exacte aangifte en opgave door het hoofd van ieder huisgezin binnen den tijd van acht dagen na de geboorte van een kind of na het overlijden van een persoon tot zijn of haar huisgezin behoorende, of van slaven aan hem of haar of iemand bij hem of haar woonachtig toebehoorende, aan
den wij hij of zij woont, zal moeten gedaan worden.
k- of district-meester van de wijk of het district waarin
Ld
P-) 1817. N°, 12 en 13. 19
36, Dat ieder wijk- en distriet-meester exacte aanteekening van de voorzeide aan hem te doene aangifte en opgave zal hebben te houden. | | | Ee
40, Dat degene, die in gebreke blijft de, bij het eerste en tweede artikel dezer, vermelde aangifte en opgave binnen den daarbij bepaalden tijd te doen, telkens verbeuren zal eene boete van twaalf realen ten profijte van den aanbrenger, wordende den wijk- en -district-meesters aanbevolen te onderzoeken of de inhoud der voormelde artikelen nagekomen wordt; en die daaraan in gebreke blijven in de bepaalde boete te bekeuren.
Gedaan op Curacao, den 2den Januarij 1817, het vierde jaar van Zijner Majesteits regering.
(get.) A. KIKKERT. Ter ordonnantie van Zijne Excellentie, (get) W. PRINCE, Secretaris.
Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam, in Willemstad, op Pietermaaij en aan de overzijde dezer haven, dato ut supra. | (get) W. PRINCE, Secretaris.
No, 13. | | PUBLICATIE. ER De Vice-Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden van Policie van Curagao en onderhoorige eilanden. | Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Dat Wij noodig geoordeeld hebben te decreteren, zoo als gedecre- |
teerd wordt bij deze: Heke id
1e. Dat van den koopschat van alle vreemde vaartuigen welke aan ingezetenen dezes of onderhoorige eilanden, zijnde onderdanen van Zijne Majesteit den Koning, verkocht worden, tien percent ten behoeve van de koloniale kas door den verkooper zal moeten betaald worden. in
go, Dat de transporten of koopbrieven van zoodanige vaartuigen welke alhier worden verkocht, binnen acht en veertig uren na dato derzelve, moeten geregistreerd worden ter secretarij van dezen Raad, alwaar binnen gezegden tijd de voormelde tien percent zal moeten betaald worden. } gd _3o, Dat op de eilanden Bonaire en Aruba, de transporten o koopbrieven ook binnen acht en veertig uren na dato derzelve aan de respectieve Commandeurs moeten overgeleverd worden, ten einde kopijen daarvan te maken en ter secretarij voormeld, ter registratie te zenden; zullende de tien percent van den koop- schat, te Aruba aan den ontvanger aldaar, en te Bonaire aan den
20 1817. No 13 en 14. €
Abr binnen gezegden tijd van acht en veertig uren worden betaald.
4e, Dat van den koopschat van alle vreemde vaartuigen welke door ingezetenen van dit of een der onderhoorige eilanden, buiten ’slands gekocht en alhier of te Bonaire of Äruba binnen gebragt worden, gelijke tien percent ten behoeve van de kolo- niale kas door den eigenaar zal moeten betaald worden; zullende de eigenaar van een zoodanig vaartuig of deszelfs gemagtigde, binnen acht en veertig uren na het arrivement van het vaartuig binnen deze haven, het transport of koopbrief daarvan ter secretarij voormeld doen registreren en de voorzeide tien percent aldaar betalen; edoch indien het gekochte vaartuig aan een inge- zeten van Bonaire of Aruba toebehoort, en aan een van gezegde eilanden aankomt, zal binnen vier en twintig uren na het arrivement , moeten nagekomen worden hetgeen ten opzigte van de: aldaar verkochte vaartuigen is vastgesteld.
50, Dat de overtreders der hiervorengemaakte bepalingen ’ behalve de verschuldigde belasting, eene boete van gelijk bedrag zullen hebben te betalen; welke boete in maniere als volgt zal worden verdeeld, als: één derde voor den aanbrenger, één derde voor den Fiscaal en de andere derde ten behoeve van de koloniale kas.
Aldus gearresteerd in de Raadsvergadering, gehguden op het Gouvernementshuis binnen het fort Amsterdam “ op Curacao , den 12den Maart 1817, het vierde jaar Zijner’” Majesteits regering.
| De Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd,
(get) A. KikKERT. Ter ordonnantie van dezelve, (get) W. PRINCE, Secretaris. SAREUPSAED den gern daaropvolgende. (get) W. PRINCE, srad.
No, 14. 5 PUBLICATIE.
De Vice-Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden van Policie van Curagao en onderhoorige eilanden.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: |
Naardien het aan Ons door deskundigen te kennen gegeven is dat de witte muren der huizen zeer nadeelig voor het gezigt zijn, uithoofde der wederkaatsing der zonnestralen op het oogstelsel, waardoor eene onherstelbare verzwakking aan hetzelve veroorzaakt wordt, zoo is het, dat Wij op de aan Ons deswege gedane voor- dragt, tot het algemeene welzijn goedgevonden en raadzaam ge-
a Bar eam nmr ete en en ct en nd
ù
1817. Ne, 14 en 15. 21
oordeeld hebben te gelasten, gelijk gelast wordt bij deze; dat de uren der huizen en andere gebouwen in de Willemstad, aan de overzijde der haven , op Pietermaaij of buiten de Steenen-Padspoort en op Scharlo voortaan niet meer met wit zullen mogen. gepleis- terd of gewasschen worden; staande het aan een ieder vrij om zoodanige andere kleur daartoe te gebruiken als hij of zij zal ver- kiezen: zullende dus degenen die van en na de afkondiging dezer hunne huizen of gebouwen laten wit pleisteren of wasschen niet alleen verbeuren eene boete van vijf en twintig pezos van achten, ten behoeve van de koloniale kas, den Raad-Fiscaal en den aan- brenger ieder voor een derde, maar bovendien nog. verpligt zijn dezelve eene andere kleur te geven, hetwelk binnen den door het Oficie-Fiscaal naar bevinding te bepalen tijd zal moeten geschie- den; en ingeval iemand daartoe onwillig of nalatig mogt zijn, zal het Officie-Fiscaal zulks te zijne of hare kosten laten doen , welke kosten op aanmaning niet betaald wordende, door den Weledelgestreugen heer Raad-Fiscaal of deszelfs adjunct, bij parate executie zullen worden ingevorderd.
Aldus gearresteerd in de Raadsvergadering, gehouden op het Gouvernementshuis binnen het Fort Amsterdam op Curagao, den 22sten April 1817, het vierde jaar Zijner Majesteits regering.
De Vice- Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd, (get) A. KIKKERT. Ter ordonnantie van dezelve, (get) W. Prince, Secretaris.
Gepubliceerd binnen het Fort Amsterdam en in Willemstad,
overzijde der haven en op Pietermaaij , den 28sten daaropvolgende. 4 (get.) W. Prince, Secretaris, No, 15. PUBLICATIE. |
De Vice-Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden van Policie van Curagao en onderhoorige eilanden. _ |
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut ! doen te weten: | Ben î
Nademaal de aankomst alhier te lande van arme en behoeftige vreemdelingen, die geene wijze van bestaan of middelen hebben om zich te onderhouden, geen nut aan de kolonie toebrengt , maar wel integendeel tot last van dezelve strekken moet; zoo is het dat Wij noodig geoordeeld hebben alle schippers van vaartuigen ten striktste te verbieden, zooals zij verboden worden bij deze geene vreemdelingen, die arm en behoeftig zijn, en geene wijze van bestaan of middelen hebben om zichzelven. te. onderhouden , hetzij met of zonder paspoorten in hunne onderhebbende vaartuigen
22 1817. Ne, 15 en 16.
alhier te lande aan te brengen; zullende de schippers, welke diergelijke personen op dit eiland aanbrengen, gehouden zijn de- zelve wederom weg te voeren, of de kosten tot derzelver verzen- ding te betalen, gelijk ook dezelve zoolang zij op dit eiland zullen moeten vertoeven te onderhouden of de kosten daartoe te voldoen, alle welke kosten bij wanbetaling en niet voldoening der- zelve door het Officie-Fiscaal bij parate executie zullen ingevor- ‚derd worden.
Aldus gearresteerd in de Raadsvergadering, gehouden op het Gouvernementshuis ‘binnen het fort Amsterdam op Curagao, den 17den Junij 1817, het vierde jaar Zijner Majesteits regering.
De Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd, (get.) A. KikKERT. Ter ordonnantie van dezelve, (get) W. Privce, Secretaris.
Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in Willemstad, den
18den daaropvolgende.
(get) W. Prince, Secretaris.
No, 16. gt) REGLEMENT op de haven van Curacao. Ark it, An
Op ieder schip of vaartuig zal men gehouden zijn,„#adelijk na het inkomen der haven, het jaag- en kluifhout in te voeren, en de blinde- en schuif blinde raas op het dek te leggen of langsscheeps onder de boegspriet vast te maken, op verbeurte eener boete van drie pezos van achten. Ee gen ee Art. 2. Ee
Geen schip of vaartuig zal mogen verhaald worden zonder voor- kennis van den havenmeester, noch op eenige andere plaats liggen, dan die door of van wege den havenmeester aangewezen, op eene
boete van vijf pezos van achten, onverminderd verhaal van schade daardoor te veroorzaken. | |
‘ Art. 3.
Van ieder schip of vaartuig aan de kaai liggende om te lossen, zal aan den havenmeester worden rapport gedaan zoodra de lading er uit is, ten einde hij aan hetzelve eene plaats aanwijze ingevolge art. 2 op een boete van drie pezos van achten, voor iederen dag dat hetzelve zonder permissie aan de kaai blijft liggen.
| Art. 4. Geen schip of vaartuig vermag eenige lading aan de kaai in te
nemen, zonder voorkennis van den havenmeester, op eene boete van tien pezos van achten. |
1817. Ne, 16, | 23
Arte: Be
Van geen schip of vaartuig zal men in deze haven ballast of eenige andere zinkende zelfstandigheid vermogen over boord te werpen of op de kaai te smijten, maar dezelve zal moeten gebragt worden aan een der werven of ter plaatse door den havenmeester
daartoe aangewezen, op eene boete van een honderd pezos van achten. | |
Art. 6.
Insgelijks zal men niet vermogen van eenig schip of vaartuig binnen deze haven krengen van doode dieren hoegenaamd over boord te werpen of aan de kaai of werven te smijten, of aldaar te laten liggen, maar integendeel gehouden zijn die buiten de haven en vrij van den lijhoek te boegseren of te vervoeren, op eene boete van vijftig pezos van achten.
Art. 7.
Ook zal men niet vermogen pik of teer aan boord van schepen of vaartuigen binnen deze haven noch op de kaai te koken of heet te maken; gelijk ook geene schepen of vaartuigen te blaken of te branden ergens anders dan aan een der timmerwerven, alwaar dit alles zal moeten geschieden, op eene boete van vyf en twintig pezos van achten. ze | Art. 8. j
_ Van geen schip of vaartuig binnen deze haven, zal men vermogen. met geschut of klein geweer te schieten, op eene boete van vijf en twintig pezos van achten, wanneer het bij dag geschiedt; en van een honderd pezos van achten na zonsondergang. Deze boeten worden verbeurd indien er zonder scherp geschoten is, doch met scherp schietende hetzij bij dag of na zonsondergang zal de boete alsdan zijn eene somma van een duizend pezos van achten; zijnde van dit verbod geene vaartuigen, die met commissien ter kaapvaart of met lettres de marque voorzien zijn, uitgezonderd. En zal dus geen salut van eenig schip of vaartuig (geen oorlogsschip zijnde) mogen gedaan worden, tenzij daartoe van den Gouverneur-Generaal verlof zal zijn gevraagden verkregen, en daarvan aan het Officie- Fiscaal kennis zal zijn gegeven,
Art. 9.
Op geen schip of vaartuig zal men vermogen des avonds na het wachtschot en voor het dagschot, eenig vuur te branden, of aan te steken, op eene boete van vijf en twintig pezos van achten. Ook zal men op verbeurte van gelijke boete geen licht na het wachtschot mogen branden dan alleen in de kajuit van den schipper of kapitein, of in een lantaarn op dek onder de tent.
| Art. 10.
Indien men op eenig schip of vaartuig eene brandspuit hebbe,
oden
24 1817. NÔ. 16. zal die steeds in behoorlijke orde moeten gehouden worden, en benevens de noodige putsen met zonsondergang op het dek worden gebragt, op eene boete van vijf pezos van achten.
Art. 11.
Op ieder schip of vaartuig binnen deze haven zal des nachts, van het nachtschot af tot het dagschot toe, behoorlijke wacht worden gehouden , welke uit niet minder dan twee of drie man naar gelang van de equipagie zal moeten bestaan; en, wanneer door eene ronde van den havenmeester of eenige andere bevoegde autoriteit aange roepen, antwoord geven, ten blijke dat dezelve wakker en oplet tend is, op eene boete van tien pezos van achten, wanneer er geene wacht gehouden wordt, en van drie pezos van achten, wanneer die wel gehouden wordt, maar twee maal aangeroepen zijnde niet zal hebben geantwoord.
Art. 12.
De kapiteins of schippers, en bij hunne afwezigheid de stuur- lieden ot kommando voerende dekoftieieren worden hierbij verant woordelijk gesteld voor alle desorders of vechterijen aan boord, en wanneer de Fiscaal, havenmeester of andere bevoegde personen of autoriteit daarbij komt om de orde te herstellen, zullen zij verpligt zijn de schuldigen aan te wijzen en dadelijk uit te leveren, op eene boete van vijftig pezos van achten , onverminderd de actie, welke het Officie-Fiscaal zal vermeenen te moeten institueren.
Art. 13.
Geen matroos of varensgast onder den rang van stuurman op de monsterrol staande en vreemdeling zijnde, zal vermogen na zons- ondergang aan den wal te blijven zonder een schriftelijk permit daartoe van zijn’ kapitein of stuurman bij zich te hebben, waarin moet vermeld staan de dag en datum, waarop het permit verleend 1s, en de naam van het schip of vaartuig tot welk hij behoort; zullende een zoodanig permit voor niet langer dan tot het avond- schot mogen gegeven worden, dewijl het aan geen matroos of varens- gast als voren gezegd zal geoorloofd zijn na het wachtschot aan den wal te blijven; en na zonsondergang tot het wachtschot zonder een permit als voren, en vervolgens nog met of zonder permit aan den wal bevonden zijnde, zal hij gearresteerd worden, en verbeuren drie maanden gage, behalve de kosten van detentie, die zoo lang duren zal tot dat die boete en kosten zullen zijn betaald.
: Art. 14.
De kapiteins of schippers van de drie laatst binnen gekomen raasschepen, schoenerbrikken daaronder begrepen, zullen gehouden zijn zoo dikwijls als van wege den havenmeester van hen zal worden gerequireerd binnen den tijd van tien minuten, eene sloep de
1817. N°. 16. 25
boot met een stuurman of ander dekoffieier en niet minder dan vier man aan den mond van de haven te zenden, om de binnen komende schepen onder direetie van den havenmeester behulpzaam te zijn.
Zij zullen voorts in cas van nood gehouden zijn een tros paarde- lijn of kabeltouw naar eisch der omstandigheden te leenen, en in geval van schade daaraan, zal zulks zijn ten laste van het binnen komende schip of vaartuig tot welks assistentie dezelve gebruikt is, ter tauxatie van den havenmeester. De boeten, welke bij het niet nakomen van dit artikel zullen verbeurd worden, zijn als volgt: tien pezos van achten, wanneer de sloep of boot op de hierin bepaalde plaats te laat zal zijn aangekomen, of zich, voor afgedankt te zijn, zal hebben verwijderd; vijf en twintig pezos van achten indien men in gebreke blijft eene sloep of boot als voren bemand op de bepaalde plaats te zenden, en een honderd pezos van achten in geval van weigering of opzettelijke nalatigheid om de gerequi- reerde tros paardelijn of kabeltouw te leenen.
Art. 15.
Jij ontstane brand in de haven of op eene der werven, zullen er van alle schepen en vaartuigen naar vermogen, volk, putsen, scheepshaken, bijlen, vanglijnen en andere noodwendige gereed- schappen ter blussching, kapping, en boegsering van vaartuigen gezonden worden, om onder directie van den havenmeester daartoe behulpzaam te zijn, op eene boete van een honderd pezos van achten, onverminderd zoodanige actie, welke het Officie-Fiscaal wegens on- willigheid zal vermeenen aan hetzelve te compêteren.
Ar. 16.
De kapiteins of schippers, of degenen, die in derzelver ab- sentie het kommando voeren, zullen niet vermogen des zondags of op eenig ander feestdag aan boord hunner vaartuigen te laten werken, zonder daartoe van het Offieie-Fiscaal verlof te hebben verkregen, op eene boete van vijf en twintig pezos van achten, zullende bij hooge noodzakelijkheid het gevraagde verlof verleend warden.
Art. 17.
Geen schipper of kapitein van eenig vreemd vaartuig zal ver- mogen iemand van zijn scheepsvolk af te danken of ontslag te geven buiten voorkennis van het Officie-Fiscaal; en zal zich deswege hebben te gedragen aan de publicatie dienaangaande geëmaneerd.
Art. 18.
De schippers van binnenkomende vaartuigen zullen voor dat zij van boord afgaan de brievenzak of de brieven, welke zij mogten hebben medegebragt, aan den oppervisitateur of den- genen, die zijn dienst waarneemt, afgeven. De brievenzak, indien
26 1817; Ne. 16,
die niet verzegeld is, zal de schipper met zijn cachet verzegelen, en de losse brieven in een zak te zamen voegen, en dezelve ook verzegelen, op eene boete van twee realen voor iederen brief, welke hij niet zal afgegeven hebben als voren.
Art. 19.
__De boeten hierin vastgesteld zullen op de volgende wijze ver- deeld worden, als één derde ten behoeve van de koloniale kas ò
één derde voor den Raad-Fiscaal, en de andere derde voor den aanbrenger. |
Art. 20
Dit reglement zal in de Engelsche, Fransche en Spaansche talen overgezet, en zoo wel in dezelve als in de Nederlandsche taal ge- drukt worden; en zullen exemplaren daarvan in die onderschei- dene talen aan den havenmeester ter hand worden gesteld, ten einde aan den schippers of kapiteins van de vaartuigen, die reeds in de haven liggen, en van die, welke naargaans binnen komen, een exemplaar af te geven, tegen betaling van het daarop te stellen drukloon, welke hij havenmeester in maniere als bij afzonderlijk besluit zal worden bepaald, zal hebben te verantwoorden.
Art. 21. d
De kapiteins of schippers, en bij derzelver afwefigheid, de stuurlieden, zullen gehouden zijn dit reglement, ten minste eens
in de maand aan het scheepsvolk voor zoo verre zulks hetzelve aangaat, voor te lezen.
RE Art. 22, etat _ Voorts zullen de kapiteins of schippers en het scheepsvolk zich ook hebben te houden en te gedragen aan alle andere reglementen,
ordonnantien en publicatien hun aangaande, in zoo verre dezelve bij dit reglement niet veranderd zijn, op pcene als bepaald is.
Art. 23.
De Raad reserveert aan het Departement van Koophandel en Kolonien «de magt om dit reglement zoodanig te veranderen, ver- meerderen, verminderen of in het geheel te vernietigen als-het- zelve tot welzijn dezer kolonie zal vermeenen te behooren.
Aldus gearresteerd door den Gouverneur-Generaal en Raden van Politie op Curagao, den 1öden Julij 1817.
(get) A. KIKKERT. (Onder stond) Ter ordonnantie van dezelve,
(get) W. Prince, Secretaris.
1817. Ne 17. 27
No. 18. PUBLICATIE.
De Vice-Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden van Policie van Curacao en onderhoorige eilanden. 5
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: |
Naardien het zeer noodzakelijk is dat de wijk- en districtmeester kennis dragen van alle verhuizingen der bewoners hunner respectieve wijken en districten, zoo wel in, als buiten dezelve, alsmede van de alienatie van vaste goederen binnen hunne respectieve wijken en districten gelegen, opdat zij ten allen tijde zoodanige naauw- keurige opgaven daarvan aan het Gouvernement zouden kunnen doen als strekken mogen tot onderhouding van eene goede policie over elk gedeelte des eilands en de rigtige perceptie van die mid- delen of belastingen, welke door de ingezetenen worden opgebragt:
Zoo is het, dat Wij goedgevonden en beslpten hebben, vast te stellen , zoo als vastgesteld wordt bij deze: |
1e, Dat een ieder, die in dezelfde wijk of district, alwaar hij of zij woonachtig is, van woning verandert, aan zijnen of haren wijk- of districtmeester van die verhuizing zal hebben kennis te geven, met opgave aan denzelven van het nommer van het huis of de naam der plantagie of tuin alwaar hij of zij zich ter woon begeeft ;
go, Indien de verhuizing van de eene wijk of het eene district in een ander geschiedt, zal hij of zij niet alleen aan den wijk- of districtmeester van die wijk of dat district, welke hij of zij ver- laat, daarvan kennis geven en daarbij tevens opgave doen van die wijk of district waarin hij of zij verhuist, maar bovendien nog aan dien wijk- of districtmeester ‚ onder welken hij of zij komt te wonen, opgeven de wijk of district, welke hij of zij verlaten heeft, en het nommer van het huis en de naam der plantagie of tuin
alwaar hij of zij is komen wonen; |
3o, Dat de hiervoren gezegde kennisgeving en opgaven binnen den tijd van drie dagen na de verhuizing zal moeten gedaan wor- den, op verbeurte van eene boete van tien pezos van achten;
40, Dat bij de alienatie of verkrijging van vaste goederen bij verkoop als anderzins, degene aan wien het eigendom is over- gegaan , aan den wijk- of districtmeester van die wijk of dat district, waarin dusdanige vaste goederen gelegen zijn binnen den tijd van acht dagen na de overgang van het eigendom of bezitnemiung, daar- van zal hebben kennis te geven, op verbeurte van eene boete van vijf en twintig pezos van achten;
5o, Dat van die kennisgeving, en in geval men verzuimd heeft zulks binnen den bepaalden tijd te doen, alsdan na voldoening der daarop staande boete, dror den respectieven wijk, of districtmeester zal worden verleend een certificaat, hetwelk bij het request van
28 1817. No, 17 en 18.
rooïjing zal moeten gevoegd worden, om het permit daartoe te kunnen bekomen; indien men echter goed vindt de vaste goederen, die bij publieke opveiling verkocht zullen worden, voor den ver- koop derzelve te rooïjen, zal het rooïpermit daartoe verleend worden, en in dat geval zal men gehouden zijn het voorzeide certificaat van den wijk- of districtmeester ter secretarij van dezen Raad in te leveren , alvorens eenig transport van het verkochte, zal mogen gedaan worden; ; | ede WEL
6e, Dat de voorzeide boeten op de volgende wijze zullen worden „verdeeld, als een derde voor den wijk- of districtmeester, door
welken de bekeuring zal zijn gedaan, en de overige twee derden ten profijte van den lande. | SE. |
Aldus gearresteerd in de Raadsvergadering, gehouden op het Gouvernementshuis binnen het Fort Amsterdam op Curacao, den 16den September 1817, het vierde jaar Zijner Majesteits regering. epen. din. a
Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd, (get) A. KIKKERT. Ter ordonnantie van dezelve, (get.) W. Privce, Secretaris.
Gepubliceerd binnen het Fort Amsterdam, in Willemstad, op
Pietermaaij, Scharlo en aan de overzijde dezer haveû, dato ut supra. > / * (get) W. Privce, Secretaris.
N°. IS. ze Rr PUBLICATIE.
De Vice-Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden van Policie van Curagao en onderhoorige eilanden. _ | | ee
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! deente” weten tete Hen | ze |
Dat Wij goedgevonden en besloten hebben om de 5 percents- belasting op artikelen van weelde die bij publicatie van den Zden Maart 1816 gelegd is, met ultimo dezer maand December af te nemen, gelijk geschiedt bij deze, en onder Zijner Majesteits nadere approbatie vast te stellen, zoo als hierbij vastgesteld wordt : |
1°. dat van en met primo Januarij 1818 af van alles wat bij publieke gpveiling verkocht wordt, uitgezonderd van vaste goederen en slaven, vijf percent aan den lande door den kooper zal worden betaald; | j
20, dat de vendumeester de gezegde vijf percent ontvangen en dezelve maandelijks aan den ontvanger-generaal uitbetalen zal.
Aldus gearresteerd in de Raadsvergadering, gehouden op het
| | ij Ù Î | Ì |
PAPE,
1818. N°. 18 en 19. 29
Gouvernementshuis binnen het fort. Amsterdam op Curagao, den 3den December 1817, het vijfde jaar Zijner Majesteits regering. De Vice- Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd, a | get.) A. KIKKERT. | Ter ordonnantie van dezelve, | (get) - W. Prince, Secretaris. Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam’ en in ‚Willemstad, den Ssten daaraanvolgende. | ver (get) W. Prince, Secretaris.
{81S-
Ne. 19. DE | ER
| REGLEMENT op de visschers-kano’s te Aruba. Ar hd Art. 1. :
Voortaan zal er niet meer dan drie rendez-vous of verzamel- plaatsen voor de visschers-kano’s zijn, te weten: aan het Parkieten- bosch, onder het fort Zoutman, en om de Noord onder de Cocos- boomen. EN te age | de Art. 2. E
Met zonsondergang , zal elke visschers-kano ter respectieve plaats gebragt worden, op pcene van aan stukken geslagen te worden en verbeurte van eene boete van 9 rr. door den eigenaar of permithouder, ten behoeve van de armenkas des eilands.
Art. 3. ns
Op iedere rendez-vous-plaats, zal er een opzigter zijn, dewelke gehouden zal zijn, als een brave inwoner, dit reglement naauw- keurig te doen opvolgen en nakomen. j
Uit het getal der eigenaren of permithouders van de visschers- kano’s op elke rendez-vous-plaats zal er een wacht moeten geplaatst worden te zeggen: van een derde gedeelte dezer visschers, die gehouden zullen zijn een exact rapport alle morgen aan hun opzigter te doen. _
Ee Art. 5.
Geene visschers-kano zal mogen in zee steken tenzij met een schriftelijk permit van den opzigter; ook zal geene kano van de ligplaats mogen verhaald worden, zonder voorkennis van den
opzigter. ÄArt. 6. | Bij eene nadere bepaling zullen er, des noodig bevonden wor-
dende, aan de opzigters eenige goede ingezetenen toegevoegd worden tot hunne assistentie. |
Art. 7. | De visschers aan de Paardenbaai behoorende, krijgen hun
ES ° “£
30 1818. ‚Ne, 19 en 20.
permit van den kapitein der Indianen, die opzigter “over dit
disteict is, en bij deszelfs absentie van de dienstdoende ruiters op
het fort Zoutman. er zie Rn, 23 | Art. 8.
Visschers dewelke genegen zijn ver in zee of aan de Commandeurs- baai te visschen, van waar zij met zonsondergang op hun rendez- vous-plaats niet kunnen terugkeeren, zullen daartoe een schrif- telijk permit van den Commandeur moeten obtineren, hetwelk “de eigenaar ter kennis van den opzigter moet brengen, zullende bij de terugkomst, het permit aan den Commandeur worden bezorgd en aan den opzigter daarvan kennis worden gegeven. de
| Art. 9, d
Op iedere rendez-vous-plaats , zullen er bijzondere nommers aan de
kano's gegeven worden, en de opzigter zal aan den Commandeur
eene exacte lijst daarvan afzenden, met specificatie der nommers
en der eigenaren van de kano’s. | Art. 10.
Wordt gereserveerd de magt om hierin veranderingen te maken.
Aldus gearresteerd op Curagao , den 5den Februarij 1818. | | | Mij bekend, De Gouvernements-Secretaris get.) W. PRINCE. et de PUBLICATIE. Wi
De Vice-Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden van Policie van Curagao en onderhoorige eilanden. re | Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut!
doen te weten: |
No. 20.
Nademaal eenige planters en ingezetenen dezes eilands, in ge-
breke zijn gebleven, om behoorlijke opgaven aan hunne respectieve districtmeesters te doen, zoodanig als de districtmeesters van hen gevorderd hebben, om aan derzelver instructie en aan de bevelen van het Gouvernement te voldoen, en vermits“ diergelijke nala-
tigheid eene vertraging in de publieke admiuistratie te weeg brengt,
en Zijne Excellentie den Gouverneur-Generaal buiten staat stelt om Zijner Majesteits begeerte na te komen, zoo is het goed ge- vonden en besloten te gelasten, gelijk gelast wordt bij deze:
le. Dat de ingezetenen dezes eilands zullen gehouden en ver-
pligt zijn, aan hunne respectieve wijk- en districtmeesters binnen den daartoe te bepalen tijd , zoodanige behoorlijke en naauwkeurige opgaaf te doen, als de respectieve wijk- en districtmeesters, tot nakoming van derzelver instructie en ter voldoening aan de orders en bevelen van het Gouvernement, telkens zullen afvorderen.
20, Dat degene die in gebreke blijft de gevorderde opgaaf binnen den bepaalden tijd, behoorlijk en naauwkeurig te doen
nnn ensenmenmemnem emmanas tees Ris
er
1818. Ne. 20 en 21. 31
verbeuren zal eene boete van ps. 100, voor de eerste maal, van ps. 200 voor de tweede maal en van ps. 300 voor de derde maal „ buiten en behalve de actie welke het Officie-Fiscaal, alsdan zal vermeenen te hebben en moeten institueren.
38°, Dat de zoodanige die de voorzeide boete niet zal kunnen betalen, de eerste keer voor den tijd van eene maand, de tweede keer voor den ‘tijd van twee maanden, en de derde keer voor den tijd van drie maanden, in de gevangenis zal gesteld worden.
40, Dat een ieder die onwillig mogt zijn of verzuimen zal na te komen eenige aanzegging, die door zijn of haren wijk- of distrietmeester, in opvolging van deszelfs instructie of ontvangene bevelen, aan hem of haar mogt gedaan worden, vervallen zal in dezelfde boete of straffe als bij het voorgaande tweede en derde artikel bepaald is, tenzij deswege bij eenige andere wet of dispositie anders zal zijn vastgesteld. |
59°, Dat vermits, de, bij artikel 1 der publicatie van Zijne Excellentie den Gouverneur-Generaal, van dato 18 Maart 1816, vermelde aangifte, begrepen is onder de opgaven die de ingezete-
nen, ingevolge het eerste artikel dezer gehouden zijn te doen, en
er hierbij eene boete en straffe op degenen, die in het doen dier opgaven in gebreke blijven, vastgesteld zijn, de pcenaliteit die bij het tweede artikel van de opgemelde publicatie bepaald is,
dierhalve, door de in deze vermelde pcenaliteit zal vervangen. worden, en dat het gemelde artikel zoo wel als het daaropvol-
gende derde artikel aldus buiten werking blijven zal. 6e. Dat de hierbij bepaalde boete in drie gelijke deelen zal verdeeld worden, als een derde ten behoeve der koloniale kas, een derde voor den wijk- of districtmeester, in wiens wijk of distriet dezelve zal verbeurd zijn en een derde voor- den aan- brenger. 4 | | Aldus gearresteerd in de Raadsvergadering, gehouden op het Gouvernementshuis binnen het Fort Amsterdam op Curacao, den l6den Junij 1818, het vijfde jaar Zijner Majesteits regering. De Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd, | (get.) A. KikKeERT. Ter ordonnantie van dezelve, | | (get.) W. PRINCE, Secretaris. Gepubliceerd binnen het Fort Amsterdam, in Willemstad, op Pietermaaij, Scharlo en aan de overzijde dezer haven , den 18den daaropvolgende. | (get) W. Price, Secretaris.
PUBLICATIE. De Vice-Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden van Policie van Curagao en onderhoorige eilanden. :
No. 21.
32 1818. Ne. 21. 1819, No. 22.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut { doen te weten: / | Kn Ee  _ Nademaal het noodig geoordeeld is, deop diteiland in gebruik zijnde maten en gewigten wederom te doen ijken, zoo worden de ingezetenen hierbij gelast om hunne gewigten, alsmede hunne ma- ten zoo wel van natte als van drooge waren, geene uitgezonderd, binnen den tijd van acht dagen na de afkondiging dezer, en ver- volgens, ingevolge de publicatie van den eersten December 1812, van drie tot drie maanden bij den beëedigden ijkmeester die door Zijne Excellentie den Gouverneur-Generaal zal worden aangesteld of bij de afkondiging dezer reeds mogt zijn aangesteld, te be- zorgen, om geijkt te worden; zullende degenen die hiervan in gebreke blijven, mitsgaders de zoodanigen die ongeijkte of valsche maten of gewigten gebruiken, naar bevinding, verbeuren eene boete van vijftig tot honderd pezos van achten, voor de eerste maal ; van twee honderd tot vier honderd pezos van achten voor de tweede maal; en van vijf honderd tot een duizend pezos van achten voor de derde maal; buiten en behalve zoodanige actie als het Of- ficie-Fiscaal, alsdan, wegens het gebruiken van ongeiijkte of valsche maten en gewigten, tegen hen zal vermeenen te hebben en te moe- ten institueren; zullende de voorzeide boeten zijn ten profijte van de koloniale kas, het Officie-Fiscaal en den aanbrenger, ieder voor een derde; en degene die dezelve niet zal kunnen „betalen zal in gevangenis gesteld worden, de eerste keer voor den tijd van twee maanden; de tweede keer voor den tijd van vier mâanden en de derde keer voor den tijd van zes maanden. | Aldus gearresteerd in de Raadsvergadering, gehouden op het Gouvernementshuis binnen het Fort Amsterdam op Curagao, den 16den Junij 1818, het vijfde jaar Zijner Majesteits regering. De Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd, (get.) A. Kikkert.
Ter ordonnantie van dezelve,
(get.) W. PRINCE, Secretaris. Gepubliceerd binnen het Fort Amsterdam, in Willemstad, op Pietermaaij, Scharlo en aan de overzijde dezer haven, den 18den daaropvolgende. | ie
-
(get.) W. PRINCE, Secretaris. 1819.
N° 22. PUBLICATIE.
Wij Albert Kikkert, Commandeur van de Militaire Willems- orde, Officier van het Legioen van Eer van Zijne Aller Christelijke
1819. No. 22, 33
Majesteit, Vice-Admiraal in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, Gouverneur-Generaal van Curacao en onder- hoorige eilanden Bonaire en Aruba, en Generaal en Admiraal en Chef over de land- en zeemagt aldaar, enz., enz., enz.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut ! doen te weten : | Dat Wij het hieraan geannexeerde besluit van Zijne Majesteit den Koning, in dato 17 September 1818, van het Ministerie voor het Pubiiek Onderwijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien ont- vangen hebben, ten einde de noodige publiciteit aan hetzelve in deze kolonie te doen geven, gelijk geschiedt bij deze; luidende het opgemelde Koninklijk besluit, als volgt:
Wis WILLEM, Bis pe GRATIE Gops , KONING DER NEDER- LANDEN, PRINS VAN ORANJE-NASSAU , GROOT-HERTOG VAN LUXEMBURG, ENZ., ENZ., ENZ.
Herzien Ons besluit van 15 Junij 1818;
Herzien art. 8 van het traktaat op den 13den Augustus 1814, tusschen ons Rijk en dat van Groot-Brittannie gesloten, mitsgaders art. 1 van het traktaat van den 4den Mei ll. alle betrekkelijk de afschaffing van den slavenhandel;
Gelet op art. 60 van de Grondwet; willende door krachtdadige middelen eenen handel tegengaan welke de menschheid zoo zeer onteert ;
Op de voordragt van Onze Ministers van Justitie en Buitenlandsche Zaken;
Den Raad van State gehoord;
Hebben besloten en besluiten:
Art. 1.
Het zal aan niemand, wie hij ook zoude mogen zijn, in Onze West-Indische kolonien en etablissementen, of op de kust van Guinea geoorloofd zijn om slavenhandel te drijven, of aan dien handel directelijk of indirectelijk deelte nemen, hetzij door schepen of vaartuigen te dien einde uit te rusten, aan uitrustingen, hetzij van nationale of andere schepen en vaartuigen tot dat einde deel te nemen, dezelve voorbedachtelijk daartoe te vervrachten of te ver- huren hetzij door negers alsslaven, af te halen, te koopen, verkoopen, in te ruilen en in een der Nederlandsche of ook wel vreemde kolo- nien of etablissementen buiten Europa openlijk, of bedekt en ter sluik, in te voeren , ofte doen invoeren, op pcene dat de schuldigen en mede- pligtigen zullen worden gestraft met eene geldboete van f 5000 mitsgaders met eerloosverklaring en confinement voor den tijd van vijf jaren.
\
Art. 2. Met gelijke straffen zullen worden gestraft alle vreemdelingen
34 1819. No, 22,
welke na den Isten April 1819 een of meer negers in Onze voor- noemde kolonien en etablissementen, zullen hebben aangebragt of ingevoerd of getracht zullen hebben om dezelve in te voeren, en welke binnen Onze voorschreven kolonien en etablissementen mogten kunnen achterhaald worden, zullende de schepen en vaartuigen met negers beladen, welke voor dat tijdstip in een der Nederlandsche havens aldaar mogten binnenvallen, dadelijk worden afgewezen. Art. 3.
Met gelijke straffen, als bij art. 1 zijn vermeld, zullen worden ge- straft alle schippers, stuurlieden en supercargas , hetzij Neder- landsche of vreemden, welke hunne diensten hebben geleend tot het drijven van den verboden slavenhandel en dienvolgens na het voorz. tijdstip, eene lading negers in de gezegde kolonien en etablissementen zullen hebben aangebragt of zullen getracht hebben dezelve aan te brengen of in te voeren.
Art. 4.
De matrozen en andere scheepslieden die in Onze kolonien zullen worden achterhaald, welke voorbedachtelijk op schepen of vaartuigen hebben dienst genomen, wetende dat dezelve, tot den slavenhandel in het algemeen, of tot het invoeren van slaven binnen Onze gedachte kolonien en etablissementen worden gebezigd, zullen met eene gevangenis van twee jaren worden ge- straft, zij die zulks naderhand ontwaar -worden zijn dadelijk uit hunnen dienst ontslagen, en zullen bij de eerste geleg&nheid wan- neer zij dat zonder gevaar kunnen doen, denzelven verlaten, op poene dat zij anders op dezelfde wijze gestraft zullen worden.
rt. 5.
De voornoemde strafverordeningen zullen echter in geenen deele toepasselijk zijn op het geval dat slaven, welke op dit oogenblik in de kolonien aanwezig zijn, of derzelver kinderen die reeds geboren zijn, of geboren zullen worden respectievelijk naar en van de eene Nederlandsche kolonie en de West-Indië of vreemde kolonie, of een gedeelte derzelve, zullen worden vervoerd, ver- klarende Wij wel expresselijk, dat niemand wie het ook zij, deswege in het allerminst zal mogen worden gemoeid, als zijnde zoodanige in- en overvoering niet onder den verboden slavenhandel begrepen.
Art. 6. ;
Insgelijks zullen de straffen bij de tegenwoordige wet bedreigd, niet kunnen worden toepasselijk gemaakt op degenen, die een schip of vaartuig met slaven beladen, in nood zijnde hebben gered en bijgestaan, of ook wel uit zoodanig schip of vaartuig sla- ven mogten hebben overgenomen mits de bevelhebber bij het inloopen in de eerste haven, welke hij binnen mogt vallen, daarvan binnen 24 uren behoorlijke aangifte doen. |
Onze Ministers van Justitie, en voor het Publieke Onderwijs,
Ed
1819. No, 22 en 23. 35
de Nationale Nijverheid en de Kolonien, zijn ieder voor zooveel hen aangaat, met de executie dezes belast; zullende de laatstge- melde zorg dragen dat het tegenwoordig besluit in voornoemde kolonien, etablissementen naar stijle worden afgekondigd en aan- geplakt; en zal voorts een afschrift van het tegenwoordig besluit worden uitgereikt aan Onzen Minister van Buitenlandsche Zaken en aan den Raad van State, tot informatie en narigt.
Gegeven op het Loo den 17den September des jaars 1818, en van Onze regering het vijfde.
(get) WILLEM. Van wege den Koning , (get) J.G. pe Mey VAN STREEFKERK. Voor kopij conform, De Commissaris bij het Ministerie voor het Publiek Onder- wijs, de Nationale Nijverheid en de Kolonien, (get). J. SCHREUDER.
Gedaan op Curagao den 6den Januarij 1819, het zesde jaar van Zijner Majesteits regering.
| Ee __ (get). A. KikkKeERT. Ter ordonnantie van Zijne Excellentie , peen “(get.)- W. Prixce, Secretaris.
Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in de Willemstad, dato ut supra.
(get) W. PRINCE, Secretaris. No. 23. PUBLICATIE.
Wij Albert Kikkert, Commandeur van de Militaire Willems- orde, Officier van het Legioen van Eer van Zijne Aller Christe- lijke Majesteit, Vice-Admiraal in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, Gouverneur-Generaal van Curagao en onderhoorige eilanden Bonaire en Aruba, en Generaal en Admi- raal en Chef over de land- en zeemagt aldaar, enz., enz., enz.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut ! doen te weten:
Dat Wij, het hieraan geannexeerde traktaat in dato 4 Mei 1818, tusschen het rijk der Nederlanden en dat van Groot-Brit- tannië gesloten, benevens de daaraan geannexeerde bijlagen van het Ministerie voor het Publieke Onderwijs, de Nationale Nijver- heid en de Kolonien hebben ontvangen, ten einde de noodige pu- bliciteit aan dezelven in deze kolonien te doen geven, gelijk ge- schiedt bij deze ; luidende het gemelde traktaat en de daaraan gean- - nexeerde bijlagen, als volgt:
In naam der Allerheiligste Drieëenheid.
Z. M. de Koning der Nederlanden en Z. M. de Koning van
het vereenigd Koningrijk van Groot-Brittannië en: Terland, bezield
36 1819. Ne, 23.
met een wederzijdsch verlangen tot het nemen van de kracht- dadigste maatregelen om het handelen in slaven , door hunne onder- danen, te beletten, en om voor te komen, dat andere volken , welke zich daarop toeleggen, zich van hunne respectieve vlaggen bedienen , om dezen schandelijken handel te beschermen, hebben gezegde Hunne Majesteiten besloten over te gaan tot het sluiten van een verdrag, ten einde dit dubbel doel te bereiken, en hebben, te dien einde hunne gevolmagtigden ad hoc benoemd, te weten:
Z. M. de Koning der Nederlanden, den heer Anne Willem Carel, baron van Nagell tot Ampsen, lid van de Ridderschap der provin- cie Gelderland, Groot-Kruis der orde van den Nederlandschen Leeuw en van Carlos III, Hoogstdeszelfs Kamerheer en Staats- Minister , belast met het Departement van Buitenlandsche Zaken, en den heer Cornelis Felis van Maanen, Commandeur. der orde van den Nederlandschen Leeuw, Hoogstdeszelfs Staats-Minister , belast met het Departement van Justitie;
en Z. M. de Koning van het vereenigd Koningrijk van Groot- Brittannië en Ierland, den Hoog Edelen Richard, graaf van Clan- carty, burggraaf Dunlo, baron Kilconnel, baron Trench van Car- bally , in het vereenigd Koningrijk van Groot-Brittannië en Ierland, Raadsheerin deszelfs Geheimen Raad van Groot-Brittannië en Terland, lid van het Committé van eerstgemeld Rijk, tot de zaken van den koophandel en de kolonien, Kolonel van het regemient militie van het graafschap Galway, Ridder Groot-Kruis van de” hoog geëerde Bath's-orde: Hoogstdeszelfs buitengewoon en gevolmagtigd Am- bassadeur bij Z. M. den Koning der Nederlanden, Groot-Hertog van Luxemburg; ek, |
dewelke, na hunne, in goeden en behoorlijken vorm bevonden, volmagten te hebben uitgewisseld, wegens de volgende artikelen zijn overeengekomen.
Art. 1. De wetten van het vereenigd Koningrijk van Groot- Brittanniëen Ierland, de onderdanen van Zijne Britsche Majesteit , welke den slavenhandel drijven, of daaraan op eenigerhande wijze deel nemen, reeds aan zware pcenaliteiten onderwerpende, zoo verbindt zich Z. M, de Koning der Nederlanden, zich ge- dragende naar art. 8 der conventie, den 13den Augustus 1814, met Zijne Britsche Majesteit gesloten, dienvolgens, om, binnen den tijd van acht maanden, na de ratificatie dezes, of zoo veel eerder mogelijk, aan alle zijne onderdanen, op de krachtdadigste wijze, en wel bij de plegtigste strafwetten, te verbieden, om op eeniger- lei wijze aan den slavenhandel deel te nemen.
Ingeval de beteugelende maatregelen tegen den slavenhandel reeds door het Gouvernement van Groot-Brittannië genomen, en door dat der Nederlanden te nemen, mogten bevonden worden niet krachtig genoeg of onvoldoende te zijn alsdan verbinden zich
ed Ns
kota te, «
1819. Ne, 25. 7
de hooge contracterende partijen, daarin, door zoodanige nieuwe wetgevende of reglementaire maatregelen, te zullen voorzien, als het meest geschikt zijn zullen, om het doel, dat zij zich bij dit traktaat voorstellen, te bereiken.
IL. De beide hooge contracterende partijen, om des te vol- komener het oogmerk te bereiken tot voorkoming van allen handel inslaven, van wege hare respectieve onderdanen, stemmen weder- zijds toe, dat de schepen hunner Koninklijke Marines, welke van uitdrukkelijke instructien te dien opzigte zullen worden voorzien , zoodanig als die hier achter te vinden zijn, dusdanige koopvaar= dijschepen der beide ‘natien zullen kunnen visiteren, welke, op redelijke gronden, mogten verdacht gehouden worden, slaven aan boord te hebben, die tot een ongeoorloofden handel bestemd zijn, en alleenlijk ingeval zij zoodanige slaven aan boord mogten vinden , zullen zij de schepen kunnen aanhouden, ten einde voor de daarmede belaste regtbanken te regt te staan, gelijk zulks hier- onder nader zal worden gespecificeerd.
Il. Tot uitlegging van de wijze van uitvoering van het voor- gaand artikel is men overeengekomen.
1. Dat dit wederzijdsch regt‘ van visitatie en arrestatie niet zal mogen worden uitgeoefend, hetzij op de Middellandsche Zee, noch op de Europeesche Zeëen, gelegen buiten de straat van Gibraltar, ten noorden den 37sten paralel noorderbreedte, noch ten oosten den lengtemeridiaan, op den 20sten graad bewesten Greenwich.
9, Dat de namen der verschillende, van zoodanige instructien
voorziene schepen, derzelver respectieve sterkte, benevens de namen.
der kommaudanten, van tijd tot tijd, en naar gelang van derzel- ver vrijlating, door de Mogendheid, die de opzending bewerk- stelligd heeft, aan de andere hooge contracterende partij zullen zijn medegedeeld.
3. Dat het getal schepen van elke der Koninklijke Marines, tot de voormelde visitatie gemagtigd, zonder de vooraf verkregen uitdrukkelijke toestemming der andere Mogendheid, dat van twaalf , behoorende aan elke der hooge contracterende partijen, niet zal mogen te boven gaan. |
4. Ingeval het mogt noodig bevonden worden , dat een schip van de Koninklijke Marine van eene der beide hooge contracterende partijen, daartoe gemagtigd, overging tot het visiteren van een of meerdere koopvaardijschepen onder de vlag en konvooi van een of meerdere schepen der Koninklijke Marine van de andere hooge contracterende partij, zal de officier , kommanderende het, tot het doen van zoodanige visitatie, behoorlijk gemagtigd en ge- last schip, daartoe overgaan, gezamenlijk met den officier, welke
v
38 1819. N°, 28.
het bevel over het konvooi voert, die tot zoodanige visitatie alle gemak zal verschaffen, gelijk mede tot de eventuele aanhouding der aldus gevisiteerde koopvaardijschepen, en uit al zijne magt medewerken zal tot de uitvoering der tegenwoordige conventie, overeenkomstig derzelver oogmerk en doel.
9. Men is overeengekomen, dat de kommandanten der schepen van de beide Koninklijke Marines, welke tot dezen dienst zullen worden gebezigd, zich ten striktste aan den naauwkeurigen inhoud der instructien zullen hebben te houden, welke zij te dien einde zullen ontvangen. |
‚IV. De twee voorgaande artikelen geheel en al wederkeerig zijnde, zoo verbinden zich de beide hooge contracterende partijen wederzijds, hunne respectieve onderdanen schadeloos te stellen we- gens alle verliezeù, welke zij onregtvaardiglijk , door het onwettig en willekeurig aanhouden hunner schepen, mogten komen te lijden. Wel te verstaan, dat deze schadevergoeding onveranderlijk zal komen ten laste van het Gouvernement, welks kruisers zich aan de willekeurige aanhouding zullen hebben schuldig gemaakt, en dat de visitatie en het aanhouden der in deze artikelen om- schreven schepen niet anders zal: vermogen te worden bewerk- stelligd, dan door zoodanige der Nederlandsche en Britsche sche- pen, als welke niet alleenlijk een gedeelte uitmaken der beide Koninklijke Marines, maar die van de speciale iústructien, aan dit traktaat geannexeerd, zullen voorzien zijn, en “zich naar de bepalingen derzelve gedragende.
V. Geen Nederlandsche of Britsche kruiser vermag eenig schip aan te houden, zoo het niet werkelijk slaven aan boord heeft; en zal het aanhouden van een schip, hetzij Nederlandsch of Britsch, voor wettig gehouden worden, dan moeten de aan boord van het- zelve gevonden slaven daarop gebragt zijn, met uitdrukkelijk oog- merk, om met dezelve handel te drijven.
VI. De schepen der Koninklijke Marine van de beïde natien, welke in het vervolg bestemd zullen worden tot het voorkomen van den slavenhandel, zullen door hunne respectieve Gouverne- menten voorzien zijn van een afschrift der aan dit traktaat ge- voegde instructien, en van welk deze beschouwd zullen worden een integrerend deel uit te maken.
Deze instructien zullen zijn gesteld in de Hollandsche en Engel- sche talen, en, voor de schepen van elke der beide Mogendheden, door de Ministers hunner respectieve Marine onderteekend.
De beide hooge contracterende partijen behouden aan zich het vermogen, de gemelde instructien, hetzij in derzelver geheel of ten deele, naar vereisch van omstandigheden , te veranderen. Wel te
ae ve
ee DOGG Nar ttds RR eenn eme omme mens det amat t ie, eee
he
le
1819. Ne. 23, 39
verstaan nogtans, dat de gemelde veranderingen, niet dan met ge- meen overleg en met toestemming der beide contracterende partijen, zullen vermogen te geschieden. Keere
VII. Ten einde, met de minst mogelijke vertraging en ongele- genheid, de schepen, welke aangehouden zullen zijn, ter zake van zich met den slavenhandel te hebben ingelaten, naar luid van art. 5 des tegenwoordigen traktaats, te doen vonnissen, zullen er,
ten laatste binnen den tijd van een jaar, te rekenen van de uit-
wisseling der ratificatien van het tegenwoordig traktaat, twee gemengde geregtshoven worden opgerigt, zamengesteld uit een ge- lijk getal personen van de beide natien, tot dat einde door hunne respectieve Souvereinen beucemd. | | Deze geregtshoven zullen zitting hebben, het eene in eene der bezittingen, behoorende aan Z. M. den Koning der Nederlanden, en het andere op het grondgebied van Zijne Britsche Majesteit. De beide Gouvernementen zullen, tijdens de uitwisseling der ra- tificatien van het tegenwoordig traktaat, elk voor zijne eigen staten, verklaren , op welke plaatsen. de gemelde geregtshoven zullen resideren. — Elke der beide hooge contracterende partijen behoudt, zich echter voor, om, naar goeddunken , dé residentie- plaats van het binnen haar gebied gevestigd geregtshof te veran- deren; des nogtans, dat een der beide geregtshoven steeds gehouden ‘worde in eene der koloniale bezittingen van Z. M. den Koning der Nederlanden , en het andere op de kust van Afrika. | De geregtshoven zullen, overeenkomstig dit traktaat en de daar- aan geannexeerde reglementen en instructien als beschouwd moetende worden, daarvan een integrerend gedeelte uit te maken, in de aan hunne uitspraak te onderwerpen zaken, zonder appel regt spreken. htt He sn” : | mn
VIII. Ingeval de officieren, kommandanten der schepen van Koninklijk Nederlandsche en Britsche Marines, in commissie ge- steld, in voege als bij art. 2 is bepaald, van de bepalingen des tegenwoordigen traktaats mogten afwijken op hoedanige wijze dit ook zou mogen zijn, en zij niet in staat mogten wezen, om zich, hetzij door den inhoud van het traktaat zelve, hetzij door dien der daaraan geannexeerde instructien, te regtvaardigen, zal het Gou- vernement, hetwelk zich door zulk een gedrag mogt beleedigd achten regt hebben, om genoegdoening te vragen, en, in zulk geval, verpligt zich het Gouvernement, tot hetwelk de gemelde kommanderende officieren zullen behooren , omtrent het onderwerp der klagte, een onderzoek te doen plaats hebben, en, wanneer dezelve gegrond mogt worden bevonden, eene straf, geövenredigd aan de begane overtreding, op te leggen. £
IX. De acten of instrumenten, aan dit traktaat geannexeerd,
40 1819. Ne, 23.
en welke daarvan een integrerend gedeelte uitmaken, zijn de vol- gende:
° a. De instructien voor de schepen der Koninklijke Marines der beide natien, bestemd om den slavenhandel voor te komen.
b. Het reglement voor de gemengde geregtshoven, welke in eene der koloniale bezittingen van Z. M. den Koning der Nederlanden en op de kust van Afrika zullen zitting houden.
X. Hettegenwoordig, in tien artikelen bestaande, traktaat zal geratificeerd en de ratificatien daarvan zullen uitgewisseld worden binnen den tijd van eene maand, of zooveel eerder mogelijk.
Des ten oorkonde hebben de respectieve gevolmagtigden hetzelve onderteekend, en van het afdruksel hunner wapenen voorzien.
Gegeven te °s Gravenhage, den Aden Mei van het jaar Onzes Heeren 1818.
(get.) A. W.C. van Nacern. (L. S.) (get) VAN MAANEN. (L. S.) (get.) CLANCARTZ. (L. S.)
INSTRUCTIEN voor de schepen der Koninklijke Neder- landsche en Groot-Brittannische Marines, gebezigd tot _ het beletten van den slavenhandel.
Art. IL. Elk schip der Koninklijke Nederlandsche of Britsche Marines, hetwelk, voorzien van de tegenwoordige, instructien, overeenkomstig art. 2 van het traktaat van heden, regt zal heb- ben tot het visiteren der koopvaardijschepen van elke der beide Mogendheden, die zich werkelijk mogten inlaten, of verdacht zijn van zich in te laten met den slavenhandel, zal daartoe kunnen overgaan , behalve op de zeöen, bij art. 3 van gemeld traktaat uitgezonderd, en zal, indien zich slaven aan boord bevinden, met het uitdrukkelijk voornemen, om met dezelve handel te drijven, de kommandant van zoodanig schip der Koninklijke zeemagt, dezelve slaven vermogen aan te houden; zullende, ingeval van aanhouding van een schip, hij hetzelve opbrengen, ten einde, zoodra mogelijk te regt te staan voor zoodanig der twee, ingevolge art. 7 van het op heden gesloten traktaat opgerigte geregtshoven, als het naastbij gelegen zal zijn, of als hij kommandant van het aanhalend schip, op zijne personelijke verantwoordelijkheid, oor- deelen zal het eerst te kunnen bereiken, te rekenen van het punt, alwaar het koopvaardijschip zal gevisiteerd en aangehouden zijn.
De schepen, aan boord van welke men geene slaven zal vinden, bestemd, om een handelsartikel uit te maken, zullen om geener- lei reden, noch onder eenigerhande voorwendsel, worden aange- houden. j
Zwarten, welke als bedienden of matrozen aan boord der ge- melde schepen mogten gevonden worden, zullen, in geen geval,
1819. N°. 23. 41
als eene voldoende oorzaak tot aanhouding kunnen beschouwd worden. Ì |
IL, Zoo dikwerf een schip der Koninklijke Marines, daartoe in commissie gesteld, een koopvaardijschip, aan visitatie onder- worpen , mogt ontmoeten, zal deze op de betamelijkste wijze en met al zoodanig ontzag plaats hebben als twee bevriende en ge- allieerde natien elkander wederzijds verschuldigd zijn. A
In geen geval zal de visitatie vermogen te geschieden door een officier van een’ minderen rang, dan dien van luitenant, der Ne- derlandsche of Groot-Brittannische Marine. te
III, De van zoodanige commissie voorziene schepen der Konink- lijke Marines, welke, achtervolgens den inhoud dezer instructien , een koopvaardijschip mogten komen aan te houden, zullen de ge- heele lading, zonder die aan te raken, als ook den kapitein en ten minste een gedeelte der equipagie van zoodanig schip, aan boord laten. De kapitein aanhaler zal eene authentieke schrifte- lijke verklaring opmaken, waarin de staat, in welken het aange- houden schip is bevolen zoo wel als de veranderingen, welke aan boord van hetzelve zullen hebben omschreven. Hij zal aan den kapitein van het aangehouden schip een onderteekend certi- ficaat afgeven van de aan boord deszelven schips gevonden papieren, alsmede van het getal slaven, welke het, op het oogenblik der aanhouding, aan boord had. j egen sion
De negers zullen niet ontscheept mogen worden, alvorens de schepen, aan boord van welke zij zich bevinden, ter plaatse aan- gekomen zijn, alwaar over de wettigheid van den prijs, door een der gemengde geregtshoven, moet uitspraak geschieden; met dat gevolg, dat, in de gevallen, wanneer dezelve niet voor goede prijzen mogten worden verklaard, het verlies der eigenaars zoo veel te gemakkelijker zou kunnen worden hersteld.
Indien, nogtans, dringende redenen, uit de langdurigheid van de reis, den staat van gezondheid der negers, of andere oorzaken ontstaande , kwamen te vereischen, dat dezelve, allen of voor een gedeelte, ontscheept zouden moeten worden, alvorens het schip aan de residentieplaats van een der gemelde geregtshoven mogt kunnen aankomen, vermag de kommandant van het aanhalend schip de verantwoordelijkheid eener zoodanige ontscheping op zich te nemen, mits de noodzakelijkheid daarvan door een certificaat in behoorlijken vorm blijke.
REGLEMENT voor de gemengde geregtshoven, welke vn eene der koloniale bezittingen van Z. M. den Koning der Nederlanden, mitsgaders op de kust van Afrika, zullen resideren.
Art. I. De gemengde geregtshoven, welke, overeenkomstig
42 1819. Ne, 23.
het op heden gesloten traktaat, in eene der koloniale bezittingen van Z. M. den Koning der Nederlanden, mitsgaders op de kust van Afrika, zullen opgerigt worden, zijn daargesteld, ten einde over de wettigheid van de aanhouding der schepen, door de kruisers der beide natien, uit krachte van gemeld traktaat, aan te houden, uitspraak te doen.
De voormelde geregtshoven zullen, definitief en zonder appel, overeenkomstig de bepalingen van het traktaat, vonnis spreken.
Het proces zal zoo kortzakelijk mogelijk worden opgemaakt, en de geregtshoven worden gerequireerd, om (voor zoo veel dezelve zulks doenlijk zullen vinden), binnen den tijd van twintig dagen, te rekenen van den dag, op welken het aangehouden schip in de havens, waar de geregtshoven resideren, zal zijn opgebragt, uit- spraak te doen. Zij zullen in de eerste plaats oordeel vellen over de wettigheid van den prijs, en, in de tweede plaats (ingeval het genomen schip mogt worden vrijgegeven), wegens de schadever- goeding aan het genomen schip toe te kennen.
Wordt al verder mits deze bepaald, dat in allen gevalle, het eindvonnis, ter zake van afwezendheid van getuigen, of wegens gebrek aan andere bewijzen, niet langer dan den tijd van twee maanden zal vermogen uitgesteld te worden, ten ware op verzoek van eene der belanghebbende partijen, in welk geval, en mits dezelve voldoende zekerheid stelle, dat zij zich zelfe zullen be- lasten met de kosten en risico van het uitstel, de eëregtshoven de magt hebben, om, naar hunne discretie, een verlengd uitstel te verleenen, hetwelk echter van niet langer dan vier maanden zal mogen zijn. |
DH. Elk der bovengemelde gemengde geregtshoven, welke in eene der koloniale bezittingen van Z. M. den Koning der Neder- landen, mitsgaders op de kust van Afrika, zullen resideren, zal zijn zamengesteld in voege als volgt:
De twee hooge contracterende partijen zullen elk een’ regter en een’ arbiter benoemen, welke gemagtigd zullen zijn tot het ken- nis nemen van, en, zonder appel, uitspraak doen over alle geval- len van het nemen van schepen, welke, achtervolgens de bepa- lingen van het traktaat van heden, voor hen mogen gebragt worden ; al deter zake dienende processale stukken, welke aan de gemelde geregtshoven zullen worden overgelegd, zullen op schrift gesteld moeten zijn in de wettige taal van het land, binnen het- welk de geregtshoven zullen resideren.
De regters en arbiters zullen, in handen van den voornaamsten overheidspersoon van de plaats, alwaar de geregtshoven zullen resideren, zweren, hetzij aan de reclamanten, hetzij aan degenen, die de aanhaling gedaan hebben, en van zich in alle uitspraken, overeenkomstig de bepalingen van het op heden gesloten traktaat
1819. Ne, 23. 48
te zullen gedragen. Aan elk geregtshof zal een secretaris of grif- fier toegevoegd worden door den Souverein van het land, binnen welks gebied het geregtshof zal resideren, welke al deszelfs han- delingen zal te boek stellen, en die, alvorens zijnen post te aan- vaarden, voor het geregtshof den eed zal afleggen ‚van zich jegens hetzelve met eerbied te zullen gedragen, en al hetgeen tot zijnen post behoort, getrouwelijk te zullen waarnemen.
III. De manier van procederen zal zijn als volgt:
De regters der beide natien zullen in de eerste plaats overgaan tot het onderzoek der scheepspapieren en tot het inwinnen van de depositien des kapiteins, mitsgaders van die van ten minste twee of drie der voornaamste zich aan boord van het opgebragt vaar- tuig bevonden hebbende personen, zoowel als van de beëedigde verklaring van dengeen, die de aanhaling gedaan heeft, indien deze mogt noodig geoordeeld worden, ten einde in staat te zijn van te oordeelen en uitspraak te doen, of het schip, overeenkom- stig de bepalingen des traktaats, wel en te regt is aangehouden of niet, en opdat uit krachte dezer beoordeeling, het schip ver- oordeeld of vrijgegeven zal kunnen worden. — En ingeval de beide regters het omtrent het door hen uitte spreken vonnis niet mogten eens zijn, hetzij wat aangaat de wettigheid der aanhouding, hetzij ‚ voor zoo veel betreft de toe te wijzen schadevergoeding, of om- trent eenige andere quaestie, die uit de bepalingen van het traktaat mogt kunnen voortvloeijen, zullen zij bij het lot den naam van een der beide arbiters uittrekken, dewelke, na de processale stuk- ken te hebben onderzocht, met de bovengemelde regters, over het zich opgedaan hebbende geval, zal delibereren en het eindvonnis zal alsdan worden uitgesproken overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid der regters en van den bovengemelden arbiter.
Ingeval van overlijden, of wettige verhindering, van een Brit- schen regter of arbiter behoorende tot het geregtshof, dat in eene Nederlandsche kolonie gevestigd is, zullen de overblijvende per- sonen zich regelen naar hetgeen hierboven met opzigt tot het geregtshof dat in de bezittingen van Zijne Britsche Majesteit zit- ting houdt, in geval van overlijden of wettig beletsel van een onderhandschen regter of arbiter, bepaald is. A
De hooge contracterende partijen zijn insgelijks overeengekomen , dat de Gouverneur der kolonien, alwaar de gemengde geregts- hoven zullen zitting hebben, ingeval van vacature van eene plaats van regter of arbiter van de andere hooge contracterende partij, den Gouverneur der naastbij gelegene kolonie, aan gemelde hooge contracterende partij toebehoorende, daarvan zal kennis geven, ten einde die plaats, zoo spoedig mogelijk, aan te vullen; terwijl elke der contracterende Mogendheden zich verbindt, om, op eene definitieve wijze, zoo spoedig mogelijk , de vacatures, welke in de
be
41 1819. No. 23.
geregtshoven , hetzij door overlijden, of door eenigerhande oorzaak, mogten komen plaats te hebben, aan te vullen.
„IV. In de authentieke verklaringen, welke de aanhalende be- velhebber gehouden zal zijn, voor het geregtshof te doen, zoowel als in het certificaat der aangehaalde papieren, hetwelk aan den kapitein van het aangehouden schip moet worden ter hand gesteld , zal gemelde bevelhebber gehouden zijn op te geven en te vermel- den zijnen naam benevens die van het schip, zoowel als de breedte en lengte van de plaats alwaar de aanhaling geschied is, mitsgaders het getal der aan boord van het genomen schip, op het oogenblik van deszelfs aanhouding, bevonden slaven.
V. Zoodra het vonnis zal zijn uitgesproken, zullen het aange- den schip, indien het vrij gegeven wordt, mitsgaders deszelfs la- ding, in den staat, waarin zich deze alsdan zal zijn bevindende, aan den kapitein, of aan diens gemagtigde, worden teruggegeven, welke voor hetzelve geregtshof alsdan zal kunnen reclameren eene begrooting der schaden, op welker vergoeding hij aanspraak zal kunnen maken. | |
Degeen, die de aanhaling gedaan heeft, en, bij in gebreke blij- ven van dien, deszelfs Gouvernement, zal wegens de gemelde scha- den verantwoordelijk zijn.
De beide hooge contracterende partijen verpligten zich, om , bin- nen den tijd van een jaar, na de dagteekening van het vonnis, de kosten en schade, welke door bovengemeld geregtshof mogten „worden ingewilligd, te betalen. ”
Wel te verstaan, dat deze kosten en schaden zullen komen ten laste van de Mogendheid, van welke degeen, die de aanhaling gedaan heeft, onderdaan is. |
VI. Ingeval van veroordeeling van een schip, zal hetzelve voor goeden prijs verklaard worden, zoowel als deszelfs lading van welken aard die ook zijn moge, met uitzondering van de slaven, welke zich als handelsartikel aan boord mogten hebben bevon- den; zullende zoodanig schip, benevens deszeifs lading, in openbare verkooping, ten voordeele der beide Gouvernementen, worden ver- kocht; en wat de slaven aangaat, dezelve zullen, van het gemengd geregtshof, een certificaat van vrijstelling ontvangen, en zij zul- len aan het Gouvernement worden uitgeleverd, op welks grond- gebied het hof, dat vonnis gesproken heeft, zal zitting hebben, ten einde als vrije huisbedienden of werklieden te worden ge- bezigd.
Elk der beide Gouvernementen verpligt zich tot de waarborging der vrijheid van zoodanig gedeelte dier lieden, als aan hetzelve respectievelijk zal komen te beurt vallen.
VIT. De gemengde geregtshoven zullen insgelijks kennis nemen en regt spreken, en zulks in den vorm, bij art. 3 van dit regle-
1819. Ne, 28, 45
ment voorgeschreven, over alle reclamatien, wegens vergoeding van verliezen, veroorzaakt aan schepen, welke, ter zake van ver- dacht te zijn den slavenhandel te drijven, mogten zijn aangehou- den, doch door de gemelde geregtshoven niet voor wettige prijzen zouden zijn verklaard.
In alle gevallen, waarin de teruggave mogt zijn uitgesproken, zullen de geregtshoven, ten behoeve van den reclamant, of der reclamanten, of derzelver wettige gemagtigden , eene billijke en vol- komene schadevergoeding toewijzen, zoo wegens alle proceskosten, als voor alle verliezen en schade, als de reclamant, of de reclamanten, door zoodanige aanhaling en aanhouden mogten hebben geleden. De geregtshoven zullen daarbij in het oog houden:
1. Dat, ingeval van volkomen verlies, de reclamant, of de reclamanten, zullen worden schadeloos gesteld:
a. Wegens alle bijzondere schade en kosten aan het schip ver- oorzaakt, door het verlies van verschuldigde, of nog te betalen vracht. |
b. Wegens legkosten, zullende de uit dezen hoofde verschul- digde schadevergoeding geregeld worden, ingevolge het aan dit artikel geannexeerde tarief. |
c. Wegens alle bederf of beschadiging, die de lading mogt heb- ben komen te lijden. |
d. Hun zal almede worden toegewezen 5 ten honderd van het beloop van het kapitaal, dat tot inkoop der lading mogt besteed zijn, en zulks voor al den tijd van het oponthoud, door de aan- houding veroorzaakt; en |
e. Eene schadeloosstelling voor de assurantiepremie, wegens bijkomende risico. Á
In alle gevallen zal de reclamant, of zullen de reclamanten aan- spraak hebben op de interesten, op den voet van 5 ten honderd in het jaar, van de bij vonnis toegewezen som, tot de betaling derzelve toe, door het Gouvernement, aan hetwelk het schip, dat de aanhaling gedaan heeft, behoort. Het geheele beloop dier schadevergoeding zal berekend worden in het geld van het land, tot hetwelk het schip behoort, te vereffenen volgens den koers van den wissel, zoodanig als die was op het oogenblik van de geregtelijke toewijzing.
De beide hooge contracterende partijen, nogtans verlangende, zoo veel mogelijk, allerlei soort van bedrog in de uitvoering van het traktaat, op dezen dag gesloten, te vermijden, zijn overeen- gekomen, dat, indien klaarblijkelijk en volgens de overtuiging der regters van de beide natien, en zonder tot de uitspraak van een’ arbiter toevlugt te nemen, het bewezen mogt worden, dat degene, welke de aanhouding gedaan heeft door eenen vrij willigen
46 1819. Ne. 23.
en berispelijken misslag van den kant des kapiteins van het aan- gehouden schip, misleid was geworden, en in zulk geval alleen, zoodanig schip geene aanspraak zal hebben, tot bekoming van de leegelden, voor de dagen van aanhouding, bij dit artikel bepaald.
Tarief van leggelden, of verblijfkosten, voor een schip van: 100 last tot 120 ingesloten . . « 5 pond st. daags.
Rin h 190» nn in » » » INE mms TO » EN WO » kik » 200 „ id erin SADE » » 201 » » 220 » rt NE » Dj » a) EEE » 250 » ren An Di » » 251: »„» 270 » AC de NELE Alde 27E » n= 800 » ë se SIB nh nn
en zoo vervolgens naar evenredigheid.
VII. Het zal noch aan de regters, noch aan de arbiters, noch aan den secretaris der gemengde geregtshoven geoorloofd zijn, om, van eenige der bij de door hen uit te spreken vonnissen belang- hebbende partijen, ter vervulling van de pligten, welke hun bij dit reglement zijn opgelegd, eenig emolument te vragen of te ont- vangen, onder welk voorwendsel dit ook zijn moge. „”
IX. De beide hooge contracterende partijen zijn ov#reengeko- men, dat, in geval van overlijden of van wettige verhindering van een of meer der regters of arbiters, de voormelde gemengde ge- regtshoven uitmakende, derzelver plaatsen ad interim zuilen wor- den vervuld in maniere als volgt :
In het geregtshof, hetwelk in de bezittingen van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden zal zitting hebben, zullen de vace- rende van Pwelgemelde Zijne Majesteit afhankelijke plaatsen , suc-
cessievelijk waargenomen worden door den Gouverneur of Vice-
Gouverneur, door den voornaamsten overheidspersoon, en door derzelver secretaris.
Betreffende het geregtshof, hetwelk zitting zal hebben in de bezittingen van Zijne Britsche Majesteit op de kust van Afrika, is men overeengekomen, dat, in geval van overlijden of van wet- tige verhindering van den Nederlandschen regter of arbiter te dier plaatse, de overblijvende personen van dat geregtshof zullen overgaan tot het vonnis vellen over de schepen, welke aan hunne uitspraak mogten onderworpen zijn, mitsgaders tot het ten uitvoer leggen van hunne sententien.
“De vacerende plaatsen in het geregtshof, Eatweli op de kust van Afrika zal worden opgerigt, en welke van Zijne Britsche Majesteit afhankelijk zijn, zullen waargenomen worden door den
1819. No. 25, 24 en 25. 47
Gouverneur of Vice-Gouverneur, door den voornaamsten overheids- persoon en den secretaris van het Gouvernement. Gedaan op Curagao, den 8sten Januarij 1819, het zesde jaar Zijner Majesteits regering. (get) A. KIKKERT. Ter ordonnantie van denzelven, (get) W. Prince, Secretaris. Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in Willemstad, dato ut supra. (get) W. Privce, Secretaris.
No, 24, ‘ PUBLICATIE.
Wij Albert Kikkert, Commandeur van de Militaire Willems- orde, Officier van het Legioen van Eer van Zijne Aller Chris- telijke Majesteit, Vice-Admiraal in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, Gouverneur-Generaal van Curacao en onderhoorige eilanden Bonaire en Aruba, en Generaal en Admi- raal en Chef over de land- en zeemagt alde, enz. , enz., enz.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut ! doen te weten :
De Raad-Fiscaal aan Ons gerapporteerd hebbende, dat er dage- lijks voetzoekers in de stad worden afgestoken, met verzoek dat het verbod aangaande het afsteken van vuurwerken, door Ons zoude worden gerenoveerd;
Zoo hebben Wij goedgevonden en verstaan: het bestaande ver bod opzigtelijk het afsteken en smijten van voetzoekers, vuurpij- len en andere soorten van vuurwerken, op de publieke wegen en straten op dit eiland, te renoveren, gelijk geschiedt bij deze, op pcoene dat degenen die tegen dat verbod mogten handelen, vervallen zullen in zoodanige boete of straffe als daaromtrent is vastgesteld.
Gedaan op Curacao, den 4den Februarij 1819, het zesde Jaar van Zijner Majesteits regering.
(get.) A. KikKERT. Ter ordonnantie van Zijne Excellentie, (get) W. PRINCE, Secretaris.
Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in de Willemstad,
aan de Overzijde, op Pietermaaij en Scharlo, dato ut supra. (get) W. Prisce, Secretaris.
No, 25. PUBLICATIE. De Vice-Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden van Policie van Curagao en onderhoorige eilanden.
48 1819. No, 25 en 26.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Dat goedgevonden en besloten is:
Dat, voor ieder slaaf die, na de afkondiging dezer, van dit of de onderhoorige eilanden Bonaire en Aruba uitgevoerd wordt, zuigelingen uitgezonderd, de som van tien pezos van achten aan de koloniale kas zal worden betaald.
Aldus gearresteerd in des Raads vergadering, gehouden op het Gouvernementshuis binnen het fort Amsterdam op Curacao, den 16den Maart 1819, het zesde jaar Zijner Majesteits regering.
De Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd, (get.) A. Kikkert.
Ter ordonnantie van dezelven,
(get) W. Prince, Secretaris.
Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in Willemstad, den 22sten daaropvolgende.
(get) W. Prince, Secretaris. N°, 26. se
PUBLICATIE. er
De Vice-Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden van Policic van Curagao en onderhoorige eilanden.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten: |
In overweging genomen zijnde, dat particulieren geene verzoe- ken of voordragten aan dezen Raad, bij missiven of brieven ver- mogen te doen, maar dat zulks bij requesten, memorien of ver- toogen behooren te geschieden , en dat dezelve requesten, memorien of vertoogen onbesloten ter secretarij van dezen Raad moeten wor- den ingeleverd ;
Is goedgevonden en besloten: bij deze ter kennis van het publiek te brengen, dat het alleen aan Collegien, mitsgaders aan ambte- naren, in zaken hun ambt regarderende , geoorloofd is om zich aan dezen Raad bij missiven of brievente adresseren, en niet aan particulieren, dewelken den Raad niet dan bij onbesloten reques- ten, memorien of vertoogen, op gezegeld papier geschreven, zullen mogen adiëren; zullende dus geene brieven of missiven, mitsgaders besloten geschriften van particulieren worden aange- nomen. |
Aldus gearresteerd in des Raads vergadering, gehouden op het
v
1819. Ne. 26, 27 en 28. 49
Gouvernementshuis binnen het fort Amsterdam, op Curacao den 18den Mei 1819, het zesde jaar van Zijner Majesteits regering. De Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd, (get.) A. KIKKERT. Ter ordonnantie van dezelven, (get) W. Prince, Secretaris. Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in Willemstad ,
den 26sten daaropvolgende.
(get) W. PRINCE, Secretaris.
No, 24. PUBLICATIE.
De Vice-Admiraal Gouverneur-Generaal en Raden van Policie van Curagao en onderhoorige eilanden.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut ! doen te weten: |
Dat goedgevonden en verstaan is te bepalen, zoo als bepaald wordt bij deze, dat alle requesten, berigten, memorien, adressen en andere voordragten aan dezen Raad geadresseerd, vier dagen voor des Raads zitting, ter secretarij van denzelven zullen moeten worden ingeleverd, en dat anderzins de voorzeide geschriften niet dan, tot in de volgende gewone vergadering zullen kunnen dienen, ten ware er redenen mogten bestaan om dezelve geen uitstel te doen lijden.
Aldus gearresteerd in des Raads vergadering, gehouden op het Gouvernementshuis binnen het fort Amsterdam op Curagao, den 19den October 1819, het zesde jaar Zijner Majesteits regering.
— De Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd, (get.) A. KIKKERT, Ter ordonnantie van dezelven, (get) W. PrINce, Secretaris. Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in Willemstad,
dato ut supra. (get) W. Prince, Secretaris.
N°. 28, PUBLICATIE,
Wij Albert Kikkert, Commandeur van de Militaire Willems- orde, Officier van het Legioen van Eer van Zijne Aller Christelijke Majesteit, Vice-Admiraal in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, Gouverneur-Generaal van Curagao en onderhoorige eilanden Bonaire en Aruba, en Generaal en Admiraal
en Chef over de land- en zeemagt aldaar, enz,, enz., enz.
Á
50 1819: Ne 28.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut ! doen te weten: j Dat Wij hebben goedgevonden en verstaan : 1. Te arresteren, zoo als gearresteerd wordt bij deze, het navolgende reglement op het schoolwezen alhier. [F. J.] 2. Het voormelde reglement zal met den eersten Januarij 1820 in werking geraken. | 3. Tot onderwijzers der jeugd in de vier landsscholen bij deze te benoemen, de volgende personen: | Pieter Phoel David Rodriguez George Kramer eb. en van de tweede klasse. Klaas van Eekhout Allen zonder tractement, maar onder genot van zoodanige be- looning als bij het reglement op het schoolwezen is vastgesteld. 4, Hierbij als opzieners van het schoolwezen op dit eiland te bevestigen : | | De Weleerwaarde heeren predikanten J. Muller J. A.z. en G. B. Bosch, en den heer H. A. de Lima, koopman alhier; voorts tot medeopziener met en benevens de voornoemde heeren te be- noemen en aan te stellen: den Weledelen heer C. L. vaf”Uytrecht, lid van den Raad van Policie, thans het ambt van Raad Contra- rolleur-Generaal der Finantien op dit eiland, ad interim, waar- nemende. | Gedaan op Curagao, den 29sten November 1819, het zesde jaar van Zijner Majesteits regering.
van de eerste klasse.
(get.) A. KIKKERT. Ter ordonnantie van zijne Excellentie, (get.) W. PrINce, Secretaris. Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in de Willemstad, den 9den December 1819.
(get) W. PRINCE, Secretaris.
PROVISIONEEL REGLEMENT op het schoolwezen te Curacao.
Art. 1. Daar zullen vier landsscholen op het eiland zijn, namelijk twee van den eersten rang, en twee van den tweeden rang; zullende de eerstgemelden in de Willemstad en aan de over- zijde der haven, en de laatstgemelden in de Willemstad of op Pietermaaij en aan de overzijde der haven, gevestigd worden.
| | |
1819. Ne. 28. 4 51
Art. 2. Elk der hiertoe noodige‘schoolmeesters of schoolonder- wijzers zullen behooren te bezitten, de noodige künde en bekwaam- beid in het vak van onderwijs der'jeugd, en mannen zijn van een onbesproken gedrag. …* a ston Dem
Art. 3. De bestaande particuliere scholen worden, om gewigtige redenen, vooralsnog toegelaten; ‘doch zullen ‘in het toekomende geene zulke scholen mogen worden opgerigt, dan met toestemming van den Gouverneur-Generaal,-na onderzoek van de schoolop- zieners. Ook zullen zoodanige particuliere scholen alsdan nimmer het getal van drie mogen te boven gaan.
Art. 4. Eene som van twee duizend gulden Hollandsch courant in het jaar, zal nit de koloniale kas, ten behoeve der landsscholen verstrekt en aangemerkt worden, als een fonds waaruit het vol- gende zal moeten en mogen worden betaald en aangekocht, te weten:
a. het onderwijs voor kinderen of pupillen van onvermogende ouders of voogden, daarvan echter uitgezonderd de zoodanige kinderen, die door de Diaconie verzorgd worden ; |
b. boeken, papier, pennen en andere schoolbehoeften ;
c. de jaarlijks uit te deelen prijzen;
d. boeken tot geschenken of buitengewone douceurs aan eenigen onderwijzer, die zich bij uitnemendheid onderscheidt; en
e. werken tot onderrigting en verdere eigene oefening der onderwijzers, waaruit, ten hunnen gezamenlijken gebruike, eene kleine bibliotheek zal worden daargesteld, dewelke zal staan onder het toezigt der schoolopzieners.
Aan de toegelatene bijzondere scholen zullen, naar bevinding van zaken, schoolboeken: worden uitgereikt, terwijl aan de zich op dezelve bevindende kinderen prijzen zullen mogen worden uitgedeeld,
Art. 5. Kinderen en pupillen van onvermogende ouders en voogden zullen daarom tot het onderwijs in gemelde landsscholen vrijen toegang hebben, en, zonder eenige kosten aan hunnen kant, met de overige scholieren gelijk onderwijs genieten, zullende het van de bijzondere omstandigheden der ouders, voogden en kin- deren afhangen, op welke der vier landsscholen opzieners zullen goedvinden, dat zoodanige kinderen het best zullen moeten ge- plaatst worden.
Art. 6. Met de besturing dezer schoolinrigting zijn volkomen gelast en gemagtigd de opzieners van ’s lands schoolwezen, dewelke dus ook over de bovengemelde som van f 2000 vrijelijk ten boven- genoemde behoefte (art. 4) zullen mogen beschikken, met die be- paling echter, dat zij van de uitgegevene en bestede penningen, jaarlijks aan den Gouverneur-Generaal behoorlijke rekening en verantwoording zullen moeten doen.
52 1819. Ne. 28
Art. 7. Onvermagende ouders en voogden, die voor hunne kinderen of pupillen gratis onderwijs op ’s lands scholen begeeren, zullen zich deswege hebben te vervoegen bij de schoolopzieners , die hun eene der landsscholen zullen aanwijzen, en hen van een daartoe noodig biljet voorzien; zullende zoodanige ouders of voog- den verpligt zijn in de Brier der opzieners hieromtrent te berusten.
Art. 8. Het staat even zoo den apzieners vrij kinderen van on- vermogende ouders of voogden naar best bevinden, van de eene landsschool op de andere, dus ook van de school des tweeden rangs op die van den eersten rang te verplaatsen, en aldus aan zulke kinderen tevens gelegenheid tot verdere vorderingen in talen en wetenschappen te geven.
Art. 9. Het hoofdonderwijs op alle vier landsscholen zal zijn in de Nederduitsche taal naar de thans algemeen aangenomene spelling. Voorts zal op de twee scholen van den tweeden rang of klasse alleen onderwijs gegeven worden in lezen, schrijven en rekenen, terwijl op de beide scholen van den eersten rang nog, en bij het lezen, schrijven en rekenen, vreemde en Buieuidiidsche talen, alsmede aardrijks- en geschiedkunde, enz. zal geleerd wor- den, voor zoo ver de schoolonderwijzers hiertoe bekwaam zijn.
Art. 10. Landsschoolonderwijzers van den eerstert rang, zul- len voor het onderwijs en al hetgeen op hunne sch@en geleerd wordt, en welk onderwijs voor alle kinderen, ieder naar gelang des ouderdoms, moet gelijk zijn, niet meer mogen vorderen dan zeven en twintig realen per maand; terwijl op de scholen van den tweeden rang, alwaar het onderwijs mede als voren, moet gelijk zijn, niet meer dan twaalf realen per maand voor elk kind zal worden betaald.
Art. 11. Geene particuliere scholen voor vreemde talen afzon- derlijk of vereenigd, zullen voortaan worden toegelaten, wanneer deze behoefte op ‘slands scholen van den eersten rang genoeg- zaam kan vervuld worden, tenzij met bijzondere goedkeuring en toestemming van den Gouverneur-Generaal.
Art. 12. Het zal den schoolonderwijzers van beide klassen niet veroorloofd zijn hunne school te verplaatsen, maar elk hunner zal in zijn aangewezen departement blijven school houden.
Art. 13. Het zal echter elk der schoolonderwijzers vrijstaan in zijn departement van schoollokaal te veranderen en een ander lokaal te kiezen, doch volstrekt niet tot eenig hinderlijk nadeel voor het te geven onderwijs, en voor de gezondheid der scholie- ren. Weshalve de schoolopzieners gehouden zijn een zulk veran- derd of nieuw schoollokaal vooraf te bezigtigen en te onderzoeken, of hetzelve aan het voorgestelde doel beantwoordt.
B Î
1819. N°. 28. 1820. Ne. 29, 53
Art. 14. Het staat den opzieners van het schoolwezen vrij de lands- en bijzondere scholen te bezoeken zoo dikwijls zij zullen goedvinden, en zullen de schoolonderwijzers verpligt zijn de opzieners, wanneer deze, hetzij in corpore hetzij afzonderlijk hunne school bezoeken en examineren, met behoorlijke achting te ont- vangen, hun onderzoek wegens de gemaäkte vorderingen der scholieren, of ook andere voorwerpen, het schoolwezen betref- fende, behoorlijk beantwoorden, en op hun verlangen in allen deele hun alle mogelijke proeven hunner kunde en bekwaamheid te geven.
Art. 15. De schoolopzieners zijn verpligt ook op de overige particuliere toegelatene scholen goed toezigt te houden, en dezelve onder het jaarlijks te houden groote examen, te begrijpen.
Art. 16. Op de vier landsscholen zal jaarlijks twee maal examen, namelijk een klein en een groot examen, gehouden worden. Het kleine examen zal geschieden op den eersten Woensdag in de maand Junij; het groote evamen in de maand December, acht dagen voor het Kersfeest ; zullende alleen na het groote examen aan de meest gevorderde leerlingen, prijzen uitgedeeld worden, en de opzieners alsdan gehouden zijn van den bevondenen staat en den toestand van alle de scholen, en van alle hunne verrigtingen, aan den Gou- verneur-Generaal behoorlijk verslag te doen |
Art. 17. De naaste buren der respectieve landsscholen zullen zich op den schooltijd van alle hinderlijk geraas onthouden, en bij foute van dien, zullen de schoolopzieners de vrijheid hebben, des noods, de assistentie van het Officie-Fiscaal hieromtrent in te roepen.
Gearresteerd op Curagao, den 29sten November 1819. (get.) A. KixKERT.
1820.
No, 29. PUBLICATIE.
De Raad-Fiscaal ad interim dezes en onderhoorige eilanden, als hiertoe bij Zijne Excellentie den heer Gouverneur-Generaal ad interim, speciaal geautoriseerd, doet te weten:
Hoe dat in overweging genomen zijnde het schadelijke van het op dit eiland algemeen heerschend denkbeeld, dat niemand be- voegd zijn zoude, eenen drenkeling of iemand welke bevonden
54 1820. Ne, 29 en 30.
wordt”zich zelve te,kort gedaan te hebben, aan te raken of hulp tot veelal mogelijke opwekking van ’t levensbeginsel toe te bren- gen, zonder vooraf deswege kennis aan het geregt gegeven te hebben, waardoor alle menschelijke hulp onmogelijk wordt ge- maakt; Zoo is het dat de Raad-Fiscaal ad interim krachtens gemelde autorisatie, in de eerste plaats, gelast en beveelt alle practiserende genees- en heelmeesters op dit eiland, om zoodra hun zal zijn ter kennis gebragt, dat zich ergens een drenkeling bevindt of iemand welke zich eenen geweldigen dood schijnt te hebben willen aandoen, zonder eenige voorkennis deswege aan het geregt vooraf noodig te geven, dadelijk tot opwekking van ’t levensbeginsel in zulk een lijder, het noodige zullen moeten ver- rigten en met de kunstbewerking zoo lang mogelijk aanhouden of het gelukken mogt hun tot het leven terug te brengen.
Ten tweede, dat verder elk en een ieder van wat rang, beroep of staat, bij deze uitgenoodigd wordt tot redding van zulke onge- lukkigen mede te werken, en het zijne zelfs zonder de genees- of heelmeesters bevorens af te wachten, toe te brengen.
Terwijl eindelijk aan de zoodanigen, welke het geluk te beurt valt, eenen drenkeling of op eene andere wijze verstikt persoon , te redden en in het leven terug te brengen, een premie wordt toege- staan van een Johannis, ten kantore van het Fiscalaat op bewijs te voldoen onverminderd de aanvraag nog voor de gessone eere- _ prijs in het moederland aan de maatschappij tot redding der
drenkelingen, dewelke gewoonlijk in die gevallen wordt geac- sordeerd. |
En opdat niemand hiervan eenige ignorantie kan pretenderen, zal deze ter gewoner plaats worden gepubliceerd en geafficheerd , met insertie mede in de gewone Curagaosche Courant.
Curagao, den 2den Februarij 1820.
ie De Raad-Fiscaal ad interim voornoemd,
(zet) J. J. ELSEVIER. In fidem copiae, (get) J. J. ELSEVIER.
No, 39. el PUBLICATIE. De Gouverneur-Generaal ad interim en Raden van Policie van Curagao en onderhoorige eilanden.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut ! doen te weten:
Nademaal de Kerkeraden der beide Protestantsche gemeenten
drie.
VINES
NEE …
1820. N°. 30 en 31. 55
op dit eiland, zich aan Ons hebben geadresseerd, te kennen ge- vende, dat hun Weleerwaarden hebben besloten, om voortaan, den Vrijdag voor Paschen, als eenen bijzonderen plegtigen feest- dag te vieren, gelijk thans in het moederland , met goedkeuring van Zijne Majesteit den Koning: plaats heeft; en voorts verzocht hebben, dat alles wat betrekkelijk de Zon- en Feestdagen plaats heeft, ook op den voormelden dag moge worden toegepast;
Zoo is het dat hierbij gelast wordt, dat de bestaande bepalin- gen ten aanzien van het vieren der Zon- en Feestdagen, in allen deele zullen toepasselijk zijn en in acht worden genomen op den Vrijdag voor Paschen, welke dag door Ons, voortaan als eenen plegtigen Feestdag bij de beide Protestansche gemeenten dezer eilanden wordt gehouden.
Aldus gearresteerd in des Raads vergadering, gehouden op het Gouvernementshuis binnen het fort Amsterdam op Curagao, den 15den Februarij 1820, het zevende jaar Zijner Majesteits re- gering.
n De Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd, (get.) VAN STARCKENBORGH. Ter ordonnantie van dezelven, (get) W. Prince, Secretaris.
Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in Willemstad, den
24sten daaropvolgende. (get) W. Prince, Secretaris.
No. 31. PUBLICATIE.
De Gouverneur-Generaal ad interim en Raden van Policie van Curacao en onderhoorige eilanden.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Noodig geoordeeld zijnde, niet alleen in overeenstemming met de reeds in deze kolonie bestaande verordeningen, maar wel bij- zonderlijk, met de in het moederland ingevoerde en reeds be- staande wetten, ten opzigte der behoorlijke viering van den dag des Heeren en andere Christelijke feestdagen, geschikte en ver- nieuwde bepalingen daar te stellen ;
Is, dienvolgens, goedgevonden en besloten bij dezen:
1e. Allen en een iegelijk, op dit en onderhoorige eilanden, van welke godsdienstbelijdenis dezelve ook mogen zijn, te verbieden van op den Zondag en andere Christelijke feestdagen te handelen of te doen handelen tegen de volgende verordeningen, of te oefc- nen en verrigten, of te doen oefenen en verrigten:
56 1820. Ne. 31
a. eenig ambacht, van welke benaming hetzelve wezen moge; het maken echter van doodkisten wordt hieronder niet begrepen en is dus hierbij vrijgelaten;
b. het bewerken of beplanten van tuinen en landerijen; het wateren of droogen van huiden, het pakken, verbruggen of ver- voeren van goederen, waren en koopmanschappen in of uit de pakhuizen of vaartuigen (waaronder wel uitdrukkelijk ook verstaan wordt het laden of lossen van schepen) zoomede op, van, of naar de werven of eenige andere plaats hoe ook genaamd;
c. het verkoopen of het ter koop aanbieden of uitstallen van goederen, waren en koopmanschappen van welke soort dezelven mogen zijn, in of voor pakhuizen, winkels, woonhuizen of eenige andere plaats; hiervan echter uitgezonderd eetbare waren namelijk: brood, vleesch, visch en groenten, dewelke, nadat de godsdienst- oefening der Protestantsche gemeenten zal zijn afgeloopen, uit de huizen, doch geenszins daarbuiten of op eenigerhande wijze publiek op de straat, zullen mogen verkocht worden ;
d. het tappen in de herbergen of wel aldaar ter gelage zitten, zoomede het spelen of dansen gedurende de voormelde godsdienst- oefening ;
e. allerhande werk of bezigheid welke met gedruisch of geraas vergezeld gaat of door eene menigte volks moet worden ten uitvoer gebragt; %
f. het houden van scholen, ten ware dat het strekke tot het geven van onderwijs in de godsdienst, waartoe alleen, en om geene andere reden, zulks zal mogen geschieden ;
2o, Dat het, niettegenstaande de hiervorengemelde bepalingen, nogtans vrijgelaten wordt aan alle slaven om op Zon- en Feest- dagen, tot hun eigen voordeel, tuinen of gronden te bewerken of zoodanig anderen arbeid, dewelke niet valt in de meening van de voorgaande afdeeling, sub. e, te verrigten; wordende dus allen eigenaren of meesters van slaven ten strengste verboden, om van dat werk eenig voordeel voor zich te trekken, wanneer zulks tot schade hunner slaven en strijdig met het oogmerk der voor- zeide toelating geschiedt;
30, dat degenen welke tegen de hiervorenstaande verordenin- gen of eenig gedeelte daarvan mogten handelen, verbeuren zullen elk, eene boete van vijf en twintig pezos van achten, behalve nog dat de koopwaren en gereedschappen bij hen bevonden wor- dende, zullen worden verbeurd verklaard; en, ingeval van onver- mogen ter voldoening der voorzeïde geldboete zullen de overtreders, naar bevind van zaken, aan den lijve strafbaar zijn.
4o, dat de Raad-Fiscaal zal vermogen ingeval van nood of
| | |
ee zr
bleken, geen uitstel te kunnen lijden.
| e en | $ SART Ä |
je ; \ \s Ee be Ef R- 4 ii
andere dringende omstandigheden, verlof te geven Waf'hetverrigten _—… / | van al zoodanig werk of bezigheid op de hiervoren eze de €: 04 | als hierbij verboden zijn en nogtans aan hem mogteù-Zi pd |
5o, Dat de Raad-Fiscaal op de gewone en gebruikelijke wijze. aan het publiek, tot een ieders narigt, zal doen bekend maken den tijd welke tot de godsdienstoefening bestemd is, en wanneer er eenige verandering daarin mogt plaats hebben, daarvan ook de vereischte waarschuwing doen ; wordende dus de respectieve Kerke- raden der beide Protestantsche gemeenten hierbij uitgenoodigd, om den Raad-Fiscaal telkens, bij verandering der gestelde uren hunner godsdienstoefening, daarvan kennis te geven.
Aldus gearresteerd in des Raads vergadering, gehouden op het Gouvernementshuis binnen het fort Amsterdam op Curacao, den
16den Maart 1820, het zevende jaar Zijner Majesteits regering.
De Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd (get.) VAN STARCKENBORGH. Ter ordonnantie van dezelven
(get) W. PRINCE, Secretaris.
Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in de Willemstad, op Pietermaaij, Scharlo en aan de overzijde dezer haven, den 23sten daaropvolgende,
(get) W. PRINCE, Secretaris.
No, 32.
PUBLICATIE.
Wij Mr. Petrus Bernardus van Starckenborgh, Ridder der orde van den Nederlandschen Leeuw, Gouverneur-Generaal ad interim van Curagao en onderhoorige eilanden Bonaire en Aruba, en Opperbevelhebber van de land- en zeemagt aldaar, enz., enz., enz,
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
Naardien er klagten bij Ons zijn gedaan, dat sommige inge- zetenen, bij herhaling, in gebreke zijn gebleven aan hunne wijk- en districtmeesters de van hen begeerde opgaven te doen, waar- door de wijk- en districtmeesters buiten staat gesteld worden aan hunne instructien zoowel als aan bekomene orders te voldoen:
Zoo hebben Wij goedgevonden en verstaan: te gelasten, gelijk hierbij gelast wordt: dat alle ingezetenen dezes eilands, zullen verpligt zijn aan hunne wijk- of districtmeesters respectievelijk ,
ed en | Î
58 1820. 32 en 33.
alle zoodanige opgaven te doen toekomen als door dezelve van hen zullen worden begeerd, en zulks binnen den daartoe te bepalen tijd, op verbeurte eener boete van vijf en twintig pezos van ach- ten, in alle zoodanige gevallen, waarin alsnog geene pcenaliteit is vastgesteld en welke boete op de volgende wijze zal worden ver- deeld, namelijk: een derde voor de respectieve wijk- of district- meesters en het overige ten behoeve der koloniale kas.
Gedaan op Curacao, den 18den Mei 1820, het zevende jaar Zijner Majesteits regering. N (get.) VAN STARCKENBORGH. Ter ordonnantie van dezelve, (get. -W. PRINCE, Secretaris. |
Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam, Willemstad, Pieter- maaij, Overzijde en Scharlo, dato ut supra.
(get) W. Prixce, Secretaris.
N°, 33. | _ REGLEMENT op het afgeven van Port-d'armes. Art. 1. me
Het zal aan niemand wie hij moge zijn, vrijstlan om met | eenig schietgeweer geladen of ongeladen, langs de openbare wegen te gaan, zonder voorzien te zijn van een port-d'armes op ver- 8 beurte eener boete van twintig pezos van achten en verlies van RE gemeld geweer; hiervan echter uitgezonderd degenen die, pligts- | halve daarmede in het openbaar moeten te voorschijn komen, | zoomede de officieren van Zijner Majesteits zee- en landmagt en die der gewapende burgermagt, buiten dienstzaken mits zich behoorlijk als zoodanig onderscheidende.
Art. 2.
Deze permitten of port-d'armes zullen aan de inwoners der Willemstad, der overzijde van de haven, Scharlo en Pietermaaij, ter Fiscalaat, en aan de bewoners der buitendivisien, door de respectieve districtmeesters worden verleend. |
Art. 3.
Van deze port-d'armes, zal ter Fiscalaat een naauwkeurig register worden gehouden, en zullen de districtmeesters, elke drie maanden, kopij hunner registers ter Fiscalaat moeten in- leveren. j |
en nan
1820. Neo. 39. 59 Ärt. 4e
Deze permitten of port-d'armes zullen derzelver kracht verliezen met den laatsten dag van ieder jaar, en zullen jaarlijks in de maand Januarij moeten worden. vernieuwd, terwijl daarentegen degenen die daarmede voorzien zijn, over het geheele eiland ongestoord zullen moeten gelaten worden.
Art. 5.
Het staat aan den Raad-Fiscaal,’ zoomede aan de district- meesters vrij, redenen daartoe vermeenende te hebben, deze permitten te weigeren of in te trekken, blijvende echter een ieder vrij, in zoover zulks den districtmeesters regardeert, zijne klagte deswege aan den Raad-Fiscaal te doen, ten einde door denzelven naar bevinding te worden gedecideerd,
Art. 6.
De meesters die voor hunne slaven port-d'armes willen nemen , zullen verpligt zijn de namen van dezelve op te geven, zonder dat de eene slaaf de port-d'armes van den anderen zal mogen gebruiken, op verbeurte der vorenstaande boete. te rghadet
Art Ti
De boeten door slaven te incurreren , zullen door de meesters
moeten worden betaald, tenzij dezelve kunnen bewijzen dat zulks zonder hunne voorkennis of last geschied is, in welk geval de gezegde slaven aan den lijve zullen worden gecorrigeerd.
Ärt. 8.
De voornoemde port-d'armes of permitten, zullen echter geen vrijdom verleenen, tot het schieten op particuliere gronden of tuinen, zullende de eigenaars altoos het regt behouden om het schieten op hunne gronden af te weren en te verbieden; en blijft het aan gemelde eigenaars vrijgelaten het houden van wachten op hunne tuinen of plantagien als van ouds, zonder dat daartoe eenig permit of port-d'armes zal benoodigd zijn.
Ärt. 9.
Elk en een ieder, dewelke zich, hetzij met of zonder port- d'armes op eenigen particulieren eigendom tegen het expres ver- bod des eigenaars of des bruikers met schietgeweer begeeft, zal verbeuren eene boete van twintig pezos van achten, en indien door den eigenaar afgewezen, niet dadelijk gehoorzaamt, alsdan
eene boete van veertig pezos van achten boven en behalve de
boete bij art. 1 vastgesteld, wanneer de zoodanige zonder port- d'armes wordt bevonden.
60 1820. Ne. 33 en 34.
Art. 10.
Men zal de gemelde port-d'armes altoos bij zich moeten dragen, ten einde te kunnen vertoond worden aan hen, die daartoe be- voegd zijnde, de vertooning daarvan mogten afvorderen.
Art. 11.
Elk port-d'armes zal moeten geschreven zijn op een zegel van vier realen en voor dezelve bovendien aan leges worden betaald een pezos van achten.
Aldus gearresteerd door den Gouverneur-Generaal en Raden van Policie op Curagao, den 16den Mei 1820.
(get) P. B. VAN STARCKENBORGH. Ter ordonnantie van dezelve,
(get) W. PrINcE, Secretaris. Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in de Willemstad,
op Pietermaaij, Scharlo en aan de overzijde dezer haven, den Slsten daaropvolgende.
(get) W. PRINCE, Secretaris.
Ne, sÂ. Pad ” PUBLICATIE. >
De Gouverneur-Generaal ad interim en Raden van Policie van Curacao en onderhoorige eilanden.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut! doen te weten:
In overweging genomen zijnde de noodzakelijkheid om veror- deningen daar te stellen, zoowel ten aanzien van de redactie van hypotheekbrieven en obligatien met verband van goederen daarin genoemd, als wegens beperkingen die er bestaan bij het verhypo- thekeren van reeds verbondene goederen, ten einde, in de eerste plaats allen twijfel en verkeerde begrippen aangaande preferentie, welke daarbij verkregen wordt, uit den weg te ruimen en noode- looze procedures daaromtrent voor te komen, en in de tweede plaats de hypotheekschuldigen te bevrijden van die verpligting welke hen opgelegd is bij besluit van den voormaligen Raad van Policie dezes eilands, dd. 16 Junij 1812, namelijk van hunne goede- ren niet meer te mogen verbinden zonder vooraf daartoe de toestem- ming van de houders der vroegere verbanden te hebben bekomen , welke als een groot bezwaar voor de schuldenaren moet worden aangemerkt, waardoor zij ten eenenmale afhankelijk zijn van de willekeurige handelwijze van onbillijke crediteuren, die door het
{ …
1820. No, 34. 61
weigeren van hun consent tot het verbinden der aan hun reeds verbonden goederen aan anderen, de ruïne hunner debiteuren kunnen veroorzaken, terwijl aan hen geen nadeel kan worden toegebragt , wanneer goederen waarop zij verband hebben, aan anderen worden verbonden, dewijl zij hun ouden regt altijd daarop blijven behouden, en geen hypotheek, in eenig geval, den verkoop van verbondene goederen uit kracht van een regterlijk vonnis, ten faveure van een derden persoon gewezen, van welken aard des- zelfs vordering ook moge zijn, kan of vermag te beletten.
Is goedgevonden en besloten te bepalen, zoo als hierbij wordt bepaald:
je. dat, voortaan, in geene hypotheken of obligatien zullen worden gebezigd, de tot dusver in gebruik geweest zijnde uit- drukkingen, om aan te duiden hoe dikwijls de verbonden wordende goederen verbonden zijn, en aldus daarin kenbaar te maken den rang van preferentie, welke de houder van den schuldbrief is toe- komende, als wordende dusdanige uitdrukkingen hierbij noodeloos en overtollig verklaard;
go, dat de bepaling bij besluit van den voormaligen Raad van Policie dezes eïlands, dd. 16 Junij 1812, aangaande het verleenen “van consent door dengenen aan welken eenige eigendommen ver- bonden zijn, alvorens diezelfde eigendommen aan anderen kunnen worden verbonden, wordt ingetrokken en buiten werking gesteld ; staande het aan ieder vrij gelden op zijne eigendommen te ne- men en dezelve te verbinden zoo dikwijls als het hem zal ge- lieven, en zulks ongeprejudiceerd het regt van preferentie aan anderen uit kracht van eerder of vroeger verband volgens de wetten toekomende, en onder verpligting aan den kant van den schuldenaar van eene declaratie in den schuldbrief af te leggen: dat de verbonden wordende goederen met geen ander legaal of conventioneel verband of verbanden bezwaard zijn ; edoch indien die goederen met legaal of conventioneel verband of verbanden mogten bezwaard zijn, zullen van die verbanden in den schuld- brief moeten worden melding gemaakt, alles op pcene van stel- lhonaat;
3o, dat de algemeene clausule van verband op persoon en an- dere niet in den schuldbrief genoemde goederen geen regt van preferentie gevende, derhalve op geene andere goederen of eigen- dommen regt van preferentie kan verkregen worden, dan die welke in den schuldbrief uitdrukkelijk genoemd zijn, ten ware daarin duïdelijk mogt zijn gesteld dat alle andere zoo roerende als onroerende goederen reeds hebben of nog te hebben bij wijze van generaal verband mede voor de schuld verbortden zijn, in welk
62 1820. No, 34. 1821. No, 35.
geval het regt van generaal verband volgens de wet zal mogen gelden ;
40, dat het regt van eerste en volgende pretentie op verbon- dene goederen, naar den tijd op welken de schuldbrief zal gepas- seerd en onderteekend zijn, verkregen wordt, in voege dat wan- neer meer dan een schuldbrief gelijkertijd of op eenen zelfden dag verleend worden, het regt van ouder of eerder regt door het nom- mer der registratie bepaald wordt; weshalve het nommer van elken schuldbrief daarin en wel in de laatste clausule in maniere als volgt zal worden uitgeschreven; te weten, in hypotheken: In teeken der waarheid is deze onder nommer . . . . geregistreerd en door ons Raden enz. (vervolgens zoo als gebruikelijk is) en in obligatien : Aldus gedaan, gepasseerd en geregistreerd onder nom- mer « « « op Curacao (vervolgens zoo als gebruikelijk is).
Aldus gearresteerd in des Raads vergadering, gehouden op het Gouvernementshuis, binnen het fort Amsterdam op Curagao, den 8lsten October 1820, het zevende jaar Zijner Majesteits regering.
De Gouverneur-Generaal en Raden voornoemd, (get) J.J. ELSEVIER, Vv. T. Ter ordonnantie van dezelve, (get) W. Prince, Secretgris.
Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in de Willemstad, den 2den November 1820.
(get) W. PRINCE, Secretaris.
1821.
No, 35. PUBLICATIE. REGLEMENT op het onderhoud der publieke wegen. Art. 1.
Daar zal alle jaren aan de reparatie der publieke wegen twee maanden gewerkt worden en dat wel van primo Mei tot ultimo Junij, ter plaatse waar de inspecteur der wegen het noodzake- lijkste vindt. D
Axt.:2,
Alle de planters van de west-, midden- en oostdivisien zullen verpligt wezen, op aanzegging van den distrietmeester, van ieder tien werkbare slaven, waardoor verstaan wordt, de zoodanige die op hunne meesters planteagien aan de siap gebezigd worden, een te zenden, voorzien van een siap en makot, en van de groote plan-
be,
E
ETE fn 5
\
nn eN
1821. Ne. 35. 63
tagien die ingevolge hunne magt slaven meer als twee moeten zenden, zal een derzelve van een piek voorzien moeten wezen, zoodat alle degenen die geene tien tuinslaven bezitten daarvan bevrijd zijn. Gelijk ook de in functie zijnde districtmeesters.
Art. & kl |
Alle planters die in gebreke blijven het getal slaven zoo als Ii hetzelve door den distrietmeester van hun is gerequireerd, te ks zenden , zullen voor de eerste reis in eene geldboete van ps. 25 | vervallen, en evenwel het aan hun opgelegde quota van slaven fourneren, voor de tweede keer in gebreke blijvende eene somma van ps. 50 verbeuren. Edoch slaven reeds door hunne meesters gezonden, zonder zijne voorkennis van het werk blijvende, zal ki de opzigter daarvan aan den meester kennis doen geven, die als- dan verpligt zal wezen, een ander daarvoor in plaats te zenden , zulks niet doende zal de opzigter een voor zijne rekening huren, en zal de meester van de weggeblevene slaaf, die huur moeten betalen. |
Art. 4.
Het zal aan de keuze van den inspecteur staan, of de gere- quireerde slaven in generale massa van hunne divisie, of in massa van hun district moeten werken,
Art. 5.
De inspecteur zal bevoegd wezen om correspondentie te houden, met de districtmeesters ten opzigte der reparatien en onderhouding der wegen, en zullen districtmeesters gehouden zijn om alle attentie op zijne aanschrijvingen te slaan.
Art. 6.
Een maand voor dat de werkzaamheden een aanvang zullen nemen, zal de inspecteur aan de districtmeesters per missive daar- van kennis geven, dewelke alsdan eene lijst aan den inspecteur moeten inzenden, van alle de slaven die door hen in hunne res- pectieve districten gerequireerd zijn, alsmede het getal dat door ieder planter moet gezonden worden.
Art. 7.
Indien bij de reparatie der wegen, karren, met ossen benoodigd zijn, zal de inspecteur per missive aan den districtmeester daarvan kennis geven, tevens het getal bepalen, en de dagen wanneer dezelve benoodigd zijn, en zal de districtmeester van de zoodanige planters (die karren en ossen houden) dezelve requireren, om op de bepaalde plaats en dagen te zenden; zullende diegenen die in gebreke blijven hunne karren en ossen op de bepaalde dag te zenden, telkens in eene boete van 3 ps. vervallen; met dien ver-
64 1821. Ne, 35 en 36.
stande, dat de zoodanigen voor die dagen dat zij hunne karren moeten fourneren, vrij zijn van slaven na het werk te zenden. Art. 8.
De inspecteur zal met voorkennis en approbatie van Zijne Excellentie den Gouverneur, zoodanige personen, voor ’s lands rekening aannemen, als hij zal oordeelen noodig te wezen, en dezelve direct na het afloopen der werkzaamheden afdanken. Hij zal ook van alle voorvallen aan Zijne Excellentie kennis moeten
geven, alsmede na het afloopen der werkzaamheden, van al het- geen door hem is verrigt.
Art. 9.
Wat de discipline betreft zullen de opzigters zorg dragen dat de negers niet mishandeld worden. Edoch zullen zij het regt hebben om de negers die onwillig, brutaal of lui zijn, op een moderate wijze te doen corrigeren, en zoo dit niet aan het doel beantwoordt, zullen zij de halstarrigen aan den eigenaar terug
zenden, dewelke alsdan verpligt zal zijn een ander en beter sujet in de plaats te bezorgen. Art. 10.
De boeten zullen door den Raad-Fiscaal R. O., moeten worden ingevorderd en waarvan hij Raad-Fiscaal een derde „zal genieten ; zullende de overige twee derden onder de directie vàn den inspec- teur worden geëömploijeerd, tot den aankoop van mókers, pieken enz. en alle verdere gereedschappen tot de reparatie der wegen benoodigd.
Aldus gearresteerd door den Gouverneur en Raden van Policie op Curagao, den 20sten Februarij 1821. (get.) CANTZ'LAAR. Fer ordonnantie van dezelve, (get.) W. PrINce, Secretaris, Gepubliceerd binnen het Fort Amsterdam en in de Willemstad, den 22sten der gemelde maand.
(get) W. PRINCE, Secretaris.
No. 36. * _ PUBLICATIE.
De Schout-bij-nacht Gouverneur en Raden van Policie van Curagao en onderhoorige eilanden.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen ‚ Salut! doen te weten:
In overweging genomen zijnde, dat het beter zoude zijn het ijken van maten en gewigten jaarlijks te doen plaats hebben in
a
LA
1821. N° 36 en 37. 65
stede van alle drie maanden, zoo als zulks bij publicatie van Gouverneur en Raden dezes eilands van den 16den Junij 1818 is bepaald.
Is derhalve goedgevonden en besloten: den termijn welke bij de
‘voormelde publicatie van Gouverneur en Raden van policie,
dd. 16 Junij 1818, tot het ijken van maten en gewigten bepaald is, te verlengen en denzelven van drie maanden op een jaar te stellen, en te gelasten zoo als hierbij wordt gelast: dat, aan- vang nemende met het jaar 1822, alle maten en gewigten jaarlijks, in den loop der maand Januarij, bij den ijkmeester moeten worden gebragt, om door denzelven te worden geiijkt ; edoch in dit jaar zal zulks moeten geschieden in den loop der aanstaande maand Maart ; alles op zoodanige boete of straf als vastgesteld is bij de hiervoren gemelde publicatie, dewelke in alle andere opzigten, waarin dezelve hierbij niet is veranderd, in volle kracht en waarde blijft.
Aldus gearresteerd in des Raads vergadering, gehouden op het
Gouvernementshuis binnen het fort Amsterdam op Curacao, den _
20sten Februarij 1821, het achtste jaar van Zijner Majesteits regering. | De Gouverneur en Raden voornoemd, (get.) CANTZ'LAAR Ter ordonnantie van dezelve, (get.) W. Prince, Secrètaris.
Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam, in de Willemstad, op Pietermaai, Scharlo en aan de overzijde dezer haven, den 22sten
der gemelde maand. (get) W. Privce, Secretaris.
N°, 3E. PUBLICATIE.
De Schout-bij-nacht Gouverneur en Raden van Policie van Curacao en onderhoorige eilanden.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut ! doen te weten:
Overwegende dat het niet alleen tot beter opbrengst van het middel van den 40sten penning zoude strekken, maar zelfs, tot wering van alle dwalingen zoomede van misbruiken, welke ten aanzien van minkundigen gepleegd worden, raadzaam is, het af- schaffen der bestaande gewoonte van slaven bij notariele acten of obligatien te verbinden, waardoor sommige lieden die van begrip
66 1821. Ne, 37 en 38.
zijn, dat slaven bij onderhandsche obligatien ook mogen worden verbonden, door anderen verleid worden, tot verkorting van ‘slands middelen en tot nadeel van de onkundige verbandhouders zelven. | |
Is daarom goedgevonden en besloten : bij ampliatie der publfcatie van den toenmaligen Gouverneur dezes eilands, dd. 17 December 1812, te gelasten, zoo als hierbij wordt gelast, dat geene slaven anders dan bij acten van hypotheken even en op gelijke wijze als tén opzigte van onroerende goederen is bepaald, mogen worden ver- bonden of verhypothekeerd; wordende dus verboden het verbinden van slaven bij obligatien hetzij notarieel, of onderhandsch in voege dat het aan iemand die de functien van notaris waarneemt nog minder zal geoorloofd zijn om obligatien te passeren, waarbij slaven verbonden worden, als zullende uit kracht dier obligatien geen ander regt kunnen of mogen worden verleend dan dat, het- welk op personele obligatien toepasselijk is.
Aldus gearresteerd in des Raads vergadering ‚gehouden op het Gouvernementshuis binnen het fort Amsterdam op Curacao, den 20sten Februarij 1821, het achtste jaar van Zijner Majesteits regering.
De Gouverneur en Raden voornoemd, (get.) CANTZ'LAAR. Ter ordonnantie van dezplve i
(get) W. Prince, Secretaris. Gepubliceerd binnen het fort Amsterdam en in de Willemstad, den 22sten der gemelde maand,
(get) W. PrivcÉ, Secretaris.
No. 385. PUBLICATIE.
Wij Paulus Roeloff Cantz'laar, ridder der orde van den Neder- landschen Leeuw , Schout-bij-nacht in dienst van Zijne Majesteit den Koning der Nederlanden, Gouverneur van Curacao en onder- hoorige eilanden Bonaire en Aruba, en Opperbevelhebber van de land- en zeemagt aldaar enz., enz., enz.
Allen dengenen, die deze zullen zien of hooren lezen, salut ! doen te weten:
In overweging genomen zijnde de voordragt van den Raad-Fiscaal aan Ons gedaan, nopens het daarstellen van bepalingen omtrent het verkoopen van ongemengde vergiften ;
SAR ede U Td
1821. N°, 38. 67
Is goedgevonden en verstaan:
1e. allen en een iegelijk op dit of op de onderhoorige eilan- den Bonaire en Aruba te verbieden zoo als verboden wordt bij deze, om eenige soort van ongemengd vergift aan iemand